Individualisering als het ware christendom

De Engelse liberale denker John Locke (1632-1704), geschilderd door Godfrey Kneller Beeld Trouw archief

Het liberalisme is in hoge mate een politiek product van de Verlichting. Die opvatting is onder historici en onder liberalen gemeengoed. Zelf situeer ik meestal ook de vroegste liberale denkers aan het einde van de zeventiende eeuw, in de begintijd van de Verlichting. Soms wordt wel eens op iets vroeger tijden teruggegrepen, maar in een verder verleden dan de Renaissance wordt toch zelden naar kiemen van liberalisme gezocht.

De Brits-Amerikaanse historicus en filosoof Larry Siedentop graaft veel dieper en komt in onvermoede perioden en plekken gedachten tegen die op het liberalisme vooruitlopen. In zijn eerder dit jaar verschenen boek 'Inventing the Individual' ontwaart hij vormen van liberaal denken reeds in het oudste christendom en in de vroege, meestal als donkerste beschouwde, Middeleeuwen. In de vorige week te Utrecht gehouden Telderslezing ontvouwde Siedentop een prikkelend verhaal.

Siedentop kent een opvallende rol toe aan het christendom in de verbreiding van de gedachte dat elk individu van ultieme en gelijke waarde is en dat hem of haar keuzevrijheid toekomt. Anders dan in de klassieke tijd - waarin vrouwen, vreemdelingen, slaven én jongere zonen niet als volwaardig burger telden - ging het in het christendom om íeders zieleheil.

Dit gold, aldus Siedentop, in het vroege christendom, maar de hervormingen van de pausen in de elfde tot en met de dertiende eeuw maakten - onbedoeld - de geesten eveneens rijp voor het latere liberalisme. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling en bevordering van het canonieke recht, dat vergeleken met oudere rechtsstelsels op individualistische grondslag was geschoeid.

Sociaal contract
De Engelse liberale denker John Locke geldt in de internationale literatuur als degene die de voorwaardelijkheid van het vorstelijk gezag in 1690 heeft geformuleerd. De vorst is gebonden aan het (denkbeeldig) sociaal contract waarmee burgers staatsgezag boven zich dulden op voorwaarde dat deze macht hun lijf en goed beschermt. Als de vorst zich zelf aan lijf of goed van burgers vergrijpt, schendt hij het contract en vervalt daarmee de legitimiteit voor zijn gezag. Locke formuleerde hiermee de liberale rechtvaardiging van het recht op opstand, een liberale revolutietheorie.

Nederlanders met enig historisch besef weten natuurlijk dat Locke veel minder vernieuwend was dan sommige politiek-theoretici beseffen. Onze eigen Acte van Verlatinghe uit 1581, waarmee onze voorouders hun gehoorzaamheid aan Filips II opzegden, bevatte immers een soortgelijke redenering. Locke kende dit voorval en bouwde er een eeuw later dan ook bewust op voort. Maar Siedentop zoekt de voorloper van dit voorwaardelijke gezag al in de tiende eeuw, in het vanuit Cluny verbreide netwerk aan kloosters. Deze kloosterlingen kozen zelf hun abt. Ook die keuze was destijds voorwaardelijk.

Liberalen moeten beseffen, zo betoogt Siedentop, dat hun politieke overtuigingen wortelen in het christendom. Siedentop meent niet dat het institutionele christendom zich steeds van een liberale kant heeft laten zien, integendeel. Kerken hebben nooit bewust gestreefd naar een samenleving van autonoom denkende en handelende individuen. Maar sommige hervormingen door de katholieke kerk ingezet hebben voor liberalen wel het pad geplaveid.

Liberaal en christen
Voor confessionele politici kan het verleidelijk lijken handenwrijvend kennis te nemen van Siedentops verhaal. Eenvoudig voorgesteld zouden zij kunnen concluderen dat een goed liberaal door en door christelijk dient te zijn. Voor een goed begrip: geen liberaal zal overigens betogen dat iemand níet tegelijkertijd liberaal en christen kan zijn. Maar voordat confessionelen in een hoerastemming geraken, zouden zij er goed aan doen alle implicaties van Siedentops betoog tot zich te laten doordringen.

De wezenlijke vernieuwingen van het christendom en de katholieke kerk voor onze kijk op mens en maatschappij, zijn - aldus Siedentop - samen te vatten met de term individualisering. Het christendom en de kerk verlegden de blik van families bestierd door een pater familias en andere traditionele hiërarchische verbanden naar individuen, die gelijkwaardig zijn en uit vrije wil tot een keuze voor het geloof moeten komen. Dat verhoudt zich slecht met het communitaristische model dat christen-democraten en anderen confessionele politici ons graag voorhouden en opleggen: een samenleving bestaande uit van elkaar afhankelijke personen, die moeten worden ingebed in maatschappelijk middenveld-organisaties en andere hiërarchische polderconstructies. Voor confessionelen telt de gemeenschap meer dan het individu.

Het is goed als liberalen nadenken over wat Siedentops geschiedverhaal voor hun gedachtengoed betekent. Maar minstens zo heilzaam is het indien confessionelen zich eens zouden bezinnen op de vraag of de correcte politieke betekenis van het christendom niet heel wat liberaler is dan zij meestal doen voorkomen. Individualisering is dan geen 'atomistische' uitwas van een anti-christelijk liberalisme; het is de vrucht van het ware christendom.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland. Hij schrijft deze column op persoonlijke titel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden