Indiase stent is ook prima

Hoeveel kost een kunstknie, hartklep of pacemaker? Waarschijnlijk te veel, want veel ziekenhuizen vinden het moeilijk scherp in te kopen. Zorgverzekeraar Achmea schiet ze te hulp.

Ziekenhuizen zijn net Holle Bolle Gijs. Katheters, verbandmiddelen, injectiespuiten, niersteenvergruizers, infuuspompen, scanapparatuur maar ook prothesen en medicijnen: met karrevrachten tegelijk wordt jaarlijks voor zo'n vier miljard euro aan medische hulpmiddelen naar binnen gedragen. Big business dus. Dat kan best wat minder, constateerde eerder deze maand onderzoeksbureau Gupta Strategists.

Ziekenhuizen kopen nu vaak samen in via inkoopcombinaties. Miljoenen euro's aan kortingen weten ze te bedingen, zeggen ze. Maar op een budget van miljarden is dat te weinig, menen de onderzoekers. Zo zou in Duitsland 40 procent minder betaald hoeven worden voor implantaatheupen en pacemakers.

Ook Wout Adema, directeur inkoop medisch-specialistische zorg en GGZ van 's lands grootste zorgverzekeraar Achmea, denkt dat hier te veel wordt betaald. Adema, tot begin dit jaar nog voorzitter van de raad van bestuur van het St. Jansdalziekenhuis in Harderwijk, weet precies waar het in de praktijk verkeerd gaat. De inkopers zijn te veel gericht op het verlagen van de kosten, zonder de machtsverhoudingen in het proces van inkopen in hun voordeel om te buigen, meent hij.

Tot op zekere hoogte is dat begrijpelijk, want de markt is weinig transparant, constateerde vorig jaar nog de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Of die wordt juist gedomineerd door enkele aanbieders, bijvoorbeeld van hoogwaardige technische apparatuur. Adema: "Het gaat er dus om het spel van de onderhandelen te veranderen." Daarbij ziet de NMa een rol weggelegd voor de verzekeraars. En Achmea wil die rol spelen.

"Nu zien we in de praktijk dat bij 80 à 90 procent van de patiënten één type heup- of kniegewricht uitstekend voldoet", zegt Adema. "Waarom zeggen wij als zorgverzekeraar, samen met de ziekenhuizen, dan niet: we organiseren voor dat type implantaat een aanbesteding?" Dat kan, want alle in Nederland gangbare implantaten zijn veilig en goed, redeneert Adema. Orthopeden van door Achmea gecontracteerde ziekenhuizen moeten dan deze heupen en gewrichten als preferent gaan gebruiken.

"We kunnen, samen met de ziekenhuizen, zo'n leverancier dan voor een periode van vijf à tien jaar afzet garanderen. Dat zijn jaarlijks tienduizenden implantaten. Maar daar moet wel een lage prijs tegenover staan." Zo'n aanbestedingsprocedure zet de leveranciers fors onder druk, zelfs als het er maar een stuk of vijf zijn, denkt hij. "Je krijgt in ieder geval een ander gesprek aan de onderhandelingstafel."

Een andere mogelijkheid om de markt op te breken is het introduceren van een goedkoper aanbod van hulpmiddelen. Vergelijk het met de parallelimport van merkloze medicijnen. Die leidde tot een forse prijsdaling. "Als het inderdaad zo is dat in Duitsland de hulpmiddelen zo veel goedkoper zijn, dan is het een optie die producten hier naartoe te halen", redeneert Adema. Misschien is dat voor bepaalde producten lastig, gezien de door artsen verlangde service. "Service is voor hen vaak een doorslaggevend argument om te kiezen voor een specifiek medisch apparaat. Zij willen er bijvoorbeeld zeker van zijn dat ze begeleiding krijgen bij nieuwe, ingewikkelde ingrepen." Maar ook daar is een oplossing voor te bedenken, meent hij. In ieder geval moeten de prijzen transparanter.

Per saldo kan parallelimport veel geld besparen, denkt Adema. "CT-scanners worden wereldwijd geleverd. Opvallend is de prijspolitiek van leveranciers. In Nederland kost zo'n apparaat zeven- tot negenhonderdduizend euro, maar bijvoorbeeld in Zuid-Afrika is dat tonnen minder. Anders worden ze daar gewoon niet verkocht. Dus waarom halen we dat apparaat niet uit Zuid-Afrika?"

Een derde voorstel van de Achmea-manager is het importeren van medische producten gemaakt in lagelonenlanden. Begin dit jaar bezocht hij, als ziekenhuisdirecteur, India. "Veel medische producten zijn daar van eigen bodem, maar de kwaliteit is vaak vergelijkbaar met de onze." Nu al vinden in India vervaardigde medicijnen of grondstoffen voor medicijnen hun weg over de hele wereld. Waarom zou dat niet kunnen gelden voor bijvoorbeeld stents, implantaten, hechtgaren of medisch apparatuur?

Adema: "Indiase fabrikanten zien nu geen reden om aan het buitenland te leveren. De thuismarkt is groot genoeg. En ze worden ontmoedigd door de strenge toelatingsprocedures die westerse landen hanteren. Maar als we ze kunnen helpen zo'n barrière te slechten, wordt het opeens een ander verhaal. Hun producten zijn in ieder geval goed genoeg om hier toegelaten te worden."

Daarnaast zijn er westerse fabrikanten die in India producten maken voor de Indiase markt. Zo stuitte Adema in Bangalore op een fabriek van het Amerikaanse General Electric, voor ECG-apparatuur. "Die apparaten, noodzakelijk voor het maken van hartfilmpjes, kunnen 80 procent van wat wij hier gewend zijn. Maar ze kosten met 350 euro slechts een fractie van wat hier gangbaar is, 8000 euro." Een ziekenhuis zou dus fiks besparen als het naast de dure ECG-apparatuur, enkele Indiase varianten aanschaft. "In de praktijk kunnen deze voldoende."

"We bezochten in Bangalore ook het ziekenhuis Naryana Hrudayalaya van dr. Devi Shetty", vervolgt Adema. Dat gigantische ziekenhuis, met dertig operatiekamers en ruim vijfduizend bedden, staat bekend om zijn uitstekende hartchirurgie voor armen. "Tien procent van de patiënten wordt gratis behandeld, de kosten zijn vijf à zes keer lager dan in Nederland. Dat komt niet alleen door schaalvoordelen, maar ook door medische keuzes. In ons land worden openhartoperaties steeds vaker vervangen door nieuwe technieken die minder ingrijpend zijn. Maar die technieken zijn duur en het medisch resultaat is lang niet altijd beter."

Vanwege de kosten maken Indiase artsen dus andere keuzes. En dat kan met behoud van kwaliteit, onderstreept Adema. Ook aardig: India kent de zogenoemde 100-dollar-stent, zo'n buisje dat een dichtgeslibd bloedvat kan openhouden. Stents kosten hier al snel 700 à 1000 euro. "Ik zoek nu medisch specialisten met gezag in hun beroepsgroep, opinieleiders in hun vakgebied dus, die daar ook interesse in hebben."

De vraag is hoe Adema's verhaal valt bij de ziekenhuizen en patiënt. Uiteindelijk werkt hij voor een zorgverzekeraar en die hebben vaak het imago dat het hen vooral gaat om geld verdienen. "Ons is het vooral te doen om de kosten van de zorg. Die kunnen naar beneden als de inkoopprijzen dalen. En voor de patiënt betekent dat betaalbare, goede zorg." Voorwaarde is wel dat de ziekenhuizen én zorgverzekeraar willen samenwerken. In zijn eentje kan een ziekenhuis immers geen netwerk van parallelimport optuigen.

"Maar door ziekenhuisbestuurders wordt erkend dat de zorg te duur wordt en dat het dus anders moet. Je kunt immers niet oneindig blijven snijden. En, erkennen ze, met betere inkoop is nog veel te winnen. Toen ik dit verhaal onlangs hield bij ziekenhuiskoepel NVZ, zag ik ook interesse. Twee instellingen, één voor orthopedie en één voor hartchirurgie, willen hierover doorpraten. Kennelijk is de tijd er rijp voor."

Afgeschermde markt
Leveranciers van medische producten proberen de markten zoveel mogelijk af te schermen. Wout Adema van Achmea ziet dat op diverse manieren gebeuren. Zo weigeren ze levering en service bij parallel geïmporteerde producten. Ook zijn er 'technische oplossingen'. Adema: "In India wordt een apparaat voor operaties aan de dikke darm wel tweehonderd keer gebruikt. In Europa schakelt zich dat na één keer uit." Ook regelgeving maakt marktbescherming mogelijk, bijvoorbeeld door apparaten voor éénmalig gebruik te registeren. "Neem apparaten voor bypass-chirurgie; in India koopt men bijna nooit nieuwe."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden