Indisch verleden / Herinneringen aan het paradijs

Zijn leven lang werkte Einar von Bredow (1931) in Zweden als journalist, reisde de wereld rond, sprak met veel machthebbers van Azië en deed er verslag van op de Zweedse tv. Maar nu hij oud is, maakt wat hij noemt 'oudemannen-nostalgie' zich van hem meester. Nu beginnen zijn Nederlands-Indische wortels op te spelen. Is er op de wereld iets mooiers dan Magelang?

Hij loopt moeilijk en zijn handen trillen bij elke nieuwe Marlboro Light die hij opsteekt. Anderzijds zit in zijn rechteroor een kekke oorring en heeft hij sinds een paar jaar, vertelt hij met trots, een getatoeëerde roos op zijn bil - ,,mijn kleindochters vonden dat dat me jonger maakt.'' En zo is ook zijn Nederlands helemaal niet roestig - wat opmerkelijk is, als je bedenkt dat hij het na 1945 nog maar zelden heeft gesproken.

De Nederlanders in Indië hadden niet genoeg kaderpersoneel; daarom trokken Einar von Bredows ouders er naartoe. Vader, een Duitse baron Von Bredow, werd er ingenieur bij de goudmijnen van Sumatra; zijn Zweedse moeder was verpleegster. Maar twee jaar na Einars geboorte verkiest zijn moeder een andere man boven haar echtgenoot: een Deen die officier is in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (Knil) en op Java gelegerd is. Die heette Larsen.

Als kleine jongen wist Einar niet dat de man die hij als zijn vader beschouwde, niet zijn verwekker was. Als kleine jongen heette hij dan ook helemaal geen Einar von Bredow. Hij gebruikte als vanzelfsprekend de achternaam van zijn Deense vader. In zijn schooljaren in Magelang (de stad die Indonesië-toeristen nu kennen als 'de stad vlakbij de Borubudur'), heette hij nog Prick Larsen.

Hij herinnert het zich als het paradijs. Een Nederlandstalig paradijs: hij ging naar een Nederlandse school en zijn ouders spraken met hem ook Nederlands. ,,Ze vonden: we zijn hier in een omgeving waar je je met Nederlands moet redden, dus dat spreken we thuis dan ook maar. En misschien vonden ze het ook wel fijn om met elkaar een taal te spreken die ik niet verstond.''

Magelang is in zijn beleving nog altijd het paradijs. ,,Ik ga er bijna ieder jaar naar terug. Het gekke is niet dat er zoveel verandert; het gekke is juist dat er zo weinig is veranderd. De mensen die er nu wonen zijn weliswaar niet dezelfde mensen als die van toen, maar de atmosfeer is nog altijd dezelfde. De winkeltjes, de rivier, in de verte de Sumbing.'' Dat is de ruim 3000 meter hoge berg in de buurt.

Maar aan het verblijf in het paradijs kwam een einde. Zijn stiefvader werd in 1941 overgeplaatst naar Batavia, toen hij promoveerde tot overste. Mooie stad hoor, en ze woonden er in een groot huis; maar Prick Larsen vond het iets verschrikkelijks. Bovendien vielen even later de Japanners binnen. Die voerden Prick Larsens vader vrijwel onmiddellijk af naar Burma, waar hij als dwangarbeider aan de beruchte spoorweg moest werken. Moeder en zoon bleven achter.

Maar omdat ze geen Nederlanders waren, kwamen ze niet in het Jappenkamp terecht. Ze bleven in Batavia. ,,Er kwam nu natuurlijk geen salaris meer binnen, dus we werden steeds armer. Tussen 1942 en 1945 zijn we vijf keer verhuisd. De eerste verhuizing was omdat de Japanners ons huis inpikten. De volgende vier keer was telkens naar een nog kleiner, nog goedkoper huis. Op het laatst woonden we in een soort hut. En wij woonden daar niet als enigen. We zaten daar met anderen in dezelfde situatie: geen geld omdat vader weg was, maar niet in gevangenschap.''

In een gevangenenkamp zitten is erg; maar in armoede en angst in het bezette Batavia wonen is minstens zo erg. ,,Ik denk dat je in zo'n kamp in zekere zin nog wel veilig was - je had er geen dieven. Buiten de kampen was je voortdurend bang voor de bandieten èn voor de Japanners. We hadden steeds minder te eten, maar die angst is veel indringender. Ik ben een keer of wat verrot geslagen door Japanners. Voor elke Japanse wachtpost die je in de stad passeerde moest je van je fiets afstappen en buigen. Jongens van mijn leeftijd vonden het een sport om met een groepje langs zo'n wachtpost te gaan, dat één jongen dan inderdaad afstapte, maar dat de anderen hard doorfietsten. Op een dag kregen ze mij te pakken. Dat gebeurde om een uur of acht 's morgens. Die wachtpost had nog vier uur dienst. Al die tijd moest ik naast hem staan, in de brandende zon. Toen kwam zijn aflossing. Die liet me óók vier uur naast zich staan. Toen zijn dienst erop zat, zei hij: verdwijn nu maar. En toen vergat ik om te buigen om hem te bedanken; ik was duizelig van al die uren in de hitte en ik wilde alleen maar maken dat ik wegkwam. Dus hij grijpt me in de kraag, gooit me op de grond en stampt met de kolf van zijn geweer op m'n rug. Daar hield ik een paar gebroken ribben aan over, plus een kapotte wervel. Door die wervel loop ik tot op vandaag moeilijk.''

Hij denkt dat hij niet meer had geleefd als de Geallieerden in augustus 1945 niet de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki hadden gegooid. ,,Ik heb het altijd erg moeilijk gevonden om die bommen te veroordelen.'' Een maand of wat later vlogen moeder en zoon met een Dakota van de Britse luchtmacht naar Bangkok, en werden daar herenigd met vader. Ze bleven er een jaar, voor ze werden gerepatrieerd - naar Zweden. In Bangkok leerde hij voor het eerst Zweeds. Hij zat er op school in de klas bij Carel Jan Schneider (1932), in Nederland tegenwoordig beter bekend als de schrijver F. Springer. ,,Hij is de enige uit die klas die ik me herinner, heel vreemd. Maar waarom precies, dat zou ik niet kunnen zeggen.''

Om Schneider/Springer te ontmoeten was Von Bredow deze week in Nederland. Want Von Bredow is, onder meer via internet, op zoek naar zijn Indische wortels. Vorig jaar december slingerde hij een oproep cyberspace in: ,,I attended a 'lagere school' in Magelang (1938-1941) under the name of Prick Larsen. I would like to get in touch with those of you who happen to remember me'', schreef hij.

Vooraf was hij een beetje ongemakkelijk over dat weerzien met Schneider/Springer. Per slot was het jongetje-Schneider van toen inmiddels de auteur Springer geworden, schrijver van verhalen met een hoog diplomatiek gehalte. Terwijl Von Bredow - tja, die had diplomaten in zijn journalistieke loopbaan leren kennen als rechtse ballen; en in eigen land hield Von Bredow aan zijn linkse sympathieën nou juist de bijnaam 'de rode baron' over.

Maar het bleek mee te vallen. Springer bleek geen rechtse bal, en Von Bredow vindt zichzelf niet meer zo links als hij geweest is - hij is in de loop der jaren een bedaagde sociaal-democraat geworden, zij het eentje die niks voelt voor toetreding tot de EU en evenmin voor de euro. Waarbij komt dat de twee zeventigers het zoveel leuker vonden om over hun verloren paradijzen te praten, samen naar de Pasar Malam te gaan, en daar met nog weer andere Indische jongens te praten. Wat 'Magelang' is voor Von Bredow, is 'Bandoeng' voor Springer, denkt Von Bredow. ,,Je wéét dat het oudemannen-nostalgie is, maar dat besef maakt het niet minder belangrijk voor je.''

,,Ik ben nooit bevriend geraakt met het Zweedse klimaat. Toen God de Zweedse winter uitvond beging hij een grote vergissing. Ik heb in Zweden ook nooit goed kunnen praten over die Japanse tijd in Batavia. Zodra je iets vertelde, kreeg je reacties als 'wij hadden tijdens de oorlog niet eens koffie' of 'het was toen toch zó moeilijk om aan dienstmeisjes te komen'. Als je dat één keer meemaakt, hou je verder je mond wel.''

Hij flirt weleens met het idee om drie maanden per jaar, tijdens de bitterste kou in Zweden, in Magelang te gaan wonen. Maar lichamelijk is reizen in zijn eentje inmiddels een hele opgave, en sinds zijn tweede echtscheiding is hij alleen. De laatste twee keer dat hij Magelang terugzag, kwam een van zijn kleindochters met hem mee. Hij denkt wel dat ze binnenkort nog weer eens gaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden