'Ineens verloor ik van meiden van wie ik eerst dik won'

Een bijzondere prestatie biedt geen garantie voor een succesvolle carrière. Trouw spreekt in een vierdelige serie met sporters die na een hoopvolle uitschieter in de anonimiteit zijn verdwenen. Vandaag het slot: Arantxa Rus. De tennisster (24) versloeg in 2011 op Roland Garros wereldtopper Kim Clijsters. Nu probeert de Westlandse haar zelfvertrouwen te herwinnen.

"Die dag was ik heel zenuwachtig. Je speelt toch tegen Kim Clijsters. Dan ga je niet denken dat je die even gaat verslaan. Maar ik had in de weken ervoor ook al goed gespeeld dus ik was er niet bang voor.

"Er was best veel familie. Mijn ouders zaten op de tribune en mijn zus en een vriendin van haar. Mijn trainers waren er ook bij, Ralph Kok en Hugo Ekker.

"In de eerste set werd ik echt weggeslagen. Ik deed veel te weinig en liep alleen maar achter de feiten aan. Toen ik een set en 5-2 achterstond kreeg Kim matchpoint. Ik besloot gewoon maar van de wedstrijd te genieten. Je krijgt niet elke dag de kans om tegen zo'n speelster te spelen.

"Daarna ging ik vrijer spelen waardoor ik haar onder druk kon zetten. Ineens vielen de games net mijn kant op en werd het een echte wedstrijd. Toen ik de tweede set won, geloofde ik dat ik kon winnen.

"Ik was zo bezig met mijn spel dat ik pas na afloop door had dat er iets bijzonders was gebeurd. Alles was sowieso heel nieuw voor me want ik speelde voor het eerst op het center court. Er waren veel meer mensen dan normaal, maar dat had ik niet door. Ik weet niet eens meer wat Kim na afloop aan het net tegen me heeft gezegd. Ik zat in een soort flow.

"Na de wedstrijd kwam er een hoop op me af. Veel meer dan wanneer ik op een buitenbaantje de tweede ronde zou hebben gehaald. Er was heel veel aandacht vanuit de media en mijn telefoon stroomde over van berichtjes van vrienden. Iedereen was verbaasd. Zat ik plotseling in zo'n grote zaal met allemaal buitenlandse journalisten. Ik was heel blij, alleen aan mij zie je dat nooit zo goed. De mensen die dicht bij me staan zien het wel. Ik blijf altijd rustig, of ik nu win of verlies. Van binnen voelt dat natuurlijk wel anders.

"Toen ik vervolgens in de derde ronde verloor, was alles weer normaal. Natuurlijk geeft zo'n zege een boost. Maar uiteindelijk is het één wedstrijd. Het heeft geen zin om er lang bij stil te staan. Ik moest gewoon weer de kwalificaties voor Rosmalen en Wimbledon spelen. Dan weet je meteen waar je plek is. Net als voor Roland Garros moest ik gewoon elke dag hard werken.

"In die tijd speelde ik vooral op de grand slams heel goed. Ik had veel zelfvertrouwen, voelde me goed, zat in een soort flow. Als je dat gevoel hebt, gaat alles een beetje vanzelf. Je weet op de belangrijke momenten hoe je moet spelen, twijfelt nergens over en haalt potjes eruit die je anders niet zou winnen. Het jaar erna haalde ik zelfs de vierde ronde in Parijs.

"Tegen het einde van dat seizoen merkte ik dat ik heel moe was. Ik voelde me slecht en was niet fit. Ik heb mijn bloed laten onderzoeken op de ziekte van Pfeiffer. Dat had ik gelukkig niet, maar het was wel een teken dat ik rustig aan moest doen. Ik denk dat ik gewoon iets te veel had gespeeld.

"Het volgende jaar begon ik slecht. Soms speelde ik wel goed, maar omdat ik op de WTA-wedstrijden altijd tegen sterke meiden moest spelen, verloor ik alsnog. Dat is niet goed voor je zelfvertrouwen. Ik bleef daar heel lang in hangen.

"Om iets te veranderen begon ik weer challengers te spelen, een niveau lager. Daar verloor ik ineens van meiden van wie ik eerst dik won. Dat is mentaal heel zwaar. Eigenlijk moet je vooruit blijven kijken, maar je gaat toch nadenken. Het gaat in je hoofd zitten als je van zo'n speelster als Kim Clijsters wint. Dan schep je hoge verwachtingen voor jezelf. Ik trainde hard, werkte hard, maar dacht te veel na op de baan. Het ging niet meer zoals ik wilde.

"Aan het einde van dat seizoen heb ik in de zomer twee weken vrij genomen. Als je zo hard werkt en geen resultaten ziet, is dat moeilijk. Ik moest er even uit, tijd doorbrengen met familie en vrienden. Soms is het goed om even je hoofd weg van het tennis te hebben.

"Daarna ging het een tijdje wat beter, ik begon eindelijk te winnen. Halverwege dit jaar stond ik met mijn ranking weer rond de 140. In oktober ging het de verkeerde kant op. In de kwartfinale van een toernooi in Mexico schoot het in mijn rug na een dropshot. Het straalde helemaal door naar mijn been.

"Het is niets ernstigs, maar ik moet wel rustig aan doen. Dat vind ik lastig. Zeker als het al zo lang niet lekker gaat. Soms moet mijn trainer me afremmen omdat ik te veel wil doen. Op dit moment doe ik alleen maar fysieke training, tennissen doet nog te veel pijn. Ik hoop in januari weer fit te zijn om challengers te spelen in Amerika. Daar wil ik punten pakken.

"Ik wil heel graag terugkomen in de tophonderd. Ik probeer elke dag positief te blijven en vooruit te kijken. Soms is dat wel moeilijk. Je moet heel geduldig zijn.

"Dat er nu wat minder aandacht voor mij is vanuit de media vind ik niet erg. Het is juist goed dat er nu een paar andere meiden zijn met wie het ook goed gaat. Vroeger was ik de enige die in de schijnwerpers stond. Maar ik speel nog altijd liever goed met aandacht dan niet goed zonder aandacht."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden