Indonesië leest Oeroeg met de nodige reserve

In Indonesië is Oeroeg niet altijd zo welwillend ontvangen als in Nederland. Vlak na verschijnen noemde de Indische schrijver Tjalie Robinson de novelle zelfs ’vals’, ’naïef’ en ’totok’. Koloniaal. Iets van zijn kritiek ijlt na in de commentaren van schrijvers en studenten die hun mening gaven bij de presentatie op maandag 5 oktober in het Erasmushuis in Jakarta van de vertaling van Oeroeg in het Bahasa Indonesia. ’Oeroeg kawanku,’ luidt de eerste regel. ’Oeroeg was mijn vriend.’

Indonesië lijkt Oeroeg niet te lezen als een novelle, maar als een realistisch autobiografisch verslag of een politiek pamflet. Zoals dichter, schrijver en kruidenarts Putu Oka Sukanta. Hij prijst de verzoenende toon van Haasse, maar had liever gezien dat het personage van Oeroeg niet steeds radicaler was geworden, vertelt hij: „Ik zou willen dat Oeroeg zou hebben gestreden voor de gelijkheid van de mensheid”. Het beeld van zijn land dat uit de novelle oprijst, vindt hij eenzijdig.

Ook een kleine groep studenten in het Komunitas Salihara aan de rand van Jakarta begrijpen niet dat Haasse niet meer aandacht heeft besteed aan het leed van Oeroeg en zijn medestrijders ten tijde van het kolonialisme. Ze hebben een nacht doorgehaald om de novelle te lezen en daarover in discussie te gaan met de schrijver Abdelkader Benali, die ook deel uitmaakt van de groep journalisten die in het spoor van Oeroeg over Java reizen.

Mufti Ali Soli, student geschiedenis, 21 jaar oud, blijft Javaans beleefd in zijn formuleringen, maar blijkt uiteindelijk niet betoverd door de magie van de beeldende taal van Hella Haasse. Niet omdat die er niet zou zijn, maar omdat zijn overtuiging hem dat niet toestaat. Hij wantrouwt de idyllische tekening van zijn land aan het begin van de vorige eeuw: „Het is verkeerd om te romantiseren”, zegt hij. „In die tijd hadden wij het heel moeilijk.”

Na afloop van de discussie met Benali blijkt dat de studenten zich heel serieus op het boek hebben gestort. Ze praten er vol vuur over en willen graag verder discussiëren. Benali wordt door de studenten onderling een boleh genoemd, een blanke. Voor Benali is dat verrassend. In Nederland wordt hij steevast als Marokkaan gekenschetst, gebrandmerkt zelfs soms, hier is hij plots – zeker nu hij opdraaft in chique pak en streepjesoverhemd – een representant van de vroegere kolonisator.

Zo gaapt ook na vijftig jaar nog altijd dezelfde kloof tussen welwillende westerlingen en voormalige ’inlanders’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden