Review

'In zijn rechterhand houdt hij een donkere pennehouder vast'

Louis Couperus' Zijlijnen - versieringen uit zijn handschriften, in breder perspectief. Toegelicht door Hans van der Horst. Uitg. Boring & Slag, Amsterdam. Gebonden, 225 blz., beperkte oplage (600), verkrijgbaar door ¿ 89,95 (incl. verzendkosten) over te maken aan de uitgeverij, giro 4848748.

Het spreekt vanzelf dat de verzamelaar niet de aangewezen persoon is om over zijn schrijver een artikel of een boek te schrijven, tenminste niet wanneer het er om gaat lijn te brengen in zijn verzameling kennis, verbanden te leggen, interpretaties te verzorgen van onderdelen uit dat overvloedige materiaal. Wie veel weet bezwijkt veelal onder de feiten en vooral feitjes en kan ze, zoals gezegd, vaak ook niet meer in onderlinge proportie zien. De enige uitweg voor een verzamelaar is de documentatie, het overleggen, in chronologische volgorde bijvoorbeeld, van de feiten: een lijst, een opsomming van wat hij te weten is gekomen, met opgave van bronnen en in de noten rijk gelardeerd met allerhande belendende kennis.

Een dergelijk nuttig, maar ook wel zeer curieus boek heeft Hans van der Horst gemaakt over Louis Couperus: 'Zijlijnen - versieringen uit zijn handschriften, in breder perspectief'. Het is een monumentaal ogend, prachtig uitgegeven werk dat voor de helft bestaat uit circa 1 850 reproducties uit de handschriften van door Couperus getekende ornamenten, mensen, dieren, gezichten, piramides, versierde cijfers en letters.

Van der Horst heeft het monnikenwerk volbracht dat de ware verzamelaar maar al te graag verricht en alle plekjes in Couperus' handschriften opgezocht en vastgelegd, waar de schrijver ook maar een tikkeltje beeldend kunstenaar werd: een paar streepjes onder een paginacijfer, een drie keer overgeschreven hoofdletter, een penneprobeerseltje in de marge, vignetjes, arceringen, figuren, hoofden (altijd met een reusachtige kokkerd).

Deze verzameling, die de indruk maakt uitputtend te zijn, dient als beeldend pendant van een tiental beschouwingen - 'toelichtingen' noemt Van der Horst ze - die voor het merendeel betrekking hebben op Couperus' omgang met beeldend kunstenaars en beeldende kunst, en op de portretten, ook fotoportretten die er van hem gemaakt zijn.

Van der Horst heeft, als ik de teneur van zijn toelichtingen goed begrijp, als drijfveer bij deze hele onderneming het feit dat Couperus en zijn vrouw hun werkelijke leven, wie zij werkelijk zijn geweest, vrijwel volmaakt aan het gezicht hebben weten te onttrekken. Couperus zoals wij hem kennen en zoals hij zich heeft laten kennen, is de schrijver Couperus: een zorgvuldig gemodelleerd beeld waarachter de mens Couperus zich zijn hele leven lang heeft schuilgehouden. Ook dat is in zekere zin een vorm van beeldende kunst.

In zijn omgang met het beeld liet Couperus iets merken van hoe hij wilde zijn in de ogen van zijn lezers, maar ook gaf hij zich daarin soms enigszins bloot. Dat komt heel goed uit in de hoofdstukken gewijd aan de portretten door Jan Veth, H. J. Haverman en Antoon van Welie.

De geschiedenis van die portretten, de totstandkoming ervan en het gebruik dat ervan werd gemaakt, de oordelen die erover werden gegeven, al die dingen komen aan de orde en uit alles blijkt dat Couperus de kunstenaars heeft willen sturen bij de presentatie van zijn beeld. Vooral het enge portret van Van Welie, met de driehoekig gepunte, gelakte nagels en de menigte ringen om de vingers deed veel stof opwaaien (het is in de oorlog verloren geraakt bij een bombardement).

Couperus liet niet graag foto's van zichzelf maken en als ze gemaakt waren, was hij maar zelden tevreden over het resultaat. Ook van de belangrijkste fotoportretten schrijft Van der Horst de geschiedenis, voorzien van veel details en curieuze uitweidingen, zoals het de verzamelaar betaamt.

Bekend is de foto, gemaakt vlak voor zijn dood, waarin Couperus aan zijn werktafel zit in De Steeg. Hij heeft de stoel een beetje schuin gezet en kijkt naar de camera, zijn pen in de hand rust op het papier. Die pen is het middelpunt van de foto, daar gaat het ten slotte om: we zien hier de schrijver Couperus.

De verzamelaar van kennis wil dan weten wat voor pen het is die Couperus daar in zijn hand houdt. Het antwoord luidt: “In zijn rechterhand houdt hij een donkere pennehouder vast. De pen zelf dankt haar veerkracht aan de drie achter elkaar liggende gaatjes op het snijvlak, een LY 9 1/4, geproduceerd door Heintze & Blankertz uit Berlijn.” Dat is een van de vele, vermakelijke voorbeelden van nutteloze kennis waarin dit boek uitblinkt.

Van der Horst beschrijft de foto uitvoerig. Hier volgt een passage, die kenmerkend is voor zijn op details gerichte aandacht: “Dankzij het licht van links, zijn de geliefde, vertrouwde en inspirerende objecten, die hij om zijn paperassen op het tafelblad groepeerde goed te onderscheiden. Opvallend is de grote lamp. De verkoperde barokvoet meet alleen al 110 cm. Ze rust op drie bladen. Twee van de drie voorstellingen, een Madonna (hier zichtbaar) en het Lam Gods bleven in reliëf bewaard. Een snoertje bestemd voor het zwarte ronde stopcontact, iets verder naar links, werd onder de lampvoet verborgen. De schrijfkamer lijkt groter dan zij is. Zou Couperus opstaan, dan reikte de bovenkant van zijn hoofd tot de bovenrand van de schemerlamp.”

Het boek eindigt met twee stills uit het filmpje dat F. L. Bastet ontdekte, waarop Couperus, tegen het eind van zijn leven, bewegend te zien is. Een bepaald gebaar dat hij maakt, hij brengt zijn hand tegen zijn wang, interpreteert Van der Horst als het opstrijken van zijn denkbeeldige knevel. Al zo'n vijftien jaar daarvoor had Couperus zijn knevel en zijn baardje afgeschoren, maar het gebaar liet zich blijkbaar niet onderdrukken.

De wetenswaardigheden over Couperus' omgang met schilders als Pier Pander en Alma Tadema, zijn bemoeienissen met de illustratoren van zijn boekbanden, zoals Toorop, worden hier uiteengezet. In de

meeste gevallen blijft Van der Horst op het niveau van de biografische feiten (veel gegevens uit Van Booven, de biograaf, en uit de brieven), en dat typeert de verzamelaar. Ook na dit boek is een grote studie over Couperus en de beeldende kunst een desideratum. Het feit, door Bastet in zijn biografie en in zijn fotoboek veelvuldig aangeroerd, dat Couperus in zijn werk veel beeldende kunst heeft verwerkt, komt hier maar spaarzaam ter sprake. Wel bespreekt Van der Horst de cruciale discussie over de verhouding tussen literaire en beeldende kunst zoals die in 'Metamorphose' wordt gevoerd.

'Zijlijnen' is een vreemd, maar ook een aantrekkelijk boek. Er staat veel (te veel) in, de 1 850 krabbeltjes van Couperus-de-beeldend-kunstenaar-in-spe zijn nauwelijks in bespreking en toch vullen zij vrolijk de helft van het aantal bladzijden, de 'toelichting' is niet bijster goed geschreven, in details is door de ijverige verzamelaar allerlei nieuws ontdekt, maar nieuws dat enigszins in de zee verdrinkt, en begrijpelijk. Verzamelaars synthetiseren nu eenmaal niet, ze verzamelen, en voor de liefhebber kan dat heel aardig zijn. Zoals deze keer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden