Ineens geen vreemdeling meer, maar lid van de club. Sociale media als Facebook, Hyves en Twitter bieden de gewone man een ongekend platform. En daar moeten we niet laatdunkend over doen.

Als verlegen tiener had ik wel gewild dat er Twitter was. Je bent in een café, je bent het muurbloempje. Je kijkt naar mensen die in jouw beleving veel groter zijn dan jij, maar in je fantasie hoor je bij hen. Je droomt over de interessante dingen waarover je zou praten, welke geslaagde grappen je zou maken, maar zal uit angst om te worden afgewezen nooit de eerste stap zetten. Stel nu, dat je je leukste gedachten zou kunnen uitzenden, als op een soort radio, dus zonder je tot iemand specifiek te hoeven richten. Misschien reageert er niemand, maar al was het er maar één, het zou gelijk een wereld van verschil zijn. Ineens geen vreemdeling meer. Lid van de club.

In die tijd was de oplossing: journalist worden. Dan houd je je perskaart omhoog als was het een penning van de CIA of de FBI. Open doen, jij hoge ome, beroemdheid, mooie vrouw. Kijk maar, zwart op wit: ik mag hier zijn en jou aanspreken. En vervolgens verslag doen en met een triomfantelijk ’objectiviteit bestaat niet!’ vertellen wat je er zelf van vindt. Niemand die zou hoeven weten dat het allemaal niet zoveel voorstelt, dat achter al die gewichtige teksten een doodgewoon mens schuilt.

Op Twitter, Facebook, Hyves en onder bloggers barst het ervan. Mensen die op straat niet opvallen, die in hun uitstraling het tegengestelde zijn van de showmasters, actrices, modellen en politici die de televisieschermen vullen en daar zo worden opgetild dat je het soms niet meer weet: is ’ie groot omdat ’ie interessant is, of omgekeerd. Talloze gewone mensen sturen het ene na het andere twitterbericht de wereld in. Vaak vervluchtigen die miniblogjes van maximaal 140 tekens onmiddellijk in al dat internetgeweld, maar soms schieten ze precies in de roos. Dan worden ze door de eerste ontvangers doorgestuurd naar hún vrienden en volgers, en nog eens ’ge-retweet’, en nog eens, en bereiken ze een publiek waar een kijkcijferkanon op tv jaloers op zou zijn.

Niet zo gek dus, dat ook die kijkcijferkanonnen op Twitter zitten. Femke Halsema is er een enorme kletstante, Barack Obama won er mede de verkiezingen mee. Maar zij doen in feite wat ze altijd al deden, met nieuwe middelen. Interessanter zijn al die miljoenen gewone mensen die zich geheel op eigen kracht een platform verschaffen. Volslagen vreemden slagen er via sociale media in om een netwerk van duizenden, soms honderdduizenden contacten op te bouwen. Het is gemakkelijk om minachtend te doen over hun eindeloze woordenstroom. Toch weten ze op een of andere manier bij velen een snaar te raken.

Soms is het keihard nieuws dat scoort: „Ik zie een vliegtuig in de Hudson vallen”. Soms zijn het spitsvondigheden: „Sarah Palin wil dat Julian Assange van WikiLeaks wordt vervolgd als Osama bin Laden. Goed nieuws voor Assange: gaat ie nog zeker tien jaar vrijuit”. Maar in verreweg de meeste gevallen zijn het berichten uit een ’wereldje’: journalisten, huisvrouwen, advocaten, stadgenoten, marketeers, verzamelaars Ze zoeken elkaar op en vlechten een netwerk waarin ze elkaar behoorlijk goed leren kennen.

Dat wil zeggen: daar waar ze elkaar wíllen kennen, en op de manier waarop ze door anderen willen worden gekend. De wijze waarop mensen zichzelf op internet presenteren geeft geen totaalbeeld. Vaak stellen ze zich bewust of onbewust op als de persoon die ze graag willen zijn. Niet dat dat verschilt van het gedrag van mensen op feestjes of bij de baas, maar op internet kun je ten opzichte van vreemden écht een frisse start maken, bijna worden herboren, simpelweg met het aanmaken van een nieuwe account op Facebook, Twitter of een van die andere platforms. Weg met die ballast uit het verleden, die onzekerheid en die hardnekkige reputatie. Gelijkgestemden zijn op internet zo gevonden, en nieuwe vriendschappen sluiten gaat er met één muisklik.

Om met Facebook te spreken: ’Vind ik leuk!’ Want wat zou er op tegen zijn? Waar staat het wetsartikel dat bepaalt wat vriendschap is? Ben je pas vrienden als je elkaar al heel lang kent, als je lief en leed met elkaar deelt en geen geheimen voor elkaar hebt? Of mag vriendschap ook heten: elkaars geheimen respecteren, elkaar ontmoeten waar en hoe je dat wilt zonder elkaar wederkerigheid of eeuwige trouw schuldig te zijn.

Toch wordt er veel gemopperd op sociale media. Het hoofdredactionele commentaar van Trouw na de kersttoespraak van koningin Beatrix in 2009 wees streng op het „reëel bestaande risico dat een virtuele wereld uiteindelijk de werkelijke wereld verdringt. Dat wordt in de hand gewerkt als steeds meer burgers schuilgaan achter hun schermen en spreken zonder tevoorschijn te komen, zoals de koningin beeldend omschreef.”

Een virtuele wereld. Het is een ouderwetse, laatdunkende term voor een omgeving waarin mensen zich bedienen van moderne communicatiemiddelen die kennelijk inferieur zijn aan de oorspronkelijke vormen van contact. Niets weegt immers op tegen de lijfelijke ontmoeting, het bij elkaar op bezoek gaan of, bijna heroïsch, elkaar recht in de ogen kijken. Hoe schril steekt dat mensje achter dat computerscherm daarbij af. Hij is de ultieme vreemdeling, in negatieve zin. Dat zit daar maar een beetje commentaar te leveren zonder dat bewezen is wie hij is. Dat roept maar even iets tot een groot publiek zonder dat massamedia hem officieel hebben erkend als persoon die ertoe doet.

Kom, laten we er nog een schepje bovenop doen, even lekker roepen hoe ’plat’ de wereld van de sociale media is. Een nieuw contact op Facebook of Twitter heb je in een handomdraai, doordat hele volksstammen niets anders doen dan hun digitale netwerk uitbouwen: „Dankjewel dat je me volgt op Twitter! Word vrienden met me op Facebook!” Er zijn twitteraars die slechts één schamele tweet hebben geschreven en toch tienduizenden volgers hebben, simpelweg door in te spelen op de aandachtshonger van andere twitteraars. Iedereen die hen volgt, volgen ze direct ’terug’, een formule die wereldwijd mensen trekt als vliegen op de stroop.

Mensen kunnen helemaal zelf bepalen wat ze met sociale media doen, en dus doen ze dat. Wie gelooft nu werkelijk dat de tientallen miljoenen sociale-mediagebruikers niet eveneens het meest hechten aan persoonlijk contact? Alleen, hun netwerk is veel groter dan dat en hun digitale omgeving leent zich voor voortdurende verandering. Voor wie op Facebook vrienden als kraaltjes aan een ketting rijgt, is het logisch dat hij van deze vrienden even gemakkelijk weer afstand doet. ’Ontvrienden’ heet dat en zo kil is het niet. Je doet het bijvoorbeeld omdat de ander niet voldoet aan je verwachtingen of omdat er weer nieuwe werelden lonken.

Opmerkelijk is vooral hoeveel contacten je zo kan onderhouden. Op Twitter volg ik tegen de tweeduizend mensen. Elke ochtend stal ik mijn fiets in het fietsenhok van het werk, en loop dan om het gebouw heen naar de hoofdingang. Tijdens dat tochtige wandelingetje check ik op mijn iPhone mijn Facebook-account en loop ik even mijn stroom twitterberichten na. Dat zijn zeker vierhonderd meldingen, voornamelijk van mensen in journalistiek, communicatie, management en marketing. Hun berichtenstroom laat ik snel over het scherm rollen. Geregeld blijft mijn blik steken bij een intrigerend woord of een vertrouwde naam. Dan lees ik even en scroll weer verder. Tweeduizend mensen, en toch weet ik doorgaans goed wat er in deze door mijzelf gecreëerde gemeenschap leeft. Voor mij zijn het bekenden, ja, vrienden. Binnen de perken van welbepaalde interesses natuurlijk, en waarschijnlijk slechts tijdelijk, maar daarom niet minder oprecht.

Vriendschap als totaalbeleving is dat dorp waar je je leven lang blijft wonen en het dus linksom of rechtsom met elkaar blijft stellen. Twitter en Facebook zijn de grote stad waar je mensen ontmoet als je dat wilt maar ze ontwijkt als je daar even geen zin in hebt. En nu wat er zo mooi aan is: de dorpsbewoner kan een stad bouwen, vol van mensen die hij nauwelijks kent maar met wie hij zich toch verbonden voelt. En de stadsbewoner kan een dorp vormen, een gemeenschap van gelijkgestemden. Geen vreemdeling hoeven zijn, maar het wel kúnnen zijn. Het zo voor het zeggen hebben, daar had ik als tiener heel wat voor over gehad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden