In Wales knipoogt God nog in de kathedraal

Ergens halverwege hemel en aarde ligt de kathedraal van Sint Davids. Toen ik er lang geleden voor het eerst, min of meer toevallig, tegenaan liep, was ik meteen verkocht. Zoveel bescheiden schoonheid had ik nog nooit gezien. Een kleine compacte kerk met een beschaafde toren en een intiem middeleeuws interieur vormden het bewijs dat God wel degelijk smaak heeft. Hij heeft trouwens ook gevoel voor humor, maar daarover later meer.

Nu was ik weer in Wales en het voelde alsof ik thuiskwam. Ik besloot de zondagse hoogmis te laten voor wat hij was, en naar de 'parochiemis' van half tien te gaan. Twee verre nichten van Agatha Christie stonden mij al op te wachten bij de kerkdeur om mij de orde van dienst en een Anglicaans liedboek te overhandigen. De kerk was gevuld met vooral oudere mensen die rechtstreeks leken te zijn weggelopen uit 'Midsomer Murders'. Dat is een televisieserie over een fictief Engels graafschap waarvan de ene na de andere inwoner vermoord wordt en de dienstdoende inspecteur van politie er telkens veel te lang over doet om de dader te vinden. Vandaar het hoge aantal slachtoffers.

We zaten al een tijdje samen te wachten tot de mis zou beginnen, toen ik in de verte, onzichtbaar voor ons stervelingen, iemand zachtjes 'Happy Birthday' hoorde inzetten. Toen de naam van de jarige - John - langskwam, leidde tot gegrinnik om mij heen. "Dat is de organist", zei de man die naast me zat. Het kon niet anders of hier werd al eeuwenlang gelachen. Toen de laatste flarden van het lied waren opgelost, zette de organist de eerste hymne in en kwam een kleine processie de kathedraal binnengelopen. Voorop een vrouw in het zwart die een kruis droeg. Haar strenge gestalte werd meteen gerelativeerd door twee vrolijke misdienaars op leeftijd die achter haar liepen. Daarachter een lange, jonge man in een witte toog en tenslotte de priester van dienst. Hij barstte bijna uit zijn gouden kazuifel, zo dik was-ie, maar zijn tred was soepel, bijna achteloos. Oliver Hardy op de preekstoel. Zijn gezicht verraadde dat hij er zin in had.

Hij heette ons welkom en begon gelijk met de mededelingen. In de katholieke kerk vaak een zouteloos toetje, maar hier opgediend als een smakelijke maaltijd. Ook vroeg de priester of we toch vooral aardig wilden zijn voor William, de stagiair. Dat was dus die lange jongen. Hij maakte vandaag zijn debuut in de kathedraal en was een beetje zenuwachtig. Even later las William onberispelijk voor uit de Schriften. Zijn toog was iets te kort, waardoor ik kon zien dat hij voor de gelegenheid nieuwe schoenen had gekocht. Hierna nam de pastoor het weer over, om het roer niet meer af te staan. Met een voor een man ongekende zwier walste hij door de dienst. Het ene moment droogkomisch en even later weer aanstekelijk devoot. Zijn preek was kort en spits. Jezus navolgen viel niet mee, maar het proberen waard. En natuurlijk schieten wij tekort, hijzelf ook. Vervolgens gaf hij een aantal hilarische voorbeelden van zijn eigen onvermogen. Zo had hij net nog de verkeerde hymne ingezet. Meteen kwam de organist achter zijn orgel vandaan en riep de kerk in: "Hoe kun je dat nou doen?" Gekibbel op hoog niveau.

De hostie kwam me bekend voor, maar het bloed van Christus was hier druivensap. Bij de voorbeden werd gevraagd vooral te bidden voor mensen voor wie we eigenlijk niet wilden bidden. Een vondst. De dienst vloog voorbij en natuurlijk zong ik al die vrolijke songs of praise hardop mee.

Toen ik over het kerkhof terugliep naar huis, vroeg ik me af waarom ik zo had genoten. Was het omdat ik op vakantie was? De intimiteit van deze kleine gemeenschap? Nee, het moest de lichtheid zijn die je hier overal voelde. In de viering, maar ook in het zestiende-eeuwse plafond met zijn speelse patronen. Een superieure vorm van relativeren, waardoor God zich misschien wel sneller laat zien.

Inmiddels ben ik alweer een paar weken terug in de harde Nederlandse kerkbanken, waar God ver weg lijkt en het leven vóór alles een kruisgang is. Wij christenen lopen in een woestijn en moeten ons geknakt riet voelen of anders vlaspitten die niet kunnen doven. Zelfs als we vrolijk zijn in de kerk, menen we dat serieus. Onze ernst is onze veiligheid.

Ach wat verlang ik terug naar de kathedraal van Sint Davids en zijn God die af en toe naar ons knipoogt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden