Inburgerwet bezorgt gemeenten hoofdpijn

Inburgering moet een eigen verantwoordelijkheid worden van nieuwkomers, vindt het kabinet. En ze moeten zelf opdraaien voor de kosten. Een nieuw wetsvoorstel stuit op principiële bezwaren bij de grootste gemeenten. Wethouders waarschuwen dat het nieuwe beleid de integratie juist in de weg staat.

De stap voor nieuwkomers om mee te doen in Nederland zal groter worden, verwacht Ineke Smidt, wethouder in Almere. Ook in andere grote steden overheerst ongerustheid over de mogelijke gevolgen van de nieuwe Wet Inburgering: groter isolement van inburgeraars, torenhoge schulden, meer druk op uitkeringen en een vertraagde integratie. 'De nieuwe wet zal absoluut negatieve effecten hebben. Die zullen we als gemeente moeten bestrijden', klinkt het vanuit Leiden. Het geld daarvoor ontbreekt echter.

Minister Donner (binnenlandse zaken) wil de Wet Inburgering wijzigen. Zo moet inburgering de eigen verantwoordelijkheid van nieuwkomers worden en moeten zij zelf voor de kosten opdraaien. Vanuit de politiek klinkt kritiek op de plannen. De oppositie maakt morgen de bezwaren kenbaar. Niet Donner maar Gerd Leers zal begin volgend jaar antwoord geven op de vragen die er zijn: hij neemt de integratieportefeuille over nu Donner vicevoorzitter van de Raad van State wordt.

De wetswijziging heeft grote gevolgen hebben voor inburgeraars en gemeenten. Trouw peilde daarom de reacties op de plannen in de 37 grootste gemeenten, de zogenoemde G4 en G32 (die uit 33 gemeenten bestaat). Er werd niet alleen gevraagd hoe er wordt gedacht over de wetswijziging, ook is nagegaan wat ze ervan verwachten en hoe ze erop anticiperen.

Duidelijk is in elk geval dat er fikse weerstand is tegen het pakket nieuwe maatregelen. Een flink deel van de 37 gemeenten heeft principiële bezwaren tegen het kabinetsplan om van inburgering een eigen verantwoordelijkheid van nieuwkomers te maken, ook in financieel opzicht.

Verder stellen 27 steden onomwonden dat het nieuwe beleid extra belemmeringen opwerpt voor nieuwkomers, op hun weg naar integratie. Vooral vluchtelingen krijgen daar last van, verwachten de gemeenten. Voor die groep zou minister Donner (en nu diens opvolgers Leers) sowieso een uitzondering moeten maken, vindt het overgrote deel van de bevraagde gemeenten.

Ook de adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACVZ), die door Donner werd gevraagd advies uit te brengen over het conceptwetsvoorstel, pleitte voor een uitzonderingspositie van vluchtelingen. Inburgeren wordt voor deze mensen moeilijker en duurder en de wetswijziging staat op gespannen voet met het internationale recht, concludeert ACVZ, die daarbij verwijst naar artikel 34 van het Vluchtelingenverdrag. Dat bepaalt dat lidstaten de naturalisatie van vluchtelingen moeten bespoedigen en de kosten voor de naturalisatieprocedure zo laag mogelijk moeten houden.

Zo komt er volgens de wetswijziging een sociaal leenstelsel. Maar het maken van schulden zal vluchtelingen, die hier vaak al berooid aankomen, hinderen te integreren.

De positie van de vluchtelingen staat nog verder onder druk door het schrappen van het budget voor maatschappelijke begeleiding. Liefst 22 van de 37 gemeenten maken zich daar grote zorgen over. 'Dit is een kwetsbare groep, sommige vluchtelingen zijn totaal niet bekend met de westerse samenleving en manier van leven. De steeds korter wordende asielprocedure en verblijfsperiode in een asielzoekerscentrum maken dat wij groepen in onze gemeenten hebben die onvoldoende in staat zijn om hun weg hier te vinden', stelt Zoetermeer.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en Vluchtelingenwerk Nederland lieten eerder weten dat de keuze voor 'goedkoop' (een jaarlijkse bezuiniging van 175 miljoen) wel eens averechts zou kunnen uitpakken. De minister laat, volgens de organisaties, 'kwetsbare mensen die zonder hulp niet meteen hun weg in onze complexe samenleving zullen vinden' aan hun lot over. Ook Stichting Vluchteling-studenten UAF vreest dat de maatregelen de integratie zullen vertragen 'en daarmee schadelijk voor vluchtelingen en samenleving zijn'.

'Het is essentieel dat deze groep bij de start van een nieuw leven goed wordt begeleid', stelt de gemeente Delft. Als er de eerste periode in Nederland geen begeleiding is, kunnen er volgens de gemeente juist veel problemen ontstaan. 'Denk daarbij bijvoorbeeld aan schulden of kinderen die niet naar school gaan.'

Ede benadrukt dat van deze groep mensen niet kan worden verwacht dat ze meteen begrijpen hoe de Nederlandse maatschappij werkt. 'Met het vervallen van de inburgeringstaak verdwijnen bij de gemeenten ook de middelen voor maatschappelijke begeleiding. Ede vindt het noodzakelijk die begeleiding overeind te houden.' Maar ook hier ontbreekt het daarvoor benodigde geld.

Volgens de nieuwe wet hoeven gemeenten zich vanaf 2013 niet meer te bemoeien met de inburgering. Gemeenten reageren daar verschillend op. Zo investeert een aantal gemeenten extra tijd, energie en geld om toch nog zoveel mogelijk inburgeraars in de cursusbanken te krijgen.

Vijftien gemeenten lopen daarentegen al ver vooruit op de wetswijziging. Zij zijn inmiddels gestopt met het aanbieden van trajecten voor vrijwillige inburgeraars. Dat kunnen Europeanen zijn, of niet-westerse immigranten die al langer in Nederland zijn. Zij hoeven niet in te burgeren maar worden gestimuleerd een taalcursus te volgen. Eindhoven bezuinigt daar al sinds december 2010 op, Lelystad stopte vorige maand met het aanbod. Bij die vijftien voegen zich per 1 januari nog Deventer, Dordrecht, Heerlen, Zaanstad en Zwolle. Dan is dus al meer dan de helft van de gemeenten vroegtijdig gestopt met het aanbod.

Ook de Raad van State uitte stevige kritiek op de plannen van Donner. Het hoogste onafhankelijke adviesorgaan gaf aan dat niet alle verantwoordelijkheid voor de inburgering bij het individu neergelegd mag worden en dat de overheid het algemeen, maatschappelijk belang moet dienen, bijvoorbeeld op het gebied van scholing, arbeidsparticipatie en maatschappelijke zelfredzaamheid. En de verantwoordelijkheid van de overheid geldt, volgens de Raad van State niet alleen voor de inburgeringsplichtigen, maar ook voor vrijwillige inburgeraars. Donner sloeg het advies in de wind.

Een aantal gemeenten gaf aan in 2012 wel door te willen gaan met het aanbieden van cursussen voor vrijwillige inburgeraars maar gaat duidelijke keuzes maken. Heerlen zet bijvoorbeeld in op 'vrouwelijke opvoeders met minderjarige kinderen'. In Rotterdam werkt de gemeente met Taaloffensief, de nadruk ligt daarbij op taalonderwijs voor de jongsten in de klas, thuis én op de werkvloer.

De Raad van State plaatste meer vraagtekens: de wijzigingen komen te snel en het zijn er te veel. De ACVZ dacht er net zo over: 'Bijna alle direct betrokkenen zijn van mening dat de investeringen van afgelopen jaren nu vruchten beginnen af te werpen'. De adviescommissie doelt op de grote stroom inburgeraars die de weg naar de leslokalen heeft gevonden, na een lange, moeizame aanloopperiode.

De Wet Inburgering ging in januari 2007 in. Het duurde even voordat inburgeraars, gemeenten en cursusaanbieders elkaar wisten te vinden. Er waren dat jaar slechts 7000 cursisten. Daarna liepen de aantallen snel op: van 35.000 in 2008 en rond de 45.000 in 2009 tot bijna 60.000 in 2010. Het gaat niet alleen om nieuwkomers in Nederland, maar ook om 'achterstallig onderhoud': migranten die hier al langer wonen maar de taal nog nauwelijks spreken.

Uit de cijfers van 2011 blijkt dat de grootste achterstanden inmiddels zijn weggewerkt, maar de aangekondigde wijzigingen kunnen ertoe leiden dat mensen vanwege de kosten niet op een cursus gaan. In Almere liepen er in 2010 bijna 1700 trajecten, voor 2012 is het verwachte aantal 300. In Arnhem startten dit jaar zo'n 500 trajecten, dat zou in 2012 zomaar kunnen teruglopen naar 10 tot 15 procent van het huidige aantal cursisten. In Helmond en Venlo is eenzelfde beeld zichtbaar. Gemeenten als Rotterdam, Haarlem, Haarlemmermeer, Heerlen en Nijmegen zien het percentage teruglopen naar zo'n dertig procent.

Een derde van de gemeenten denkt dat er hoe dan ook genoeg goed aanbod van cursussen blijft, en dat marktwerking zijn werk doet. De rest maakt zich wel zorgen. Zo is er de vrees dat inburgeraars voor een goedkoop internetcursusje zullen kiezen om de kosten te drukken.

De gemeente Apeldoorn ziet organisatorische problemen ontstaan bij cursusaanbieders omdat er minder cursisten zijn. 'Zo is er een groot verloop onder docenten, dat komt de kwaliteit niet ten goede'. Volgens de gemeente Haarlemmermeer raakt de cursusmarkt versnipperd: 'De opgebouwde infrastructuren en netwerken verdwijnen. Gevolg: weinig flexibel aanbod en relatief hoge prijzen.'

"Dit is kapitaalvernietiging", zegt woordvoerder Frea Broekman van de VNG. "Na de rampzalige start in 2007 is de inburgering eindelijk van de grond gekomen. Maar al die investeringskosten worden met de nieuwe wet overboord gekieperd." Broekman geeft aan achter de schermen nog te proberen de minister op andere gedachten te brengen. De VNG wil ook een oplossing voor 'overgangskosten', compensatie voor de gemeenten voor inburgeraars die aan gesubsidieerde cursussen beginnen, maar daar nog mee bezig zijn als de financiële ondersteuning na de wetswijziging is stopgezet.

Inburgeringstrajecten worden uitgekleed om betaalbaar te worden, stelt Dorien Malawau-Wilson namens de gemeente Nijmegen. Amersfoort dringt aan op maximumprijzen voor de verschillende trajecten en budget om inburgeraars te kunnen blijven informeren. Er zijn meer gemeenten die vinden dat het welzijn van inwoners (en dus hun inburgering), de verantwoordelijkheid van gemeenten moet blijven en dat gemeenten nieuwkomers moeten kunnen blijven helpen en adviseren in hun contact met cursusaanbieders.

Volgens 29 gemeenten blijft er bij het cursusaanbod sprake van maatwerk, voor zowel analfabeten als hoogopgeleide vluchtelingen en iedereen hier tussenin. Maar op eigen kosten alfabetiseren en het inburgeringsexamen behalen, wordt onbetaalbaar, stelt Amersfoort. Ook Amsterdam, Lelystad en Den Bosch erkennen dat maatwerk voor analfabeten lastig wordt.

Op de vraag of gemeenten, uit bijvoorbeeld algemene middelen, toch willen blijven bijdragen aan de inburgering om eventueel drastische gevolgen van de wetswijziging op te vangen, geven Amsterdam, Deventer, Enschede, Haarlemmermeer, Heerlen, Hengelo, Lelystad, Maastricht, Sittard-Geleen en Tilburg aan zich daarover nog te beraden. Een aantal gemeenten zegt resoluut 'nee', zoals Utrecht: "Helaas kunnen wij op lokaal niveau niet alles compenseren wat op nationaal niveau wegbezuinigd wordt."

Een groot aantal gemeenten is goed voorbereid op het nieuwe beleid en vindingrijk geweest met het zoeken naar oplossingen. Die worden, als straks inburgeringscursussen niet meer mogen worden aangeboden, vooral gezien op het gebied van taalcursussen, door een beroep te doen op re-integratiebudgetten.

'We spelen in op de wetswijziging door niet meer binnen het strak gedefinieerde kader van inburgering te denken en te opereren, maar door taalbeleid te formuleren en uit te voeren', klinkt het vanuit Delft. Die gemeente blijft met 'Taal op Eigen Kracht' alle bewoners die er behoefte aan hebben cursussen aanbieden, dus óók aan vrijwillige inburgeraars.

"In tijden van bezuiniging zullen er keuzes gemaakt moeten worden", zegt de Haagse wethouder Marnix Norder (integratie). "We zullen meer moeten gaan samenwerken met werkgevers en vrijwilligersorganisaties. Ook gaan we op zoek naar andere potjes, zoals Europees geld."

Alleen nieuwkomers moeten nog verplicht inburgeren
De belangrijkste wijzigingen in de nieuwe Wet Inburgering: De verantwoordelijkheid voor inburgering wordt bij de inburgeringsplichtige gelegd.

De inburgeringsplichtige draagt zelf de kosten.

De inburgeringsplicht wordt beperkt tot nieuwkomers.

De eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar wordt waar nodig ondersteund door een sociaal leenstelsel, waarmee de kosten voor de voorbereiding en het examen kunnen worden gefinancierd.

De plicht van gemeenten om voor inburgeringsvoorzieningen te zorgen vervalt, net als de taak inburgeraars voor een cursus op te roepen en vluchtelingen maatschappelijke begeleiding te bieden.

De mogelijkheid voor gemeenten om vrijwillige inburgeraars (EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders) een inburgeringscursus aan te bieden vervalt. Zij moeten hun taal bijspijkeren in het reguliere onderwijs.

De termijn waarbinnen de inburgeraar aan de inburgeringsplicht moet voldoen wordt verkort van 3,5 jaar tot 3 jaar. Vreemdelingen die een alfabetiseringscursus volgen kunnen verzoeken die termijn met twee jaar te verlengen.

De reguliere verblijfsvergunning kan worden ingetrokken wanneer de inburgeraar verwijtbaar niet aan de inburgeringsplicht voldoet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden