Indisch en beschroomd: 'Het was vergeten en je aanpassen'

Erry Stoové. 'De Indische gemeenschap kan wel wat steun gebruiken bij het herdenken.' Beeld Phil Nijhuis

De herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië, vandaag in Den Haag, trekt veel jongeren. 'Zij poetsen hun verleden niet weg, zoals ik.'

Met enige schaamte, en verdriet, denkt Erry Stoové terug aan een voorval op zijn eerste dag op de Nederlandse middelbare school. "De leraar biologie zei: 'Ha wat fijn, iemand die net als ik uit Nederlands-Indië komt. Vertel de klas eens wat 'banaan' in het Maleis is.' Vervolgens deed ik alsof ik niet wist dat het antwoord pisang was. Ik ontkende mijn roots."

Stoové, is voorzitter van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945. Op die dag capituleerde Japan, kwam de Tweede Wereldoorlog ten einde en was het Koninkrijk der Nederlanden in zijn geheel bevrijd. Het gesprek vindt plaats op een bankje dat uitzicht biedt op het Indisch Monument in Den Haag. Aan de voet daarvan liggen kransen, afkomstig van begrafenissen en crematies van Nederlanders die een band voelden met de voormalige kolonie.

Beschroomd en terughoudend

Met de anekdote over zijn biologieleraar wil Stoové maar aangeven hoe beschroomd en terughoudend hij en heel veel anderen in Nederland aankwamen om er een nieuw bestaan op te bouwen. Zij hadden veel verhalen te vertellen, maar hielden die voor zich. Het is een van de redenen waarom pas 43 jaar na de Japanse capitulatie het Indisch Monument verrees en er een jaarlijkse herdenking kwam.

Dat Nederland zich in die naoorlogse jaren daarvoor niet openstelde en zich richtte op de wederopbouw en de eigen trauma's, dat begrijpt Stoové wel. "Het waren twee parallelle werelden. Beide groepen, Nederlanders en Indische repatrianten, wilden hun energie gebruiken voor de toekomst. Nederlands-Indië was geschiedenis, kreeg ik te horen. Ik moest vooral assimileren en opgaan in mijn nieuwe omgeving. Die adviezen heb ik opgevolgd."

Vorige week is eindelijk een plek aangewezen voor een Indisch herdenkingscentrum, aan de Sophialaan in Den Haag. "Maar het plaatsen van die footprint stuitte lang op weerstand, we hebben heel lang naar een passende plek moeten zoeken. Pukul terus, dacht ik dan maar, nooit opgeven. Het is mijn lijfspreuk. Ik ben net als bamboe dat met harde wind gaat liggen en bij windstilte weer overeind komt." Stoové wijst naar het opschrift op het monument: 'De geest overwint'.

Bestuurders realiseren zich volgens hem te weinig dat mensen met een Indische achtergrond bijna geen fysieke aanknopingspunten hebben om hun verleden te verwerken. "Ik liep eens met mijn schoonvader, die in het verzet zat, door Utrecht. Hij wees de boekhandel aan waar hij altijd zijn berichten inleverde. Hij praatte er een uur over. Neem historisch belangrijke plekken zoals de kampen in Amersfoort, Vught en Westerbork: dat zijn nu musea en terecht. 'Onze' oorlog speelde zich op een ander continent af en dus moeten we herinneringsplekken noodgedwongen zelf creëren. Een beetje steun daarbij zou welkom zijn."

'Door aangeraakt'

Stoové heeft het vooroorlogse Indië zelf niet bewust meegemaakt, maar is er wel, zoals hij Adriaan van Dis nazegt, 'door aangeraakt'. De Japanse bezetting tussen 1942 en 1945 tekende zijn familie. Grootvader werd zonder proces opgesloten en overleed vlak voor de bevrijding. Vader werkte aan de beruchte Burma-spoorweg en raakte daar aan één oog blind. In 1957 zette president Soekarno alle 'Nederlanders' het land uit en kwam Stoové als tienjarig jongetje in Nederland.

Het trauma van de Japanse bezetting kreeg hij onder ogen toen zijn vader ernstig ziek was. "Ik bezocht hem vaak tegen de avond, als de schemering was ingevallen, en dan kwamen zijn oorlogsangsten vrij. Beneveld door de morfine pakte hij dan mijn arm en fluisterde angstig: 'De Jappen hebben vandaag weer zo huisgehouden'. Ik probeerde hem telkens gerust te stellen, zei dat hij in een ziekenhuis lag. Dan schudde hij zo verdrietig zijn hoofd. 'Je begríjpt me niet'."

"Pas gaandeweg werd de geschiedenis van Nederlands-Indië onderdeel van mezelf", zegt hij na een korte stilte. Stoové constateert dat de jongere generaties op een goede manier afstand nemen van die Indische bescheidenheid. "Met name in de culturele sector zie je dat mensen met een Indische link - dat zijn er nu twee miljoen! - voor die identiteit uitkomen. Zij hebben geen enkele neiging, zoals ik destijds, om dat weg te poetsen. Zij zijn er juist naar op zoek. "Het Indische deel van het Nederlands collectieve geheugen zal daarom, vermoed ik, niet snel verdwijnen, net zo min als de herdenking op 15 augustus."

Erry Stoové

Errol Frank Stoové (1947) is geboren in Surabaya en kwam in 1957 naar Nederland. Hij studeerde rechten in Utrecht, was van 1995 tot 2002 directeur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers en van 2002 tot 2012 voorzitter van de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank. Sinds 2015 is hij voorzitter van de Stichting Herdenking 15 Augustus 1945.

Lees ook:

Den Haag krijgt weer een Indische pleisterplaats

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden