Review

Indische pers was 'tropenstijl' ontstegen

Nederlanders hebben in de afgelopen eeuwen weinig positiefs te melden gehad over wat er in de koloniale samenleving in Nederlands-Indië werd gedaan en gewrocht. Niet alleen in de kunst en in het culturele leven van de koloniën maar eigenlijk in alle facetten van de samenleving, stond Nederlands-Indië vele klassen lager dan het moederland, vond men.

Het klopte niet. Rob Nieuwenhuys heeft in zijn 'Spiegel der Indisch-Nederlandse letterkunde' al aangetoond dat de Indisch-Nederlandse literatuur vaak een hoog niveau had en zeker gelijkwaardig was aan veel 'Vaderlandse letteren'. In 'De laatste eeuw van Indië' toonde de socioloog Van Doorn aan dat ook het bedrijfsleven in de regel prestaties wist neer te zetten, die er wezen mochten.

Maar de geringschattende toon wilde niet wijken, ook niet als de journalistiek in het voormalige Nederlands-Indië ter sprake kwam. In de bronnen overheersen de verhalen over de beruchte 'tropenstijl' (een ongegeneerd, weinig gepolijst taalgebruik) en het sterk op de man spelen, onder bedreiging van het openbaar maken van onoorbare feiten - de 'revolverjournalist' waarover Du Perron het ooit had.

Indië is nu definitief historie geworden, en juist historici hebben in de afgelopen vijfentwintig jaar archieven opengebroken, statistieken bestudeerd, stellingen geponeerd, en die laatste onderbouwd met overvloedig empirisch materiaal. In een aantal gevallen leverde dat een volmaakt ander Indië-beeld op dan het tot dan toe gangbare.

Van Gerard Termorshuizen, wie eerder veel lof werd toegezwaaid voor zijn biografie van de Indische schrijver/journalist P.A. Daum (1850-1898), verscheen onlangs het eerste deel van de geschiedenis van de Indisch-Nederlandse dagbladpers (1744-1905) onder de titel 'Journalisten en heethoofden'. Het is een monumentaal werk (862 bladz.) waarin, door bewijzen geschraagd, de heersende Nederlandse opvattingen worden gecorrigeerd, of ontzenuwd.

Zijn methode is nogal orthodox: gewoon al het in Nederland en Indonesië beschikbare historische krantenmateriaal doorwerken.

Ach ja, de 'tropenstijl' en het openbaar maken van vertrouwelijke ambtelijke stukken, het zijn geen dingen om erg trots op te zijn, maar omdat de Indische onderdanen totaal geen burgerrechten hadden, was de krant in feite het enige medium dat voor de belangen van de burgers kon opkomen. ,,Daardoor', schrijft de auteur, ,,gingen als vanzelf in de kleine Europese gemeenschappen kranten dienen als uitlaatklep voor wat er in Indië aan grieven en wensen leefde.' Hiervoor was een grote dosis vakmanschap en vooral moed nodig, want door het drukpersreglement van 1857 kon iedere krantenuitgever en journalist voor het minste of geringste een langdurige gevangenisstraf worden opgelegd, of zelfs verbanning naar het buitenland.

,,Het klimaat', schrijft Termorshuizen, ,,tussen pers en gouvernement was er een van kilheid, ergernis en achterdocht.' Wat er desondanks in die verziekte sfeer werd gepubliceerd door topjournalisten als Lion, Busken Huet, Brooshooft en Daum is dan ook van grote kwaliteit, toont hij aan. Brooshooft schrijft ergens: ,,In ieder geval kan de Indische pers wat de onafhankelijkheid betreft een vergelijking met de Europese zegevierend doorstaan.'

De historische speurtocht door anderhalve eeuw Indische kranten levert ook nog eens een aantal ontdekkingen op. Termorshuizen toont aan dat er naast de bekende namen ook anderen zijn geweest met grote kwaliteiten. De dwarsliggers Eyssell en Chatelin, over wie ik nooit eerder iets substantieels las, worden neergezet als grote voorvechters van de vrijheid van meningsuiting. Chatelin werd zestien keer vervolgd om wat hij had geschreven, en hij raakte een groot deel van zijn vermogen kwijt aan advocaten.

Een andere belangrijke ontdekking is die van het bestaan van een Indo-pers, kranten die zich toelegden op de groep 'halfbloeden' die in tal van opzichten in het verdomhoekje zat en vaak regelrecht gediscrimineerd werd.

Een paar kanttekeningen. Omdat de auteur als richtsnoer voor zijn onderzoek de kranten zelf neemt, en veel Indische journalisten nogal eens wisselden van werkgever, worden de laatsten nogal 'verbrokkeld' gepresenteerd, wat de lezer de nodige inspanning kost. Het is, vind ik, de consequentie van zijn wetenschappelijke aanpak, die men maar moet accepteren.

De titel 'Journalisten en heethoofden' is wat misleidend, want ik lees in het boek dat het met die heethoofdigheid nogal meeviel. Journalisten moesten hun gram tegen de koloniale regering vlijmscherp maar wel heel behoedzaam verwoorden. Zij deden dat met veel citaten ('veel lezers vinden...') en veel retorische vragen, maar ondertussen... Het is, ironisch genoeg, nog steeds een veelgebruikte stijl in de journalistiek in Indonesië, aangeleerd onder het Soeharto-regime.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden