Indonesië: investeren in mensenrechten en dialoog in tijdperk na Soeharto

De val van Soeharto is één ding, veel meer wacht Indonesië op hervormingen, die de verpauperde massa's laten delen in economische vooruitgang en die verzoening en dialoog tussen etnische en religieuze groepen moeten helpen realiseren. Zulke wensen vloeien gemakkelijker op papier, dan dat ze in concrete programma's ter hand kunnen worden genomen.

De roep om het aftreden van Soeharto en om democratie van deze dagen is even vanzelfsprekend als ongewis. Er zijn namelijk geen civiele structuren voorhanden die deze autocratische maatschappij, waarin de infrastructuur van het leger nog altijd een 'onmisbare' ruggegraat vormt, in democratische zin kunnen transformeren.

Er is wel gemoderniseerd en geïnvesteerd, maar vooral in macht en uitsluiting. Internationale druk is daarbij onder de maat gebleven en was te mechanisch van aard. Zo heeft het IMF de kapitaalvlucht niet gestopt, maar wel de brandstoffenprijzen opgedreven, zodat de kookpotten doofden.

De democraten van het Westen, ook de Nederlandse, leggen al jaren bitter weinig engagement aan de dag als het gaat om democratie en mensenrechten in Indonesië. Het land is lid van meer dan vijftig internationale organen, en nog altijd kan het regime zich veroorloven de jurisdictie van het Internationaal Gerechtshof naast zich neer te leggen.

Is er niet te blindelings geloofd in een automatische 'spin-off' van economische activiteit ten gunste van mensenrechten? Terugdenkend aan de hoon waarmee minister Pronk in eigen land werd overladen, toen hij door Soeharto werd gedesavoueerd, is er ook voor Nederland politiek zelfonderzoek geboden. Te vaak hebben onze politici het koloniale verleden aangegrepen als excuus om zich jegens Indonesië juist op de vlakte te mogen houden.

Koningin Beatrix noemde in een toespraak bij haar staatsbezoek mensenrechten evenwel “een vanzelfsprekend element tussen landen en dus ook tussen Nederland en Indonesië'. Ook het Nederlandse bedrijfsleven, voor zover het nog altijd handel en mensenrechten meent te kunnen scheiden, moet zich nu realiseren, dat het zich heel lelijk in de vingers kan snijden.

Had vanuit de Europa en Nederland niet meer steun gegenereerd kunnen worden voor Megawati, Wahid en de moedige vastenbrief van de Indonesische Bisschoppen? Welke morele en feitelijke steun is er gegeven aan activiteiten voor dialoog en verzoening in een samenleving, die nu voor de zoveelste keer ten prooi valt aan vreselijk geweld? Waarom kwam er, afgezien van Horta en Belo, nooit een vredesprijs voor Indonesische democraten en bruggenbouwers?

De grootste dreiging die Indonesië thans boven het hoofd hangt is, dat de duivel met Beëlzebub wordt uitgedreven: een nieuwe dictator of religieuze fundi's aan de macht. Het kan alle kanten opgaan, roepen waarnemers.

De grote moslim-organisaties uit het begin van deze eeuw, de Muhammadyah en de Nahdatal Ulama zijn weliswaar massaal, maar kunnen (nog net zoals in de Hollandse tijd) slechts identiteit bieden aan de eigen achterban en nauwelijks structuur leveren voor zo'n ontwikkelingsproces. De organisatie van moderne moslim-intellectuelen (ICMI) heeft in een nabij verleden té zelfbewust en té exclusief de moslim-kaart getrokken om een centrale rol te kunnen spelen in de zo gewenste dialoog en verzoening tussen Javanen en Chinezen, moslims, christenen en hindoe's.

Het is helaas realistisch, om op dit moment voor Indonesië niet veel meer te 'hopen' dan een militair overgangsregime, dat liever op het 'nationalistische' dan op het exclusief-religieuze zal mikken. Al zorgt het er maar voor, dat de nationale waarden van Soekarno's 'Pancasila' - de 'vijf zuilen' van het geloof in één God, medemenselijkheid, nationaal bewustzijn, democratie en sociale rechtvaardigheid - niet ingeruild worden voor exclusieve moslim-waarden.

Een nieuw regime zal allereerst vanuit het Westen steun moeten krijgen voor noodhulp en sociale vangnetten, vóórdat de noodzakelijke economische hervormingen verder worden geforceerd. Er zijn verder gerichte dialoog-projecten nodig tussen de religies en volkeren van Indonesië, die de eigen tradities van tolerantie stimuleren. Versterking van democratische structuren moet recht doen aan de eigen kwetsbare pluriformiteit van Indonesië en haar eigen karakteristieke overlegcultuur. Koningin Beatrix refereerde bij haar staatsbezoek opvallend aan de Indonesische beginselen van 'musjawarah' (samen overleggen) en 'mufakat' (gezamenlijk besluiten).

In zijn proefschrift 'Indonesië, een strijd om nationale identiteit', stelde bisschop Muskens terecht dat de precaire Indonesische evenwichten ook vragen om 'gotong-rojong' (het samenwerken van iedereen), een principe dat zou kunnen verplichten het levensbedreigende isolement van de Indonesische Chinezen te helpen ontsluiten. In dit proces zouden de christelijke kerken (waartoe de Chinezen in grote aantallen behoren) een belangrijke rol kunnen spelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden