Review

In vijftig uur door zeven staten: je weet niet wat je ziet

Henry Kisor: De Zephyr. Atlas, Amsterdam/ Antwerpen; ¿ 45.

Kisor leeft zijn hobby uit door overal ter wereld treinreizen te maken. En daar schrijft hij over, zoals in het boek 'De Zephyr', een verslag van maar liefst 368 pagina's van een treinreis dwars door de Verenigde Staten.

In het begin maakt Kisor een onderscheid tussen soorten treinenfreaks. Er is de door de hem verachte “schuimbekker, die bubbeltjes op zijn lippen krijgt als hij zijn favoriete gespreksonderwerp te berde brengt”, die met een scanner de gesprekken tussen machinist en commandopost afluistert, en in treinen, op stations en tentoonstellingen begeerde zaken gewoon jat.

De modelspoorbouwers “met hun legendarische hartstocht voor het levensechte detail” vormen de tweede groep. Kisor heeft daar decennia toe behoord, tot de computer zijn intrede deed en hij het niet meer bij kon houden. Nu is de auteur slechts een kilometervreter, de derde soort, een treinengek die makkelijk te herkennen is “aan zijn dure maar afgedragen sportjasje en enigszins ouderwetse das en die te allen tijde de beste zitplaats in zijn wagon of salonrijtuig bezet houdt”. Kisor heeft tienduizenden kilometers afgelegd, maar komt nog niet in de buurt van Rogers E. M. Whitaker, sportjournalist en society-verslaggever van The New Yorker, die vlak voor zijn dood in 1981 beweerde 4 397 818,89 km te hebben verspoord.

Een treinreis is volgens Kisor “een ononderbroken periode van vrije tijd, om te rusten, een boek te lezen (. . .), een paar duizend woorden te schrijven op mijn laptop-computer in de warme beslotenheid van mijn eigen slaapcoupé, of gewoon om te dagdromen (. . .)”. In de California Zephyr is hij meer dan goed aan zijn trekken gekomen. Deze beroemde trein vertrekt elke dag aan het eind van de middag uit het Union Station in Chicago en komt ruim twee etmalen later aan in Oakland, bij San Francisco. In die vijftig uur doorklieft hij zeven staten en drie tijdzones.

Het is een van de mooiste treinreizen ter wereld. De dienstregeling is zo gemaakt dat het meest indrukwekkende gedeelte, door de Rocky Mountains, bij daglicht wordt afgelegd. Als je dan in het panorama-rijtuig zit in het midden van de trein, met ramen vanaf het plafond tot de vloer, weet je niet weet je ziet.

'De Zephyr is een cruiser op rails', staat er in de flaptekst van het boek. Dat klopt, tenminste voor de gelukkige die een slaapcabine heeft weet te bemachtigen. Daarvoor moet je tegenwoordig drie maanden tevoren boeken. De uitverkorenen krijgen een persoonlijk verzorging van de attendant, kunnen op elk moment van de dag douchen en hebben in hun cabine de keus uit klassieke muziek of golden oldies. Het gewone volk moet genoegen nemen met een zitstoel.

Kisor weet over zijn ervaringen aan boord onderhoudend te vertellen. Maar hij is af en toe ook knap langdradig. Het duurt tot bladzijde 77 voordat de Zephyr zich eindelijk in beweging zet. Daarvoor heeft Kisor veel te uitvoerig verteld over de voorbereidingen van de treinreis, over wie er qua personeel allemaal aan boord zijn en wat voor afwijkingen die stuk voor stuk hebben, en heeft hij doodserieus gemeld dat de peper- en zoutvaatjes 'na elke tocht worden uitgewassen'. Zulke overbodige opmerkingen halen de vaart uit het boek.

De schrijver heeft iets met eten, want als de Zephyr eenmaal Chicago verlaten heeft, blijft Kisor mekkeren over de maaltijden. Op een van de foto's is te zien dat hij niet een van de magersten is. Kisor schrijft dat er tijdens elke reis de eerste dag geroosterde kip op het menu staat, en op de tweede gebraden kip. Doe je het omgekeerd, zo laat hij de kok uitleggen, “dan denkt iedereen dat het een restje is van de avond daarvoor en kom je er nooit meer van af”.

Maar er staat gelukkig veel tegenover. Kisor vertelt over de roemruchte geschiedenis van de de Amerikaanse spoorwegen, de moordende concurrentie tussen de verschillende maatschappijen in de vorige eeuw en aan het begin van deze eeuw, het verval in de jaren vijftig en zestig, toen het vliegtuig en de auto enorm populair werden, en de geslaagde poging om met één nationale maatschappij (Amtrak) het spoorwegverkeer overeind te houden. Al rijden er op de lange trajecten hooguit een paar treinen per dag.

Ondertussen slaat Kisor bijna geen kilometer over van de in totaal 4 040 tussen Chicago en Oakland. Voor wie de reis ooit gemaakt heeft, biedt elke bladzijde wel een schok van herkenning. Voor wie overweegt met vakantie met de Calfornia Zephyr te reizen (niet goedkoop, maar wel zeer aan te bevelen) is het boek aangename reislectuur.

Al met al is 'De Zephyr' een leuk boek, maar het haalt niet bij het werk van Paul Theroux, die andere treinenfanaat, die zeker in de beschrijvingen van zijn reisgenoten Kisor verslaat. Kisor beseft dat kennelijk, want in het begin van zijn boek noemt hij Theroux “een verongelijkt reiziger die de trein neemt om een studie te doen naar de onderbuik van de samenleving die hij verafschuwt”. Van zo'n zin druipt de jaloezie af.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden