In Watou staan gedichten er nooit alleen voor

Poëziezomer Watou '96, 'Wereld je bent een geduldig woord'. Tot 8 september tussen 14 en 19 uur. Vier beeldend kunstenaars en achtentwintig dichters. Toegang BF 200. Op 1 september vindt een Coda-dag plaats, waarop de meeste dichters voorlezen uit eigen werk. Informatie: 0032-57-388093. Catalogus BF 400.

Watou is in de loop der jaren een naam geworden die liefhebbers van kunst en poëzie als muziek in de oren klinkt. In de zomermaanden namelijk ondergaat het dorp een opmerkelijke verandering, het springt als het ware uit de band die het met de werkelijkheid onderhoudt en het omarmt een andere, verbeelde werkelijkheid, die van gedichten en kunstwerken. De Grote Markt heet dan plotseling Hugo Clausplein, een straat iets verderop Lucebertstraat. Wie Watou in die jaarlijkse gedaanteveranderingen gevolgd heeft, ziet trouwens veel sporen van voorbije zomers, zoals de door Roger Raveel adembenemend kleurig geschilderde zijgevel van een huis of de op het wegdek geschreven dichtregels van Claus. Het gedicht van Geert van Istendael, dat in de lengte over vele tientallen meters weg was gepenseeld is onlangs onder nieuw asfalt verdwenen.

Er is op de markt trouwens een permanente opstelling van de hand van Raveel, een subliem beeld van Claus (diens figuur is uitgespaard in een stalen plaat, waardoor Claus bij steeds wisselende gezichtspunten met steeds wisselende doorkijkjes op de werkelijkheid gevuld wordt). Onderdeel van de opstelling vormt ook de stam van een knotwilg, die in plaats van takken en blad een grote spiegel schuin de lucht in draagt. Ik overdrijf niet als ik zeg dat alleen al de aanblik van dit beeld van Raveel een reis naar Watou waard is.

Het is duidelijk dat 'Watou' in laatste instantie maar om één ding draait en dat is de verhouding tussen kunst en werkelijkheid. In het algemeen worden beide min of meer als polen of als tegengesteld aan elkaar beschouwd en ervaren. Maar in Watou wordt het de vraag of het zo eenvoudig wel ligt. Daar rijst een gedicht plotseling op uit een korenveld of is het afgedrukt op het glas van een raam, op de verweerde muur van een stal, of wordt het geprojecteerd op een wand in een duistere kamer. En nooit staan gedichten in Watou er alleen voor. Het enthousiaste en animerende brein achter de hele onderneming, de dichter Gwij Mandelinck, gaat het juist om het verleggen van grenzen, om de ruimte waarin het gedicht optreedt en het beeldend kunstwerk waarmee het in verband wordt gebracht. Iedereen weet dat gedichten veranderen wanneer je hun context verandert; hetzelfde geldt voor kunst; en het geldt ook voor de werkelijkheid.

Herinnering

Het geheim van Watou is dat door al die verrassende connecties en tegenstellingen, door het spel met locatie, vorm, kleur, taal, beeld, klank en gezongen tekst, er nieuwe werelden ontstaan die niet gemakkelijk gefixeerd kunnen worden. De spanning ontstaat vaak door het associatieve karakter van de combinaties, waardoor er veel ruimte wordt opengelaten. De poëziezomers van Watou zijn dan ook tijdelijke, geen permanente tentoonstellingen: na sluiting worden ze afgebroken en bestaan ze niet meer, alleen als catalogus en, belangrijker nog, want een noodzakelijke aanvulling, als herinnering.

Na drie zomers waarin beeldend kunstenaars centraal stonden (José Vermeersch, Roger Raveel en Jan Fabre), een zomer waarin een dichter het middelpunt vormde (Hugo Claus) heeft Mandelinck het nu aangedurfd maar liefst vier kunstenaars, twee gerenommeerde en twee jonge, tegen de poëzie uit te spelen: Marcel Broodthaers (1924-1976), de Groningse Aernout Mik (1962), Roel D'Haese (1921-1996) en de Gentse Carlo Mistiaen (1965). Het zijn vier totaal verschillende kunstenaars en het is dus maar goed dat ze ook vier aparte en vrij ver van elkaar gelegen locaties ter beschikking hebben gekregen, zodat hun werelden wat gescheiden blijven. Ook de poëzie waar hun werk mee wordt geconfronteerd, komt uit verschillende richtingen.

Het belangrijkste werk dat wordt getoond is '289 coquilles d'oeufs' van Broodthaers, een donkerrood geverfd doek waarop 289 gebroken eierdoppen zijn aangebracht. Het reist de hele wereld rond, moest nu uit Tokio komen en is in het bezit van het Museum van Hedendaagse Kunst in Gent. Het hangt nu in de schuur van een oude, vervallen hoeve, tegen een wit geschilderde stenen muur en het maakt door zijn meditatieve ritmiek, de niet al te regelmatige regelmaat ervan, een grote indruk. Het werk loopt op de vloer, als was er een loper voor uitgelegd, over in een lang en lyrisch gedicht van Rutger Kopland, waaraan de titel van deze poëziezomer is ontleend: 'Wereld je bent een geduldig woord'.

Magritte

Broodthaers is als dichter begonnen, in het Frans overigens, en is op een zeker moment de, bij succes althans, meer lucratieve beeldende kunst gaan beoefenen. Hij is altijd, enigszins in de geest van zijn leermeester René Magritte, met taal bezig gebleven, wat blijkt uit verschillende geëxposeerde werken, zoals het op grond van een foto gereconstrueerde 'Droogrek met letters'. Ook Mistiaen heeft als beeldend kunstenaar veel affiniteit met het woord: zijn installaties dragen bij nader toezien dikwijls talige elementen met zich mee, zoals een soort lamp of druipsteen die van de zoldering naar beneden komt en die is opgebouwd uit duizenden minuscule tekstfragmentjes. 'De boot der schone gedachten' is een versierde roeiboot in een vijver en door het landschap beweegt zich, op een zwarte schutting afgedrukt, een gedicht van Anton Korteweg: 'Men verplaatst zich'. Een 'Kinderbadje', met daarop geplakt de namen van alle mogelijke kinderziekten, krijgt een passend gedicht bij zich van Ed Leeflang, over een kinderjurkje van eeuwen her dat in een museum ligt.

Roel D'Haese, gestorven vlak voor de zomer begon, is een hoogst opmerkelijke en herkenbare beeldhouwer. Zijn figuren zijn samenstellingen van aan elkaar gelaste onderdelen, waardoor een barok en ook wel surreëel effect wordt bereikt. Bij het kolossale beeld 'Jason', bijna ritueel gepresenteerd in een donkere ruimte, leest Claus op de van hem bekende, onnavolgbare manier een lang gedicht over Jan III van Brabant. Met zeven brandende kaarsen wordt de ruimte spaarzaam verlicht rond het beeld 'Montezuma', dat een passage uit Dante meekrijgt, uit 'Het vagevuur': “Beseft gij niet dat wij de rups gelijken, / waaruit de hemel-vlinder zich ontwikkelt, / die onverhuld ten oordeel op moet stijgen?” De dood is, zeker ook gezien de tekstkeuze, bij D'Haese een belangrijk thema.

Preoccupaties

Trouwens in veel van de gekozen gedichten - Mandelinck selecteert ze, in samenzwering met de levende kunstenaars - is sprake van dood, leegte, afscheid, donkerte, verdwijnen. Het moeten wel preoccupaties zijn van de samensteller, want ook in vorige jaren viel dit al op, en het is daarom des te opmerkelijker dat hij ze zo gevarieerd weet te verbinden met zeer wisselende kunstenaars en hun werken.

Aernout Mik sprak mij van de vier het minste aan: zijn installaties met gemutileerde poppen en veel suspense zijn zeker schokkend, zijn geobsedeerdheid door deuren, twee-, driedubbele deuren, losse deuren, deuren die zomaar midden in een kamer staan, levert geestige maar ook dreigende tonelen op en hetzelfde geldt voor zijn videofilmpjes. Toch blijft het geheel bij de pretenties ten achter. Het zijn nachtmerries die hij uitbeeldt, slachtingstaferelen, hij is de ware brokstukken-vertoner, de postmoderne van de vier. Geef mij dan maar Gerrit Kouwenaar, die in de stal bij de naar Miks videobeelden starende schapen hangt: “Van overal komen ze, uit donker, uit gaten / in donker, uit dromen, uit foto's”.

Hommelbiertje

Ik bezocht Watou op een bewolkte woensdagmiddag, maar het dorp lag er allesbehalve verlaten bij. De laatste jaren kan het in de zomer rekenen op meer dan tienduizend bezoekers, onder wie veel Nederlanders, met vakantie of op doorreis. Ze lopen met de catalogus in de hand de locaties af en verheugen zich zo te zien in de wonderbaarlijke werelden waarvoor ze gesteld worden. Tussendoor drinken ze een hommelbiertje en erna eten ze mogelijk een Watous hammetje en halen ze met elkaar op wat ze gezien hebben, hoe ze het gezien hebben en wat die vreemde combinaties van beeld, tekst en wereld hen gedaan hebben. Watou houdt niet op bij Watou, maar zet zich in al die bezoekers onvermijdelijk voort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden