Indolentie zit er bij de Slaven ingebakken

Theun de Vries, 'Sint Petersburg', uitg. Querido, Amsterdam 1992, 421 blz. - 49,90.

ANTOINE VERBIJ

"Ik ben aan 'Sint Petersburg' begonnen in mei 1990 en in oktober 1991 was het klaar, kort voordat de naam van Leningrad weer werd veranderd in Sint Petersburg. Dat deed mij deugd, ja. Hoewel ik mij kan voorstellen dat voor veel mensen de naam Leningrad iets speciaals betekent, vooral in verband met de oorlog. Het beleg door de Duitsers en wat die mensen daar doorgemaakt hebben, is toch geassocieerd met de naam Leningrad. Maar de puinhoop die de communisten van dat land gemaakt hebben, heeft voor miljoenen mensen en ook voor mij de glans van de naam Lenin bedorven."

'Sint Petersburg' is een historische roman over de mislukte poging die een groep officieren in december 1825 ondernam om de tsaar ten val te brengen. Door de napoleontische oorlogen waren zij in contact gekomen met het gedachtengoed van de Franse Revolutie. Hun revolutionaire aspiraties hielden zij lange tijd verborgen in geheime genootschappen, totdat de dood van tsaar Alexander tijdelijk een machtsvacuum schiep. Zij waagden een coup, maar het werd een deerniswekkend debacle: een groep besluiteloze officieren bezette met enige manschappen het Petersburgse Senaatsplein, maar werd meteen omsingeld door een overmacht aan tsaargetrouwe troepen, die met enkele kanonskogels de putsch aan flarden schoten. Van de opstandige officieren, die al gauw de 'dekabristen' werden genoemd naar de voor hen zo noodlottige maand december, werden er vijf opgehangen, terwijl de overigen naar Siberie werden verbannen.

"De geschiedenis van Rusland heeft me altijd enorm gefascineerd, vooral de geschiedenis van de revolutionaire bewegingen daar. En dat waren er nogal wat. Lenin is eigenlijk de op een na de laatste in een lange reeks geweest - Gorbatsjow zie ik als de voorlopig laatste. De dekabristen vormden een van de meest spectaculaire bewegingen. Ik hou van gebeurtenissen met een epische uitstraling, en dat heeft deze coup. Die belangstelling voor de dekabristen kreeg een belangrijke impuls toen ik in 1949 voor het eerst in Leningrad kwam. Toen zag ik plotseling dat schitterende decor, waarin zij zich als in een grote staatsopera moeten hebben bewogen, de rivier, de paleizen, de Newski Prospekt, dat werkte enorm op mijn verbeelding."

De meest tot de verbeelding sprekende figuur in 'Sint Petersburg' is Pawel Pestel, de enige officier onder de nogal onbeholpen dekabristen die een duidelijk idee had van wat er na de staatsgreep moest gebeuren. Hij wilde Rusland met harde hand hervormen. Was hij in dat opzicht een voorloper van Lenin?

"Jazeker. Hij had net als Lenin het gevoel dat je de Russen alleen met harde hand kunt dwingen om een nieuw land op te bouwen. Hij was een briljante militair, dus als hij niet was opgeknoopt, had Rusland wel eens kunnen uitgroeien tot een grote militair dictatuur met democratische inslag - zoiets als wat Fujimori nu in Peru wil."

Vrijwel alle personages in 'Sint Petersburg' zijn historische figuren, maar er is een belangrijke uitzondering: de hoofdpersoon Sergej Danilin. Het is een procede dat De Vries ook in eerdere historische romans volgde.

"Zulke fictieve figuren als Sergej Danilin zijn eigenlijk allemaal verborgen gestalten van mijzelf. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor Baron, de hoofdpersoon uit de gelijknamige roman, in hem heb ik een hele hoop van mijn eigen scheppende aspiraties gelegd. Mensen zeggen wel eens: jij schrijft nooit over jezelf. Maar dat doe ik dus wel."

In dit licht mag het opmerkelijk heten dat de al even fictieve hoofdpersoon van de roman waar De Vries op dit moment aan werkt, een vrouw is, Xenia Danilina, de dochter van Sergej, die in Siberie opgroeit en later als apothekeres de dorpjes in de omgeving van Irkoetsk afreist. Ze trouwt met een ambtenaar uit Sint Petersburg en komt uiteindelijk weer in die stad terecht. 'Terug uit Irkoetsk' gaat de roman heten en hij speelt in de tijd na de Krimoorlog.

"Ik ben wel bang dat ik vast kom te zitten in de sporen van de grote Russische schrijvers. Het verhaal speelt in de periode dat Dostojewski, Gontsjarow, Toergenjew en even later ook Tolstoj komen opzetten, de reuzen van de Russsiche literatuur. Daar moet ik dus langsheen zien te laveren, dat is heel moeilijk, ik zal de hete adem van de Ruslandkenners in mijn nek voelen."

Maar waarom, zo vraag je je af, zou Theun de Vries die hete adem vrezen? Hij is immers zelf een niet onverdienstelijk Ruslandkenner. Dat begon toen hij als jongeling Dostojewski las, die hem meteen al een vermoeden gaf van de peilloze diepten van de Russische literatuur. Maar de echte liefde ontbrandde in Het Gooi, waar hij een jaar stage liep voor bibliothecaris. Het was eind jaren twintig, een tijd waarin De Vries, zoals het een eenentwintigjarige betaamt, nog zoekende was en zwierf van de geheelonthouders naar de anarchisten en van de humanisten naar het socialisten.

"Iemand maakte me opmerkzaam op een lezing van een anarchist in Bussum. Die lezing bleek over Tolstojs 'Oorlog en vrede' te gaan en die man deed dat zo pakkend en beeldend dat ik dacht: dat moet ik lezen. En echt, ik was wat je noemt 'sweeped off my feet', helemaal hoteldebotel. En eigenlijk is dat steeds zo gebleven. Het is het enige grote boek waar ik mijn leven lang aan trouw ben gebleven. Wat een boek!"

De liefde voor de grote Russen ging aanvankelijk nog gelijk op met die voor de grote Amerikanen: Dos Passos, Steinbeck, Faulkner.

"Uit hun boeken kreeg je een heel compleet beeld van Amerika, met al zijn deugden, zijn gebreken, enzovoort. In feite waren het twee polen. Aan de ene kant dat expressionistische, zakelijke en realistische van de Amerikanen, en aan de andere dat revolutionair-socialistische van de Russen. Voor een jonge schrijver was dat prachtig. Het was verrukkelijk en ook heel nuttig om zoiets te ontdekken."

Uiteindelijk sloeg de balans toch door naar de Russen, niet in de laatste plaats omdat De Vries in het vaarwater van het communisme terechtkwam. Bijna had hij toen ook al zijn eerste reis naar de Sowjetunie gemaakt. In 1934 bereikte hem via Jef Last een uitnodiging voor het grote schrijverscongres in de Sowjetunie, het congres dat uiteindelijk de geschiedenis zou ingaan als het begin van de gelijkschakeling en van de daarmee gepaard gaande zuiveringen onder de sowjetschrijvers.

"Ik werkte toen als bibliothecaris in Sneek en ik vroeg dus aan het bestuur of ik een maand verlof mocht hebben om naar dat congres te gaan. Het antwoord was dat ik wel verlof kon krijgen maar dat ze niet wisten of bij mijn terugkomst mijn baan nog wel beschikbaar zou zijn. Ik was toen net getrouwd, ik had een kind, ik wilde dat risico niet lopen."

Toen De Vries in 1936 lid werd van de Communistische Partij Nederland, brak de Ruslandliefde pas echt goed door. "Ik heb toen alles gepakt wat ik maar te pakken kon krijgen, ik heb een geweldige verzameling aangelegd. Waarbij ik wel moest vaststellen dat de klassieken het wonnen van de modernen. Eigenlijk houdt het bij Gorki op. Daarna heb je hooguit nog iemand als Sjolochow, met zijn prachtige 'Stille Don'. En okee, Babel natuurlijk, en nog een paar andere grote sowjetschrijvers - die zijn dan ook allemaal vernietigd. Vreselijk was dat. Maar het erge was dat wij in die tijd, en eigenlijk niet alleen in die tijd, met leugens zijn gevoed. We hebben altijd heel vreemde dingen vernomen over schrijvers die in die tijd zwegen of verdwenen waren. Die heetten ineens contrarevolutionairen te zijn. In je achterhoofd begint dan wel al een soort vragend gezeur of zeurend gevraag. Maar daar kreeg je alleen maar onbevredigende antwoorden op. Dat zat niet lekker toen, helemaal niet."

Het was in die tijd dat De Vries zich de eerste beginselen van de Russische taal eigen maakte en hij in contact kwam met de wereld der slavisten. Zoals met de nestor van de Nederlandse slavistiek Boris Borisowitsj Becker, die een hele generatie slavisten, onder wie Karel van het Reve heeft opgeleid.

"Becker was een Russische neerlandicus die na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland was gekomen om Coornhert te bestuderen. Een enige man, een kleine man, heel geestig. Toen hij hier kwam sprak hij een soort zeventiende-eeuws Nederlands; de kruier op het Centraal Station sprak hij bijvoorbeeld aan met: 'Heer drager, zoudt gij zo goed willen zijn mijn valies mede te nemen?' Later, in de oorlogsjaren, voorzag ik hem altijd van tabak, hij was een hartstochtelijk roker. Ik zat dan bij hem en we praatten over Russische literatuur. Op een gegeven moment waren we het oneens over het geboortejaar van Lenin. We besloten het op te zoeken in de Grote Sowjetencyclopedie. Hij las toen door tot aan de zin: 'Aan het eind van zijn leven was Lenin, wiens woord door miljoenen mensen werd verstaan, niet meer in staat een woord uit te brengen.' En ineens stroomden hem de tranen over de wangen. Ja, de rol van de Russen in de oorlog maakte dat zelfs mensen als Becker bereid waren dat bolsjewisme, waar ze voor op de vlucht waren gegaan, te accepteren. Later veranderde dat natuurlijk weer."

Na de Tweede Wereldoorlog pakte De Vries de draad van de studie Russisch weer op, ditmaal bij Beckers leerling Karel van het Reve. "Dat is een vreemd en bruusk afgebroken hoofdstuk geworden. Ik raakte met Karel in een onverkwikkelijk politiek conflict dat jaren duurde, al hebben we het nu voorlopig bijgelegd."

Gewapend met zijn kennis van het Russisch maakte De Vries in 1949 zijn eerste reis naar de Sowjetunie. "Ter gelegenheid van de honderdvijftigste geboortedag van Poesjkin. Ik heb toen ook een reis door de Kaukasus gemaakt, in gezelschap van een negerdichter, Blackman heette die nota bene. We moesten daar natuurlijk ook het geboortehuis van Stalin zien, maar gelukkig ook andere dingen."

Uiteindelijk zou De Vries zeven keer naar de Sowjetunie reizen. "Ik heb daar, na mijn afscheid van het communisme, nog een satirisch boekje over willen schrijven. 'Zeven reizen naar het heilige land' zou het gaan heten. Het is er nooit van gekomen."

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig deden zich een paar pijnlijke kwesties voor in de wereld der sowjetletteren. Zoals de kwestie-Pasternak, die voor zijn 'Dokter Zjiwago' de Nobelprijs kreeg toegekend, tot grote verontwaardiging van de sowjetautoriteiten. "Dat is een van mijn lelijke dingen geweest. Ik heb toen Pasternak ook veroordeeld, ik meen in een stuk in De Waarheid. Nee, dat was niet leuk. Maar ik moet er eerlijk bij zeggen dat ik ook niet zo gek ben op die 'Dokter Zjiwago', ik vind dat zeker geen meesterwerk."

Dan was er ook de kwestie-Solzjenitsyn. In de periode van 'culturele dooi' die volgde op de anti-Stalinrede van Chroesjtsjow in 1956, verscheen in het Russische tijdschrift Novy Mir Solzjenitsyns 'Een dag uit het leven van Iwan Denisowitsj'.

"Dat heb ik toen vertaald. Er waren toen ook in de CPN mensen die een liberalere koers wilden varen. Die zaten onder meer bij uitgeverij Pegasus. Zij vroegen mij dat boek van Solzjenitsyn te vertalen. Het partijbestuur heeft dat laten lopen, tot het moment waarop het boek verscheen. Ik ben toen in het partijbestuur flink gekapitteld. Hoe is het mogelijk, zeiden ze, dat Theun de Vries als lid van het partijbestuur de uitgave van een dergelijk boek niet alleen bevorderd heeft maar ook nog de vertaling heeft geleverd. Dat beschouwden ze als een belediging van de Sowjetunie. Het boek is toen verboden, de uitgave vernietigd, ik heb geloof ik nog een of twee exemplaren."

In de jaren zestig kwam er, in fasen, een einde aan de liefde van De Vries voor Sowjet-Rusland. "Ik was voorzitter van de Vereniging Nederland-USSR, in die hoedanigheid maakte ik ook mijn Rusland-reizen. Ik was tevens redacteur van het maandblad van die vereniging. Maar in 1962 heb ik in een keer de hele troep aan de kant gegooid, tot woede van het partijbestuur. 'Had je dat niet even moeten overleggen?' zeiden ze. Ja, dat was weer een van mijn anarchistische bevliegingen. Ik had toen eigenlijk ook meteen de partij moeten verlaten, maar dat heb ik nog een hele tijd laten slepen, tot 1971. Dat was een karakterzwakte van me. Maar ja, het was ook wel moeilijk, er waren zoveel mensen met wie ik jaren was omgegaan, van die echte Amsterdamse arbeiders, ik kon die mensen toch niet zomaar de rug toekeren."

De liefde voor Sowjet-Rusland mag dan al geruime tijd zijn bekoeld, wat er in het huidige Rusland gebeurt raakt Theun de Vries nog altijd diep.

"De recente ontwikkelingen in Rusland zijn vreselijk. Ik had enig vertrouwen in Gorbatsjow, vooral vanwege zijn diplomatieke talenten. Hij heeft een einde gemaakt aan de Koude Oorlog, heel knap op zichzelf, maar binnenslands heeft hij er niets van terechtgebracht, hij heeft echt zitten knoeien. Zo'n Jeltsin is er niet voor niets gekomen. Ik ben bang dat er burgeroorlogen uit voortkomen. Uiteindelijk denk ik dat er toch weer een soort Pestel zal opstaan, iemand die zegt: nu is het mooi geweest, nu gaan we met harde hand te werk."

"Soms heb ik het gevoel dat het bij die Russen gewoon niet anders kan. Dat klinkt misschien heel naar, maar ze hebben van die passieve karakters. Ik heb het wel eens een 'vrouwelijk' volk genoemd. De Slavische volken zijn in het algemeen heel sensibel; ze zijn heel kunstzinnig, ze zingen, dansen, spelen toneel, maken prachtige muziek, zijn gek op filosoferen, met z'n allen bij elkaar en dan maar praten, tot diep in de nacht. Maar hard werken? Nee. Die eigenaardige indolentie, dat gebrek aan initiatieven, dat zit in het volkskarakter ingebakken. Dat kapitalisme daar, dat kan helemaal niet, daar heb je harde, zakelijke, uitgekiende persoonlijkheden voor nodig en die hebben ze niet, hun talenten liggen heel ergens anders. Hoe kwamen we hier ook alweer op?"

We hadden het over Pawel Pestel, uit uw roman 'Sint Petersburg'.

"Ja, een naam die blijft schitteren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden