In zijn circus komt alles goed

Als jongetje van vijf draafde hij al met zes pony's door de piste. Spelenderwijs leerde hij het circusvak kennen. Hij wist al dat hij ooit directeur in zijn eigen tent zou zijn.

Het had een bijzonder seizoen moeten worden. Want hij had zijn dertigjarig jubileum als circusdirecteur willen vieren. In maart zouden ze weer op reis gaan, met de opening in Den Helder en daarna, zoals altijd, kriskras door het land, op zoek naar het hooggeëerd publiek.

's Morgens de tent opzetten, 's middags en 's avonds een voorstelling, 's nachts afbreken en rijden met hele hele spul, en dan 's morgens weer opbouwen in een nieuwe plaats. Die routine was voor hem net zo vanzelfsprekend als zijn hartslag. Het was het ritme van heel zijn leven.

Maar de eerste voorstelling van het seizoen werd zijn afscheid. Als hij nog rond had kunnen kijken vanuit zijn kist, dan was hij tevreden geweest. Met zevenhonderd mensen zat de tent bijna vol. En het publiek was het liefste dat hij ooit had gehad: allemaal familie, vrienden en goede bekenden. De vier vrouwen met wie hij achtereenvolgens had geleefd, zaten gearmd bij hem.

De grote hoed die hij had gedragen, stond nu op het hoofd van zijn jongste zoon Manuel. Die was nu bedrijfsleider, precies zoals Hans Martens had gewild. Het circus blijft een familiebedrijf.

Hans was zelf in het circus geboren. Hij kwam ter wereld in een woonwagen in Zeist waar zijn ouders optraden in het kerstcircus van Boltini. Zijn moeder, de acrobate Mimi Akkermans, was een zus van de grote Nederlandse circusman die zich tooide met de naam Toni Boltini.

Als klein kind stond Hans al te popelen om op te treden. Op z'n vijfde maakte hij zijn debuut met een zogeheten Hongaarse Post: met zes pony's draafde hij door de piste, wijdbeens staand op de achterste twee. Toen zijn moeder met haar tweede man een eigen circus begon, Toska, met een belangrijke rol voor dieren, verzorgde Hans ze allemaal met liefde. Hij kreeg alleen een hekel aan honden, met hun geblaf en hun stinkende stront.

Veel later, toen dierenactivisten hun woede koelden op circussen, was Hans daar verdrietig over. Want circusmensen zijn juist begaan met hun beesten, waarvoor ze alles opofferen. Als de dieren niet gelukkig zijn, dan wordt het niets in de piste, probeerde hij de actievoerders duidelijk te maken.

Op zijn zestiende trok Hans naar Valkenburg, waar zijn biologische vader een hotel dreef. Hans ging werken bij een bedrijf dat circusdieren verhuurde. Zijn vader wilde dat hij wat verder leerde. Hans had, zoals alle circus- en kermiskinderen in die tijd, om de paar weken op een andere school gezeten. Toch had hij goed leren schrijven en rekenen, daar zagen zijn ouders streng op toe. Ze stonden er ook op dat de kinderen netjes leerden spreken. Maar zijn vader vond dat hij nog een horeca-opleiding moest volgen, voor het geval dat het mis zou gaan in het circus. Hans deed het, maar hij dacht aan niets anders dan het circus. Als jongetje had hij altijd al gezegd: 'Later word ik circusdirecteur', net als zijn oom Toni Boltini. Maar hij wist dat hij daarvoor een lange weg had te gaan.

Toen een groep trapeze-artiesten uit het communistische Oost-Duitsland weigerde terug te gaan, op één man na, nam Hans de opengevallen plaats in als vanger. Met die groep, de Olympics, ging hij in 1963 naar Zuid-Afrika waar hij vier jaar zou blijven. Het waren mooie jaren, maar Hans herinnerde zich later met bitterheid dat ze niet vriendschappelijk mochten omgaan met het zwarte personeel. Als Hans een zwarte hulp een sigaret wilde geven, dan moest hij die op de grond gooien.

Makkelijker was zijn omgang met vrouwen. Heel zijn leven was Hans snel gewonnen voor vrouwelijk schoon. Toen hij in Nederland terugkwam, grapten zijn vrienden dat er in Zuid-Afrika een nieuwe stam was ontdekt, met Hans als stamvader.

Met zijn vriendelijkheid, charme en levenslust wist hij menig hart te veroveren. Hij kreeg er nooit genoeg van. Zijn vrouwen wel. Maar uiteindelijk bleven ze altijd bevriend.

Een belangrijke ontmoeting vond plaats in 1979, toen hij bedrijfsleider was van het Russische Staatscircus in het Amsterdamse Carré. Daar maakte hij kennis met Oleg Popov, de grote Russische clown. De Russen, die altijd werden bewaakt door Sovjet-partijfunctionarissen, hielden zich doorgaans afzijdig van de andere artiesten. Ze sliepen in hotels, terwijl de Nederlanders in caravans verbleven. Maar Hans raakte aan de wodka met Popov. Hoewel ze elkaar amper konden verstaan, werden ze dikke vrienden.

Toen de Sovjet-Unie eind 1991 uiteenviel, was Popov voor het kerstcircus in Nederland. Hij haalde eigenhandig de rode vlaggen weg bij de kassa om er de Russische driekleur uit te hangen. Popov bleef in Nederland.

Hans had inmiddels zijn jongensdroom verwezenlijkt en was directeur van zijn eigen Circus Holiday, waarvoor hij ook eens Ramses Shaffy wist te contracteren met een komisch nummer. Later, toen er een vloed aan circusartiesten uit de voormalige Sovjet-Unie stroomde, begon hij het Staatscircus van Moskou, een Nederlandse onderneming met de clown Popov als grote publiekstrekker.

Hans was dol op clowns. Hij vond ze onmisbaar in het klassieke circus dat hij voorstond. Tussen de 'zware nummers' moet er altijd wat te lachen zijn.

Popov was de top. Hans leerde van hem ook wat Russisch, want Popov sprak niets anders (nog steeds niet, ook al woont hij al lang in Duitsland). Daarmee kwam het aantal talen dat Hans sprak op acht. Hij had die allemaal nodig in de internationale wereld van het circus.

De contacten met de 'burgermaatschappij' werden in de loop der jaren moeizamer. Gemeenten gingen overal geld voor vragen; een kleine Zeeuwse gemeente verhoogde de prijs voor drie dagen van 250 euro naar 7000. De vertrouwde marktmeesters die de circusmensen hielp aan water en elektriciteit zijn vervangen door kantoorambtenaren die geen idee hebben waar de aansluitingen zitten. Evenemententerreinen werden volgebouwd, zodat er alleen blubberige veldjes resteren. En wethouders die denken dat beren worden gedresseerd op hete platen en olifanten met hijskranen, zijn maar moeilijk op andere gedachten te brengen.

Hans ontwikkelde zijn diplomatieke talent om problemen glad te strijken. Hij kon innig tevreden zijn als hij een boze ambtenaar na een kop koffie zag vertrekken met een glimlach.

Het publiek, en vooral de kinderen, is nog even dol op het circus als vroeger. Hans stond graag bij de uitgang te kijken of de mensen blij keken. Dan was zijn dag goed.

Ook als de tent niet vol te krijgen was, hield Hans moed. Het dieptepunt was in Werkendam toen er welgeteld één kaartje werd verkocht. Die ene bezoeker kreeg op een mooie, versierde stoel de hele voorstelling te zien en werd tot slot toegezongen door alle artiesten.

Als alles mis ging, was Hans niet in paniek te krijgen. "Alles komt goed", was zijn lijfspreuk. Toen de tent in 2007 omwaaide, zei Hans: "Maak je geen zorgen, er is niemand gewond". Een week later waren ze weer op reis met de gerepareerde tent.

De laatste jaren kon Hans het iets rustiger aan doen. Het circus deed nog maar twee plaatsen per week aan. Zijn jongste zoon Manuel, die op z'n elfde met zijn Franse moeder naar Bordeaux was verhuisd, kwam negen jaar geleden terug bij Hans. Manuel voldeed aan de voorwaarden die Hans had gesteld: hij had zijn schooldiploma en zijn vrachtwagenrijbewijs. Hij kon dus in de leer voor het circus.

Afgelopen zomer, tijdens de traditionele toer door Zeeland, speelde de buikpijn waaraan Hans leed, heftig op. Het bleek een darmtumor te zijn. Komt goed, zei Hans, gewoon even onder het mes. Het werd een lijdensweg. Toch stond hij bij het kerstcircus in Hilversum de afrekening te tellen. En hij maakte plannen voor het nieuwe seizoen.

Hij heeft niet of geklaagd of getreurd dat zijn einde dichtbij kwam, hij heeft alleen gehuild toen hij in januari de toernee moest afzeggen. Dat was voor hem de finale.

Hans Martens 1945 - 2011
Johannes Martens werd geboren op 22 december 1945 in Zeist. Hij stierf op 19 maart 2011 in Amsterdam.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden