Ineens beseffen dat God bestaat

Hij geldt als een van de knapste fysici van deze tijd, en is behalve dichter ook belijdend christen. Zelf vindt de Nijmeegse hoogleraar Mikhail Katsnelson, geboren in de toenmalige Sovjet-Unie, dat geen contradictie. 'Ik verzet me tegen de gedachte dat de wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn.'

Nee, zegt hij, hij gelooft niet dat de natuurwetenschap op een dag alle raadselen zal oplossen. "Als je de kranten moet geloven is de wetenschappelijke vooruitgang enorm. Dat komt ook door de slechte gewoonte van mijn collega's om publiekelijk wel te vertellen over hun successen en niet over hun falen. Omdat ik géén buitenstaander ben, weet ik hoe extreem moeilijk wetenschap in werkelijkheid is. Je kunt alleen volkomen zeker zijn over enkele zeer eenvoudige systemen. Ik ben sowieso heel sceptisch over wetenschappelijke vooruitgang."

Grappige uitspraak voor een wetenschapper.

"Waarom? Mijn professionele ervaring leert mij dat de wereld om ons heen extreem gecompliceerd is. Ik ben trots op wat wij als natuurwetenschappers hebben bereikt, maar het gaat altijd om uiterst elementaire dingen. Je doet tien jaar onderzoek naar grafeen, en dan begrijp je nog maar een héél klein beetje hoe zoiets heel simpels werkt. Je moet ongelooflijk veel inspanning verrichten om een piepklein deeltje van de werkelijkheid te doorgronden. Ik weet bijna zeker dat veel van mijn collega's het hiermee erg oneens zijn, maar ik geef er de voorkeur aan om nederig te blijven."

Mikhail Katsnelson (1957) ontvangt in zijn sobere werkkamer op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zijn verschijning is even imposant als beminnelijk, in zijn Engels schemert het Russisch onbekommerd door. Behalve hoogleraar theoretische fysica en veelvuldig bekroond en geciteerd onderzoeker is hij dichter - een combinatie die zelden voorkomt. Toen hem vorig jaar de chique Spinozapremie werd toegekend, bracht zijn universiteit bij wijze van eerbetoon een drietalige poëziebundel van hem uit. Motto voorin: 'Van alle kunsten is de belangrijkste voor ons: in het donker overleven'.

Wellicht nog opmerkelijker: hij is ook belijdend christen. Dat lag niet erg voor de hand. Katsnelson groeide op in Magnitogorsk, in het zuiden van de Oeral. Zijn ouders, beiden arts, waren 'typische sovjet-Joden, volstrekt geassimileerd en atheïstisch'. "Mijn grootouders", zegt hij, "waren nog orthodox-joods, mijn ouders deden niets meer aan de tradities, spraken ook de taal niet meer. Als kind kreeg ik lelijke woorden naar mijn hoofd geslingerd op straat. Zo kwam ik erachter dat ik tot een volk behoorde waaraan mensen een hekel hadden - om redenen die ik niet begreep. Maar wat het jodendom inhield? Geen idee."

Al heel jong wist hij dat hij onderzoeker wilde worden. "Thuis hadden we veel boeken over wetenschap en geneeskunde, die las ik heel gretig. Er heerste in de Sovjet-Unie ook grote sociale druk om de natuurwetenschappelijke richting op te gaan. Die stond op zeer hoog niveau. In cultureel opzicht was het een heel armoedige tijd. Je werd gehersenspoeld in het marxisme-leninisme. De klassieke Russen waren op school verplicht: Tolstoj, Dostojevski, Poesjkin, Gogol. Maar boeken van belangrijke twintigste-eeuwse schrijvers als Mandelstam, Pasternak, Achmatova waren niet verkrijgbaar omdat ze antisovjet zouden zijn. Pas toen ik al werkzaam was als fysicus raakte ik geïnteresseerd in letteren en filosofie." Lachje. "Een van de eerste filosofen die ik las was Spinoza."

Op zijn vierentwintigste kreeg Katsnelson voor het eerst een bijbel in handen, in een prerevolutionaire, negentiende-eeuwse uitgave. "Kun je je dat voorstellen? Ik had wel van het bestaan gehoord, maar er nog nooit een gezien. De Bijbel was niet verboden in de Sovjet-Unie, maar niet erg wijdverbreid. De meeste mensen beschouwden religie als flauwekul, er was geen enkele reden om daar je tijd aan te verspillen. Maar ik was nieuwsgierig. Dus begon ik bij Genesis en eindigde ik bij Openbaringen. Ik las de Bijbel zoals je literatuur leest."

Wat vond u ervan?

"Ik was geshockeerd."

Geshockeerd?

"Geshockeerd in de zin dat het een volkomen nieuwe ervaring was voor mij. Ik raakte vooral onder de indruk van Job en Prediker. Die troffen me enorm omdat die teksten zo totaal anders waren dan alle literatuur die ik ervoor had gelezen. Het leven van Job, waarvoor een modern schrijver duizend pagina's nodig zou hebben, wordt in een paar verzen geschetst. Heel indrukwekkend."

Kijk, zegt hij. "Alles was nieuw voor mij. Als je met die verhalen bent grootgebracht dan gaan ze je misschien tegenstaan en besef je niet hoe belangrijk ze zijn. Als je ze pas als volwassene voor het eerst leest dan voel je meteen de kracht ervan."

En op zeker moment bekeerde u zich?

"Toen ik een jaar of dertig was."

Hoe kwam dat?

Stilte. "Ik vind dat altijd heel moeilijk uit te leggen. Mijn bekering kwam voort uit een intense, innerlijke ervaring. Een mystieke ervaring, zo u wilt. Veel mensen hebben zoiets meegemaakt, maar ik heb er nog nooit een goede beschrijving van gelezen. Het was een plotseling, heel helder inzicht. Nee, ik was niets bijzonders aan het doen. Ik zat in mijn appartement, en ineens besefte ik dat God bestaat en dat Hij weet heeft van mijn bestaan. Vanaf dat moment geloofde ik, die ervaring heeft mijn hele leven bepaald. Ik kan niet eens zeggen dat ik me bekeerde. Er was immers geen religie waarvan ik me bekeerde."

Een jaar of zes later liet hij zich dopen in de Russisch-orthodoxe kerk. "Ik zei tegen een priester dat ik dat wilde, en zo gebeurde het. Was ik uit een religieus-Joodse familie gekomen, dan zou het vast heel moeilijk, zoniet onmogelijk zijn geweest om toe te treden tot de kerk. Nu was het geen enkel probleem."

U voelde zich niet aangetrokken tot het jodendom?

"Nee, maar dat kwam door hoe mijn leven was verlopen. Als ik met de joodse tradities was opgevoed, had ik me daar misschien wel aan vastgehouden. Misschien is het spijtig dat ik er niets vanaf wist. Niemand in mijn omgeving wist er iets vanaf."

Wat vonden uw ouders van uw bekering?

"Dat weet ik niet. We hebben nooit gepraat over dit soort zaken. En toen ik me liet dopen, waren ze allebei al dood."

Een trouw kerkganger, zegt Katsnelson, is hij in Nederland niet. "In Rusland heb je overal kerken. In Nijmegen heb je er eentje, maar geen volwaardige. Soms komt er een priester over uit België, dan is er een dienst. Ik schiet in dat opzicht tekort. Maar mijn geloof is wel de grondslag van mijn bestaan."

Zijn poëzie, zegt hij, is daarmee nauw verbonden. "In zekere zin zijn al mijn gedichten een poging om de mystieke ervaring die ik toen had in woorden uit te drukken. Het is de bron waaruit mijn poëzie voortkomt."

Wanneer begon u met dichten?

"Eigenlijk pas zeven jaar geleden. Natuurlijk had dat ook te maken met een diep verlangen naar Rusland, naar mijn eigen taal. De drang om te dichten was er trouwens altijd al, maar ik dacht dat ik niet genoeg talent had. Op zeker moment realiseerde ik me dat mijn gedichten misschien toch niet heel slecht waren. Toen ben ik via internet begonnen met publiceren en daar kreeg ik veel reacties op. Er zijn nu verschillende elektronische magazines in Rusland die mijn poëzie plaatsen."

Inderdaad, beaamt hij, ook hem zijn geen andere voorbeelden bekend van natuurkundigen die dichten. "Als ze kunstzinnig zijn, dan houden ze zich meestal bezig met muziek. Einstein speelde viool, Max Bohr speelde piano, Heisenberg ook. Ik ben geloof ik de enige die het combineert met poëzie."

Ook opmerkelijk is de combinatie christen en natuurwetenschapper.

"Is dat zo? Natuurlijk, in de Sovjet-Unie waren de meeste wetenschappers sterk antireligieus. Maar hoe ongewoon de combinatie daar nu is, weet ik niet. Hier in Nijmegen aan de universiteit is religie geen gespreksonderwerp. Ik zal het thema ook niet snel zelf aanroeren, het is te intiem. Daarom weet ik niet hoe collega's erin staan."

Menigeen denkt dat religie en natuurwetenschap niet samengaan.

"Waarom niet? De wereldbeschouwing van de Sovjet-Unie was gebaseerd op wetenschap. Alles wat je niet wetenschappelijk kon aantonen was onwaar of niet belangrijk. Als je deze visie nog steeds aanhangt, dan kan natuurwetenschap inderdaad niet samengaan met religie. Maar zo heb ik er nooit tegenaan gekeken. Ik ben een praktisch mens, in de zin dat ik iets nodig had om mijn mystieke ervaring te ordenen en te kanaliseren. De natuurwetenschap kon me daar niet bij helpen, de christelijke traditie wel. Nu kon ik bidden, rituelen volgen, een bijbels onderscheid maken tussen kwade en goede entiteiten. Als ik me daartoe niet had gewend, was ik vermoedelijk gek geworden."

Natuurwetenschap en religie, vindt Katsnelson, spelen zich af 'op twee totaal verschillende' niveaus. "Ik verzet me tegen de gedachte dat wetenschap onze enige bron van kennis zou zijn. Als ik wil begrijpen wat magnetisme is dan kan ik dat niet vinden in de Bijbel. Omgekeerd is de menselijke psyche veel te gecompliceerd voor de wetenschappelijke benadering. Ik betwijfel sowieso of je daarover ook maar iets wetenschappelijk betrouwbaars kunt beweren. Religie biedt wél antwoorden. Religie gáát over de ziel, over de mens, over zijn plaats in de wereld. Mijn geloof vertelt me hoe ik mijn vrienden en mijn vijanden moet behandelen. Vanuit mijn geloof kan ik uitleggen waarom eerlijkheid goed is, en bedrog slecht. In al dat soort zaken heb ik niets aan de wetenschap."

Wetenschap helpt u niet bij de moraal, bedoelt u?

"Om een probleem wetenschappelijk op te lossen moet je diep nadenken, je moet lezen wat andere mensen erover hebben geschreven, jaren onderzoek doen. Als je moet kiezen tussen goed en kwaad heb je daar geen tijd voor. Dan moet je meteen beslissen."

Stel, zegt Katsnelson, iemand heeft je iets aangedaan en je komt hem tegen. "Moet je hem de hand schudden? Omhelzen? Moet je hem zeggen op te hoepelen? Moet je hem doden? Ik kan niet dertig jaar van mijn leven besteden aan uitzoeken wat het juiste is. Ik heb iets anders nodig, en wel onmiddellijk. Weet u, als de wetenschap zou beweren dat ik mijn vijanden moet doden terwijl mijn religie dat verbiedt, dan zou dat een contradictie zijn. Maar mijn wetenschap zegt daar niets over. Dus hoe kun je volhouden dat wij alles in de werkelijkheid wetenschappelijk moeten benaderen?"

Heeft u een beeld van God in het universum?

"Nee, nee. Wellicht is het heel interessant hoe God zich verhoudt tot het universum, maar niet voor mij. Mijn geloof gaat niet over hoe het heelal in elkaar zit. Kent u het aforisme van de middeleeuwse mysticus Angelus Silesius? Hij zei: Christus mag duizendmaal in Bethlehem geboren zijn, is hij niet in jou geboren dan ben je voor altijd verloren. Dat is voor mij de essentie."

Mikhail Katsnelson

Mikhail Katsnelson (Magnitogorsk, 1957) studeerde natuurkunde in Sverdlovsk (het huidige Jekaterinenburg), waar hij in 1980 promoveerde en in 1992 hoogleraar werd. In 2002 vertrok hij naar Zweden, twee jaar later volgde zijn benoeming tot hoogleraar theoretische fysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij werkte samen met zijn landgenoten Andre Geim en Konstantin Novosol aan het doorgronden van grafeen - koolstofatomen die als kippengaas aan elkaar zijn verbonden. Geim en Novosol ontvingen voor dat onderzoek in 2010 de Nobelprijs. In datzelfde jaar plaatste onderzoeksbureau Thomson-Reuters Katsnelson op de lijst 'hottest' natuurwetenschappers. In 2013 ontving hij de Nederlandse Spinozapremie en een belangrijke Europese beurs.

Misha Katsnelson is getrouwd en heeft twee volwassen kinderen.

VAN EEN PLUCHEN BEER

Ik weet niet meer hoe oud ik was.

Waarschijnlijk was mijn keel beslagen.

'k Was ziek en ging niet naar de kleuterklas.

Eerst had ik nog geen klagen.

Je ligt in bed, je leest een boekje

en peinst wat in je hoofd.

Ineens begreep ik: mijn pluchen Bruintje

was feitelijk gewoon dood.

Kat Spinner leeft, maar Bruintje niet, want

niet ieder leeft waarmee ik me omring.

En achter die heel enge rand

is hij geen beertje, maar een ding.

En eenmaal over de rand

komt hij toch nooit tot leven,

al staat de wereld in de brand

en zijn de jaren voortgedreven.

We huilden samen, beer en ik,

het schepsel en de schepper een koraal.

Tot op heden, ik zeg u eerlijk,

ben ik er nooit meer van bekomen, niet helemaal.

Vertaling: Suïntha Uiterwaal

Mikhail Katsnelson: Vijftien gedichten. Illustraties van Yury Romanov. Radboud Universiteit Nijmegen, Nijmegen; 77 blz.. (De bundel is niet in de boekhandel, maar wel te lezen via: http://issuu.com/radbouduniversiteit)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden