Inez van Oord Naar de bron

Inez van Oord (Burgh Haamstede, 1958) is hoofdredacteur van ’mindstyle magazine’ Happinez. Ze bedacht en lanceerde het blad in 2003, won in 2005 de Mercur-prijs voor ’Tijdschrift van het jaar’ en is, ook in het eerste kwartaal van 2007, volgens het Hollands Oplage Instituut, met een oplage van 154.000 de grootste stijger in bladenland.

Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

„God was iets van boven. Hoe het precies zat, wist ik niet. Zeker geen strenge figuur. Bij ons thuis in ieder geval niet. Maar als mijn ouders weg waren en er familieleden op ons kwamen passen, mocht er ineens van alles niet op zondag. Niet fietsen. Niet zwemmen. Ik moest een keer een breiwerkje afmaken voor school, maar mijn tante kon me echt niet helpen want ’Zondagsteek houdt geen week’. Probeer dat als kind maar eens te begrijpen. Mijn ouders deden vooral voor hoe we moesten leven. Echt leven, lekker leven. Niet erg calvinistisch. Toen ik ongeveer dertien was, stak er bij mijn vader toch nog iets van die streng gereformeerde achtergrond de kop op. Ik veranderde in een jonge vrouw en hij vond dat ik mij etaleerde. Stond ik in een bikini, zo’n beetje naar voren geleund en dan zei hij: ’Je moet jezelf niet zo laten zien’. Terwijl hij dol was op mijn moeder, haar heel graag en overal vasthield.

Voor mij was het geloof, gevoed door die eerste herinneringen, al snel een zaak van verbieden. Geloven is verbieden. Ik ging daar met mijn vader over in discussie. Dat vond hij fantastisch. Ik geloof dat hij vooral genoot van het idee dat hij op die manier met zijn jongste dochter kon praten; van wat we nou precies bespraken heb ik niet veel onthouden. Ik vond de God van onze kerk een ’noodrem-God’: als alles goed gaat, is er niets aan de hand, maar zodra we tegenslag krijgen, moet God het ineens komen oplossen. En dan de vorm, dat gedoe in die kerk: gaan zitten, gaan staan, liedje zingen, stukje lezen, weer gaan zitten, weer gaan staan. Ik vond er gewoon niks aan. Ik wilde meer, iets anders, maar wat? Het was, denk ik, een kwestie van alles of niets. Het werd niets. Ik ben niet op zoek gegaan naar iets anders, maar toen ik werd uitgeloot voor de School voor Journalistiek en naar de Vrije Hogeschool ging, kwam ik in aanraking met de antroposofie. Dat was het beste van alles, dacht ik toen. Minder christelijk. Al die wijsheid op een hoop. Toch ontdekte ik al snel dat de hiërarchie die mij in de christelijke kerk zo tegenstond, ook voor de antroposofen gold: ’Rudolf Steiner hat gesagt’ nou, dan moest je dus luisteren naar wat Rudolf Steiner hat gesagt. En ik had niet zo’n zin om het ene hiërarchische systeem voor het andere in te ruilen. Ik begrijp niet waar het voor nodig is om iets of iemand boven jezelf te plaatsen; ik wil het liefst zelf, meteen, bij die bron zien uit te komen.

Ik vind het nog steeds jammer dat ze het me verkeerd hebben uitgelegd. Alsof alles zo, boem!, van boven komt. Er plakken zoveel stickers op God. Hij is zus, Hij is zo. Hij is van mij, nee, van mij! We moeten een ander, sprankelend, geheimzinnig, heilig woord voor God verzinnen en opnieuw beginnen.”

Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

„Als je gelooft in één grote geest, een soort oerenergie, dan is dit gebod niet zo belangrijk meer. Alles is bezeten van energie. Jij, ik, die bloemen op tafel, onze gedachten – alles. Waarom er een boeddhabeeld op mijn bureau staat? Dat is, hier in Nederland, een decoratievorm die je herinnert aan innerlijke rust. Daar kun je even naar kijken en denken: o ja, even een pas op de plaats maken. Kijk, ik heb daar ook een beeld van Maria staan. Mijn moeder zou zeggen: ’O, wat rooms!’ Maar ik zie vooral een mooie, heilige vrouw, in een meditatieve houding. Dát zou ik mijn ouders hebben willen laten zien: dat al die vormen, al die wegen, naast elkaar kunnen bestaan.”

Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

„Er zijn mensen die het blasfemisch vinden als je zegt dat je onderdeel uitmaakt van God. Ik begrijp dat niet zo goed. We vormen één geheel. Door allemaal deel uit te maken van die ene grote geest staan we met elkaar in verbinding. Het wonder van de verbinding. Hoe kun je daar een belediging in zien?”

Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

„Ik wens meer rust, meer stilte. Daar gaat Happinez ook over: blijf bij jezelf. Ik predik het wel, maar ik voer het niet uit. Een blaadje maken is heel hard werken tja, dit is een lastig onderwerp. Kijk, de basis van het verhaal is dat ik zelf wilde uitzoeken welke wegen leiden naar de grote geest. Het begon bij mij, bij mijn particuliere wens. Inmiddels is die wens een groot, succesvol blad geworden. Ik probeer door extra mensen aan te nemen en door iemand op te leiden die mij eventueel kan vervangen zuiver te blijven, maar wat ik echt zou willen ligt eigenlijk in het verlengde van alles waar we over schrijven. Ik wil naar de bron. Ik kan dit eigenlijk niet zeggen, maar ik kan er ook niet omheen draaien: succes kan belemmerend werken. Er komt een moment waarop ik moet stoppen. Stoppen om verder te kunnen komen. Snap je dat?”

Eer uw vader en uw moeder

„Nu ik terugkijk, zie ik pas goed hoe mooi alles is geweest. Ik heb zoveel vrijheid van mijn ouders gekregen. Ik was niet de dochter van Van Oord die per se dit of dat moest worden. Geen stempel. Ik was de jongste van zes – en waarschijnlijk het moeilijkst van allemaal – en toch mocht ik zijn wie ik wilde zijn. Als ik lastig was, recalcitrant, zei mijn moeder altijd: ’Ga maar even de duinen in. Ga maar even gillen.’ Kwamen we op zondag terug van een kerkbezoek, had ik me een uurlang in moeten houden, dán moest het eruit. Mijn moeder begreep dat wel. ’Ga maar naar buiten.’ Liep ik daar keihard te zingen. Het was een uitstekende remedie. Geweldig hè? Even naar buiten. Frisse lucht. Liefde voor elkaar was heel sterk in ons gezin. Is het nog. En liefde voor de natuur. Voor de bloemen, de tuin, maar ook groter: de duinen en de zee.

Ik zie nu, met het ouder worden, mezelf in mijn ouders terug. Ik ben echt een product van die twee mensen. Ik ben er trots op hun kind te zijn. Blijkbaar hadden ze een enorm vertrouwen in mij. Inez komt er wel. Terwijl ik niets presteerde. Ik was vooral dwars. Laatst las ik in één van mijn oude dagboekjes: ’Vandaag weer ruzie gehad. Ik moest op tijd thuis zijn voor het eten!’ Waar sláát dat op? Ik begreep het gewoon niet. Terwijl het toch niet echt een onredelijke eis is Later, tijdens mijn eerste baantje bij de Zierikzeese Nieuwsbode, was ik nog net zo. Ik herinner me dat er op een gegeven moment iemand van personeelszaken naar me toe kwam en zei: ’Je hebt twintig vakantiedagen.’ Hoezo? Dat maak ik zelf wel uit!

Ik ben een vrije geest, altijd al geweest. Ik weet niet of het slim is om dit tegen je te zeggen, maar ik heb me, in mijn jonge jaren, wel eens afgevraagd of ik niet van een andere planeet kwam. Ik was anders. Anders dan de rest. Dat moet dan een planeet geweest zijn met een groot vrijheidsgevoel. Weinig regels. Soms is dat lastig. Als het me niet bevalt, als het om een of andere reden niet goed voelt, dan stap ik op. En zij – om terug te komen op mijn ouders – hebben mij daar altijd vrij in gelaten. Ik had ze graag willen laten zien dat die houding ook iets heeft opgeleverd.

Mijn moeder stierf op haar zestigste, ik was toen vijfentwintig. Mijn vader ging vijf jaar later dood. Ik stond daar helemaal niet bij stil toen ik aan ’Seasons’ (een tijdschrift over buitenleven, AV) begon – als je jong bent, denk je nog dat je alles zelf verzint - maar mijn moeder heeft daar eigenlijk model voor gestaan. Met haar tuin, haar bloemen, het hele gedoe. Beetje Engels, een countryvrouw. Zij was de basis. En van mijn vader kreeg ik de zakelijke kant mee, om het allemaal tot stand te kunnen brengen. Hij zit nog heel erg in mijn hoofd. Aanpakken. Soms op het roekeloze af. Dat heb ik van hem. Van haar heb ik het kleine, het gevoel voor schoonheid. Mijn zus heeft ooit eens bedacht dat mijn moeder een roodborstje is geworden. Ik vond het wel een mooi beeld. Zo’n prachtig vogeltje dat op de juiste momenten eventjes komt kijken.

Nee, ik voel geen gemis. Zo zit ik niet in elkaar. Ik maak me ook geen zorgen over de toekomst. De Maori in Nieuw Zeeland zeggen: de toekomst loop je achteruit tegemoet. Je kijkt naar alles wat je hebt gedaan en meegemaakt, je kijkt naar je ouders, je broers, je zusjes, het huis waar je geboren bent. En dan denk je: door al die dingen sta ik nu hier, zó ben ik op deze plek terecht gekomen.”

Gij zult niet doodslaan

„Ik heb het in mijn directe omgeving meegemaakt. Ik ken iemand die een ander heeft gedood. Het heeft een enorme shock in mijn leven teweeggebracht. Het gebeurt, er worden vaker mensen vermoord, maar ik weet eigenlijk niet of ik hierover door wil gaan het was altijd een verhaal uit de krant en nu ineens gebeurde het hier, in mijn eigen leven. De vader van de dader is één van mijn vrienden. Ik heb zo met hem te doen. Hij zegt dat het woord ’schuld’ op zijn voorhoofd staat geschreven. Dat het er nooit meer af gaat. Ik zie het aan de manier waarop hij soms loopt: gebogen. ’Kom op,’ zeg ik tegen hem, ’rechtop! Jij kunt er niets aan doen.’ Dat is toch zo? Hoe voorzichtig je ook met je kinderen omgaat, hoeveel liefde en aandacht je ze ook geeft; als alcohol en drugs in het spel komen dan Die jongen zit nog altijd vast. Ik spreek hem nooit. Ik wil hem niet meer zien. Ik zou het moeten kunnen. Ik wéét dat hij ook lijdt. Maar ik kan het niet, nee, ik wil het niet. Dat is mijn tekortkoming. Je moet wel erg ver gevorderd zijn wil je, zoals de Dalai Lama of Nelson Mandela, om kunnen gaan met mensen die zulke daden op hun geweten hebben. Ik kan het niet, ik wil het niet. Ik begin te trillen als ik er aan denk. Zullen we er nu over ophouden?”

Gij zult niet echtbreken

„Ik had een vrije man uitgezocht, maar hoe leg ik je dat uit? Een ander moet die vrijheid ook snappen. Als vrijheid nonchalance wordt, of onverschilligheid naar elkaar, dan is het niks. Stom voorbeeld: ik sta te koken, hij komt binnen en heeft frites gehaald. ’Had ik zin in,’ zegt hij. Vrijheid, tuurlijk, eet waar je zin in hebt, dat wilde ik accepteren. Maar ik had liever gehad dat hij had gezegd: ’Ik eet lekker met jou mee.’ Het was niet zozeer dat hij aan een bepaald beeld moest voldoen, het was eerder het gebrek aan een plaatje dat ons de das om deed. Ik hoorde van anderen wel eens dat ze er vreemd van opkeken – ’Wat raar dat hij zo maar doet waar hij zin in heeft’ – maar ik vond het goed. Dacht ik. Nu zie ik wel dat ik hem af en toe eens had moeten meppen.

Vlak voordat ik het idee kreeg om met Happinez te beginnen, had ik een relatie die om een andere reden stuk liep. Ik was er vol verlangens, eisen en verwachtingen aan begonnen, vond dat ik eens een keer iets voor die liefde moest dóen. En precies daarom kwam er, na een heel heftig jaar, een einde aan. Het speelde in een verdrietige tijd waarin ik mezelf voorbij was gehold. Ik leefde op wilskracht, niet op een natuurlijke flow. Dat gold dus voor die liefde – dit móet lukken, ik wilde helemaal niet zien dat het niet voor mij bestemd was – maar ook voor mijn werk. Ik dwaalde steeds verder af van wat ik werkelijk wilde doen. Pas toen ik helemaal ten einde raad was, ben ik ermee gestopt. Liefde de deur uit. Baan opgezegd. Ik herinner me nog goed dat ik dacht: maar ik ben er nog. Het was een verdrietige tijd, maar ik heb het overleefd. Uit deze gedachte is op die avond Happinez geboren.”

Gij zult niet stelen

„Een mens wil echt niet alleen maar nemen, hij is er ook om te delen. Bij mij zit het misschien wat vreemd verpakt – en ik geef toe dat het afstandelijk klinkt - maar toch: ik doe veel voor de lezers. Ik ben er uren, dagen, avonden mee bezig: hoe maak ik het zo mooi mogelijk? Ik wil laten zien welke wegen er zijn, mensen helpen een antwoord te vinden op de grote levensvragen.

Ik zit niet in mijn eentje op een zolderkamer te beitelen aan mijn eigen egoïstische ontwikkeling. Ik deel mijn talenten met de wereld. Ja, heel christelijk! Dat zei mijn broer laatst ook tegen mij: ’Wat ben je toch gereformeerd geworden, met je verhaal over die talenten.’ Ik ben weer helemaal terug bij af. Dat is toch om je rot te lachen? Maar het is waar: ik ga, sinds ik met Happinez bezig ben, steeds meer begrijpen van de oorsprong van het christelijk geloof.”

Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

„Ik wil openhartig zijn, maar ik weet ook hoe onhandig ik kan zijn in mijn uitspraken. Dat komt waarschijnlijk doordat ik zo graag iets wil neerzetten, ik wil me focussen. Het nadeel daarvan is dat ik wel eens dingen over het hoofd zie. Iemand gebruikte – voor een familielid, maar het had net zo goed voor mij kunnen gelden – deze metafoor: ’Jij bent net een vuurtoren. Je laat je licht over grote verten schijnen, maar wat er onder je gebeurt zie je niet.’ Ik vergeet verjaardagen, kleine dingetjes. Soms verwachten mensen meer van mij en zijn dan ook teleurgesteld. Maar ik vergeet ook andere dingen: verdriet wat mij is aangedaan. Dan zeggen ze: ’Weet je dat dan niet meer?’ ’Nee. Hoe was het ook al weer?’ ’O, verschrikkelijk!’ En dan krijg je het hele verhaal nog een keer te horen. Niet dat ik zoveel te verduren heb gehad - laat ik het zo zeggen: ik heb alle zegeltjes gespaard - maar ik ben niet iemand die bij de pakken neer gaat zitten. Ik wil niet blijven hangen en zeuren over dingen die maar niet wil lukken in mijn leven. Zo zit ik niet in elkaar. Sombere gedachten zijn niet mijn specialiteit.”

Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

„Wat moet ik, als ik tot uiting wil laten komen wie ik ben, met iets wat van een ander is? Ik geloof dat er een bedoeling is. Voor ieder mens afzonderlijk. Ik volg mijn weg. Zodra ik er vanaf raak, krijg ik een tik om mijn oren: opletten! Mensen die veel tegenslag hebben, moeten niet over hun ongeluk na gaan denken, maar weten: dit is kennelijk niet mijn weg. Ik moet het anders aan gaan pakken, een pad zoeken waar ik minder hinder ondervind, dan rolt alles vanzelf. Iedereen komt met een pakket op aarde. Je moet proberen alles uit te pakken. Geen belemmeringen. Dat betekent ook dat je streng moet zijn voor jezelf: als iets je belemmert, moet je er vanaf. Niet kinderachtig zijn. Ik wil uitkomen in het gebied waar niet meer voortdurend wordt geoordeeld: dit is mooi, dat is lelijk, ik keur het goed, ik keur het af. We zijn steeds maar bezig met bedenken hoe de wereld eruit zou moeten zijn. Ik wil de wereld nemen zoals-ie is.”

www.trouw.nl/tiengeboden

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden