In vorm dankzij textielindustrie

Gijs Bakker (Trouw)

Nederland heeft wereldwijd een fantastische reputatie op het gebied van design. Niet alleen economische slimheid ligt daaraan ten grondslag, ook de overtuiging dat design het leven beter maakt. Trouw zoekt deze weken naar het mooiste ontwerp van Nederland.

Tot twintig jaar geleden was design plat gezegd een synoniem voor ’dingen mooi en duur maken’. „Zelf dacht ik daar uiteraard heel anders over, maar het was wel de algemene opvatting”, vertelt Gijs Bakker. „Sindsdien heeft het Nederlandse ontwerp een enorme ontwikkeling doorgemaakt en het einde is nog lang niet in zicht. Ik hoop daar nog heel veel van mee te maken.”

Als er iemand in Nederland de titel ’mr. Design’ verdient, is het Gijs Bakker (66) wel. Dat straalt hij ook van top tot teen uit: van zijn opvallende bril en fraai vormgegeven horloge tot zijn nonchalante blauwe werkjasje. En dat geldt ook voor het interieur van het kantoor van zijn designonderneming Droog in Amsterdam en de spullen waarmee hij zich omringt. De waterglazen zijn van ontwerper Arnout Visser en een simpele kantoorprullenbak kom je hier niet tegen. De medewerkers van Droog gooien hun afval in de ’paperbag’, die is gemaakt van billboardposters naar een ontwerp van Jos van der Meulen.

Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de vergaderkamer een beetje detoneert met zijn saaie plafond met lichtbakken en systeemwanden. Gijs Bakker: „Het kostte handenvol geld om deze ruimte in de oorspronkelijke staat te herstellen. Daarom heb ik Franck Bragigand erbij gehaald, dat is een kunstenaar die verf gebruikt om kleur te geven aan alledaagse dingen, die hij daarmee een nieuwe betekenis geeft. Door de kleurrijke ingrepen van Bragigand word je aandacht vanzelf afgeleid van alles wat hier lelijk is, zoals die lichtbakken.”

Gijs Bakker is van huis uit sieradenontwerper, maar staat vooral bekend als de man die in 1993 samen met Renny Ramakers Droog oprichtte. Bakker: „Droog was niet bedoeld als winkel of ontwerpbureau, maar vooral als platform om het werk van Nederlandse ontwerpers te presenteren en om die met elkaar in contact te brengen, met fabrikanten, winkels en galerieën. Er gebeurde van alles in Nederland op het gebied van design, maar het was te versnipperd. Er was behoefte aan een podium, een verband en daarin wilden wij voorzien.”

Ze kozen voor de naam Droog met een knipoog naar droge humor en omdat het werk zonder franje werd gepresenteerd. Droog bleek een schot in de roos. Inmiddels wereldberoemde ontwerpers als Hella Jongerius, Marcel Wanders, Tejo Remy, Richard Hutten en Jurgen Bey werden er geïntroduceerd en vonden hun weg naar het buitenland via dit platform. Het is dan ook niet overdreven om te stellen dat de oprichting van Droog heeft geleid tot de internationale doorbraak van de Nederlandse vormgeving.

Vaak wordt Bakker gevraagd hoe het succes van Dutch design is te verklaren. Daar doen allerlei theorieën de ronde over, maar Bakker houdt zijn studenten - hij is docent aan de Design Academie in Eindhoven - altijd voor dat daar niet een eenduidige verklaring voor valt te geven. „Het is een complex verhaal waarin allerlei factoren een rol spelen. Het heeft te maken met het verdwijnen in de jaren zeventig van de textielindustrie in Tilburg en de schoenenindustrie in Waalwijk. De productie ging naar de goedkope lonenlanden, maar we zaten hier nog wel met hele goede opleidingen. In Nederland is er altijd veel aandacht geweest voor goede vormgeving. Daar zat ook iets opvoedends in, wat je bijvoorbeeld terugziet in de vormgeving van onze postzegels en de Stichting Goed Wonen, die zich na de oorlog bezighield met voorlichting over hoe je je huis verantwoord kon inrichten. Ook in de woningbouw hebben we een traditie van goede architecten met mensen als Rietveld en Oud. Kortom, er was hier een geweldig klimaat voor vormgevers, maar die mensen konden met het verdwijnen van de textiel- en schoenenindustrie hun ei niet meer kwijt. Die zoeken dan toch een uitlaatklep, want ze willen dingen blijven ontwerpen. En wat ook meespeelt is dat we dicht tegen Duitsland aan liggen met zijn doctrine van Gute Form.”

De keerzijde van het internationale succes van Dutch Design is dat de prijzen zo de pan zijn uitgerezen, dat ze zelfs voor musea niet meer betaalbaar zijn. Gijs Bakker: „Musea zijn vaak te laat met het aankopen en willen pas iets hebben, als het inmiddels wereldberoemd is. Dat komt natuurlijk ook doordat musea niet marktgericht zijn en beslissingen er over vele schijven lopen. Galeries happen vaak sneller toe.”

De kritiek dat succesvolle vormgevers steeds vaker unica op de markt brengen om de prijs op te drijven, deelt Bakker evenmin. „Vaak realiseren mensen zich niet hoeveel geld erin is gestoken om een product te ontwikkelen. Er zijn ontwerpers die samenwerken met de industrie waarbij geëxperimenteerd wordt met nieuwe technieken. Dat vergt enorme investeringen. De Bone chair van Joris Laarman, één van mijn favoriete ontwerpen vanwege alle innovatie die erin schuil gaat, is daar een voorbeeld van.” Deze stoel is geïnspireerd op de manier waarop botten groeien. Hij is dik waar dat nodig is en dun waar mogelijk. Laarman maakte bij het ontwerpen onder meer gebruik van software uit de auto-industrie. Gijs Bakker: „Deze jongen had een idee in zijn hoofd dat ons de moeite waard leek om uit te voeren. Droog heeft daar ook geld ingestoken. Die stoel is voor 40.000 dollar gekocht door het Museum of Modern Art in New York. Ja, dat is elitair design, maar die stoel krijgt wel een vervolg. Meubelproducent Vitra neemt hem in productie, niet in de vorm van een kopie, maar het concept krijgt navolging in de meubelindustrie. En dan is deze stoel ook weer bereikbaar voor de massa.”

Bakker wil ook het werk van voedselontwerpster Marije Vogelzang nomineren. Ze heeft een ontwerpstudio in Amsterdam en een eetgelegenheid in Rotterdam. Vogelzang ontwerpt eetconcepten: ze maakt gerechten en daarbij gaat het haar niet alleen om het voedsel, maar om alles wat daar verder bij komt: het tafelkleed, het servies, de sfeer, het gezelschap, de locatie, de kleur van het eten. Alles wordt op elkaar afgestemd. Bekende ontwerpen van haar zijn het witte uitvaartdiner en ’good mood food’, in opdracht van een Amerikaans kinderziekenhuis. Bakker: „Ze heeft voor ons een kerstdiner verzorgd, wat een hele bijzondere ervaring was. In het tafelkleed, dat niet over de tafel lag maar omhoog was getrokken, zaten allemaal spleten waar de gasten hun hoofd en handen doorheen moesten steken. Het eten bestond uit grote stukken gebraad wat uitnodigde om die aan elkaar door te geven en er samen van te eten. Aan tafel ontstond daardoor een heel sociaal gebeuren.”

Zijn derde favoriet is het ’Spiral Step House’, een ontwerp van atelier Bow-Wow uit Tokio, voor een huis voor alleenstaanden aan de Frederiksstraat in Amsterdam. Het ontwerp is momenteel ook te zien op de architectuurbiënnale van Venetië. Eind volgend jaar moet het (koop)huis er staan. De bewoners hebben de beschikking over enkele privévertrekken (slaap- en badkamer en dakterras) maar moeten de overige ruimtes delen. De drieënhalve etages worden niet met trappen met elkaar verbonden, maar met verspringende vloeren, die veel extra ruimte creëren. Een in alle opzichten innovatief huis, meent Bakker, dat inhaakt op de veranderingen in de samenleving.”

De mooiste ontwerpen van Gijs Bakker: 1. Bone Chair van Joris Laarman, 2006.2. Kerstdiner en andere eetontwerpen van Marije Vogelzang.3. Huis voor singles van Atelier Bow-Wow, 2008. (Trouw)
De mooiste ontwerpen van Gijs Bakker: (Trouw)
(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden