Ineens was journalist Karin Sitalsing zelf de bezorgde bewoner die zei dat het allemaal ‘wel heel dichtbij’ kwam

Vlak bij haar huis in de Groningse wijk Paddepoel werd onlangs een jonge hardloper doodgestoken. Karin Sitalsing merkt dat het voorval haar bezorgd heeft gemaakt. Stelt ze zich aan? En hoe werkt dat in je hoofd, met enge voorvallen die ook jou hadden kunnen overkomen?

Och, de clichés. Als journalisten-in-de-regio kunnen we ze bijna optekenen zonder de deur uit te gaan. De dingen die mensen zeggen als er iets ergs is gebeurd in hun buurt of dorp. “Je denkt altijd: dit gebeurt alleen in de grote stad!”, bijvoorbeeld, of: “Het leek zo’n normale man!” En natuurlijk de klassieker: “Nu komt het wel héél dichtbij!”

En dan ineens is je eigen buurtje een crime scene. Zie je jezelf, ondanks je veronderstelde nuchter- en koelbloedigheid, tóch de hoofdweg nemen, in plaats van dat beboste fietspad. Controleer je een keertje extra of de achterdeur wel op slot zit. Dan komt het, zoals de honderden mensen die je in je journalistenleven interviewde al zeiden, wel héél dichtbij.

Op 14 mei werd de 27-jarige hardloper Hidde Bergman doodgestoken aan het Jaagpad in Groningen. Dat is zeven minuten fietsen van mijn huis. Fotograaf Reyer Boxem, met wie ik geregeld op reportage ga voor deze krant, ook voor dít artikel, woont op twee minuten fietsen van de plek des onheils. De vermoedelijke dader loopt nog vrij rond. Het politiesignalement spreekt over een man van twintig tot dertig, tussen de 1.70 en 1.80 lang, lichtgetint, petje. Vluchtte in de richting van de scouting en daarna de kant op van de wijken Selwerd en Paddepoel. Paddepoel, waar Reyer en ik wonen.

Het Manhattan van Groningen

Een buurt met een diverse bevolkingssamenstelling qua leeftijd, inkomen en etnische afkomst, een grote wijk die ten zuiden grenst aan het spoor en de hippe, gewilde Oranjebuurt, in het noorden aan de beta-campus van Rijksuniversiteit Groningen en Hanzehogeschool. Een jarenzestigwijk waar de afgelopen jaren veel verpauperde portiekflats gesloopt zijn en brave burgerlijke gezinswoningen teruggebouwd. Ook verrijst er, de laatste jaren, de ene na de andere torenhoge studentenflat, die middenstand met zich meebrengt: vorig jaar opende in het wat triestige overdekte winkelcentrum een heuse espressohipster met randstedelijkheden op de kaart, als ‘açai bowls’ en ingewikkelde koffie met namen van meer dan vijf lettergrepen. En zo verandert Paddepoel langzaam, zoals een vriendin laatst grapte, in ‘het Manhattan van Groningen’.

Paddepoel.

Binnen vijf minuten zit je op de ring, binnen vijf minuten sta je op de Grote Markt. En binnen vijf minuten sta je op een plaats delict.

Ik ken het Jaagpad goed. Het smalle fietspad langs het Reitdiep is mijn vaste wandelrondje, want mooi en dichtbij. Het is er zelden verlaten, zeker overdag is het een komen en gaan van hardlopers, fietsers en wandelaars. Ik fiets er overheen op weg naar fysiotherapeut en sportschool. Fiets-te, moet ik zeggen.

Het was nog maar iets na zevenen, die dinsdagavond, hartstikke licht nog, toen Hidde Bergman zijn dood tegemoet jogde. De politie heeft geen idee over een motief, volgens mensen die hem kenden was Hidde een doodgewone goeie jongen zonder vijanden. Grof geschut om de vermoedelijke dader te vinden. Sporenonderzoek, rondcirkelende helikopters. Opsporing Verzocht, een compositietekening. De sportverenigingen op de campus waarschuwen hun leden om niet alleen te fietsen - de trainingen gaan vaak door tot laat in de avond.

Extra op slot

Al snel gaat het erover als ik Reyer tegenkom. “Als mijn dochter bij me is, draai ik de achterdeur extra op slot’’, zegt hij. En laatst, toen hij boodschappen ging doen, nam hij toch maar die andere route, die langs de grote weg. Ikzelf deed dat ook, de eerstvolgende keer dat ik naar de fysiotherapie moest. Een andere keer, ik was de hoek al om, liep ik toch maar even terug naar huis om te controleren of de deur wel in het slot zat. En wandelen heb ik überhaupt niet meer gedaan, hoewel het mooie weer me verschillende keren ten dans vroeg.

De wat blikkerige man op de compositietekening - krullen die onder een pet uit piepen, donkere ogen - lijkt een beetje op Michael Jackson, constateren we. Reyer vindt hem wel heel algemeen. Je gaat anders naar mensen kijken, zegt hij, argwanender, taxerender, en ook dát herken ik, nu hij het zegt, had ik niet laatst ook dat ik iemand zag lopen en dat het toen even door me heen ging, zo van zou het?

Het stomme is: je wéét het eigenlijk wel. Je wéét dat die kerel heus niet op die plek in de bosjes blijft zitten wachten. Je wéét dat hij overal kan zijn. Je wéét dat er altijd idioten rondlopen, overal. Je wéét dat de kans dat je onder een auto komt of thuis van een keukentrapje kukelt en je nek breekt, vele malen groter is.

Al heel veel jaren komen we in buurten om verhalen op te tekenen van bezorgde bewoners. En nu zijn we zelf de bezorgde bewoners die constateren dat het nu wel héél dichtbij komt. Kijk ons nou, zeggen we tegen elkaar. Het is belachelijk! Stel je niet aan!

Het onderbewuste

We stellen ons niet aan, zegt Remco Spithoven, als ik hem voorleg wat er is gebeurd en hoe dichtbij. Hij is lector maatschappelijke veiligheid bij Hogeschool Saxion en onderzocht voor zijn promotie-onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam de angst van mensen om slachtoffer te worden van criminaliteit. Sterker, zegt hij: wat er in onze psyche gebeurt is volkomen normaal.

Wij mensen zijn erg gemotiveerd om veel afstand te houden tot risico’s, legt hij uit. Dat doen we door ons gedrag aan te passen - een fiets op slot te zetten, om maar eens wat te noemen. Maar vervolgens is er nog het onderbewuste dat ingrijpt. Door te maken dat je onderwerpen in je denken en spreken vermijdt, bijvoorbeeld - niemand praat graag over zijn eigen dood, of over die van zijn lieven, getsie nee, doe niet zo eng, en dan gaat het weer snel over iets gezelligers. Naast risico’s vermijden kan het onderbewuste ze ook neutraliseren, zegt de lector. Dan zegt het dingen tegen je als ‘joh, zo’n vaart zal het niet lopen’, en ‘de kans dat je onder een bus loopt is duizendmiljoen keer groter’. “Je onderbewuste stelt je als het ware gerust. Dat heeft geen enkele invloed op de objectieve kans om slachtoffer te worden, maar het houdt je wel lekker rustig.” Het zijn psychologische beschermingsmechanismen, zegt Spithoven. “Je onderbewuste is geprogrammeerd om de afstand tussen jou en het risico zo groot mogelijk te houden.”

Terug naar het Jaagpad.

Want ja, ons onderbewuste kan wel roepen dat de kans dat de dader opnieuw toeslaat en dan ook nog uitgerekend bij ons minimaal is, maar ja.

Wat de reactie van Reyer en mijzelve anders maakt dan die op andere misdrijven op andere plekken, zegt Spithoven, is dat het in dit geval toch, ja, niets aan te doen, excusez le cliché, heel dichtbij komt. ‘Ook al is een risico nog zo klein, op het moment dat het ingrijpt in je dagelijkse routine ontregelt het. En dat is hier het geval: het is dicht bij je huis gebeurd, op je vaste route.”

In zo’n geval, zegt hij, gaan alle radertjes draaien, de hoofdgedachte: stel nou dat ík dat was geweest. Ja, verdorie, geen irreële gedachte. Exact een week voor de steekpartij had ik er nog gewandeld, met de wind in mijn haar op een bankje naar het water zitten turen, naar het fluitenkruid en de stadskudde, schapen die de bermen begrazen.

Onveiligheidsbeleving

Waar je dan mee bezig bent, zegt Spithoven, zijn twee dingen. “Het eerste is: hoe bescherm ik mezelf? Dat doe je bijvoorbeeld door die omweg te nemen, door de sloten te controleren, de auto te pakken in plaats van de fiets. En ten tweede: alle mechanismen die je eerder geruststelden door te zeggen dat het jou niet overkomt, dat het zo’n vaart niet zal lopen, die werken niet meer. Het kán jou ook overkomen, dat kun je nu niet meer ontkennen.”

Een slachtoffer met wie je je kunt identificeren maakt het extra heftig, zegt de lector. Bij een afrekening in het criminele circuit ben je toch geneigd te denken: zo lang je uit die wereld blijft heb je niets te vrezen - weer dat onderbewuste. Maar Hidde Bergman is een, voor zover het nu lijkt althans, willekeurig slachtoffer. ‘‘Hoe meer je kunt denken: dat had mij ook kunnen overkomen, hoe meer nabijheid je ervaart en hoe harder het binnenkomt.’’

Opvallend: er is ook nog verschil tussen mannen en vrouwen. Mannen, zegt de lector, hebben vaak “een wat overdreven idee dat ze zichzelf wel kunnen beschermen”. Hun onveiligheidsbeleving is, doorgaans, meer altruïstisch, zegt Spithoven. ‘‘Dat betekent dat ze zich niet zo’n zorgen maken om hun eigen veiligheid, maar wel om die van hun vrouwen en dochters, omdat die in hun ogen kwetsbaarder zijn.’’

‘Een tijdje’

Oké, prima, maar wat nu? Stel dat de dader nooit gepakt wordt, durven we dan nooit meer langs het Jaagpad? En als we dat wél weer doen, hoe gaat zoiets dan? Hoe doen mensen dat? Besluit je op een gegeven moment dat het klaar is, of gaat het per ongeluk, dat je er op een dag gewoon niet meer aan denkt?

Dat laatste, zegt Spithoven. “Als er net iets ergs is gebeurd, staat iedereen op zijn achterste benen. De eerste paar dagen neem je een andere route, en als het niet weer gebeurt, ga je denken: het was iets eenmaligs, kennelijk valt het risico wel mee, je rationele kant neemt het dan over. Na een tijdje ebt angst weg en treedt er gewenning op.” Neem de aanslagen van 9/11, zegt hij, toen durfden veel mensen niet meer te vliegen, daar merk je nu niets meer van.

Hoe lang ‘een tijdje’ duurt, daar is weinig over te zeggen, en bovendien is de ene persoon angstiger dan de andere. Twee weken na de dood van Hidde schrijft Dagblad van het Noorden dat het langzaamaan weer wat drukker wordt op het Jaagpad, dat de wandelaars en fietsers druppelsgewijs weer terugkomen. Na twee weken, vertelt de lector, is precies het moment waarop een gemiddeld geheugen na een shockerende gebeurtenis begint te vertroebelen. “Misschien ben je de eerste twee keer nog alert op verdachte personen, maar daarna is dat echt wel voorbij.”

Het gesprek met Spithoven doet me goed, het is fijn om te horen dat we níet paranoia zijn, ons niet aanstellen. Met zijn woorden nog in mijn hoofd gooi mijn sportspullen in een tas en spring op de fiets. Op het kruispunt aarzel ik even en neem dan toch, licht teleurgesteld in mezelf, de hoofdweg. Volgende keer pak ik weer het Jaagpad. Misschien.

Alert zijn is ook goed

Opvallend: Slachtofferhulp krijgt de laatste tijd steeds meer bezorgde telefoontjes van mensen die geen slachtoffer zijn, of niet eens betrokken, of die zelfs niet eens in de buurt wonen, nadat er iets ergs is gebeurd. Na het ongeluk met de stint in Oss bijvoorbeeld, of na de aanslag in de tram in Utrecht.

‘‘Na beide gebeurtenissen kwamen de telefoontjes uit het hele land’’, vertelt woordvoerster Jytte Reichert. ‘‘Mensen die belden met ‘een naar gevoel’, leraren die de gebeurtenissen op school wilden bespreken en om advies vroegen hoe ze dat het beste konden aanpakken.’’ Heeft met de herkenbaarheid te maken, zegt Reichert. ‘‘Iederéén stapt wel eens in een tram of een bus. Iederééns kind zit op de opvang. Na de aanslag in Utrecht kregen we meer dan honderd van zulke telefoontjes, echt opvallend.’’

Lector maatschappelijke veiligheid Remco Spithoven noemt het ‘een mooi gegeven’ dat mensen met elkaar meeleven. Het gevoel van onveiligheid wordt, vindt hij, te vaak als een probleem gezien - volgens hem komt het echt maar heel zelden voor dat mensen zo bang worden dat ze de deur niet meer uit durven en trillend ‘achter de geraniums’ blijven zitten.

Spithoven roept de overheid op om anders met het gevoel om te gaan. ‘‘Die zou het minder moeten problematiseren, het juist meer in positieve zin moeten gebruiken, want het heeft een functie: het maakt mensen alerter, en die alertheid beschermt ons.’’

Lees ook:

De angst voor een aanslag speelt een rol in ons gedrag

Bang zijn is niet altijd rationeel. Toch zijn we alerter. Sommigen mijden vaker dan vroeger drukbezochte locaties.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden