In Venezuela is het zoeken naar voedsel een dagtaak geworden

"PDVSA kan haar werknemers niet genoeg meer betalen om te midden van gierende inflatie hun families te onderhouden." Beeld REUTERS

Al twee weken zijn er dagelijks rellen in Venezuela. Ook vandaag is er een grote demonstratie gepland tegen de regering van Nicolás Maduro. Maar niet iedereen heeft tijd om mee te doen. Veel Venezolanen hebben al hun energie nodig om te overleven in de ineenstortende economie.

Toen Judith Cárdenas acht jaar geleden net buiten Caracas een bouwkavel kocht, had ze geen idee dat de bijbehorende steile helling nog eens haar redding zou worden. Terwijl haar landgenoten aansloten in de rijen voor de winkel, ging zij met een machete het woud van woekerplanten te lijf. 

Nu struint ze tussen haar zelfgeteelde mais, tomaten en avocadoplanten. De pas gezaaide bonen staan al vijf centimeter hoog. “Ik voorzie mijn hele familie van groente”, lacht de 59-jarige systeemanaliste. “En mijn bonen ruil ik met de buren voor sla.”

De moestuin was Cárdenas’ antwoord op de economische ineenstorting van Venezuela. De inflatie was in 2016 bijna 800 procent. Import en productie van voedsel zijn politiek hete hangijzers geworden. De voedseldistributie is een chaos, betaalbaar eten vinden een probleem. 

Het minimumloon is amper voldoende voor een week. Etenswaar is een speculatieobject geworden. Volgens lokaal onderzoek zou driekwart van de Venezolanen in een jaar gemiddeld 8,7 kilo zijn verloren. “Niet dat het nergens te krijgen is”, zegt Cárdenas. “Alles is er, maar het is niet te betalen.”

De regering probeert speculatie en schaarste te omzeilen met zogenaamde ‘Locale Comités voor Bevoorrading en Productie’, een soort huis-aan-huis voedselpakketten. In de praktijk komen die alleen aan bij aanhangers van de revolutie. De rest van de bevolking moet het zelf uitzoeken. 

“Vroeger vond je alles op een plek, nu is het echt overleven”, zegt Leonardo Nazoa (64), een gepensioneerde mathematicus. Iedere vrijdag struint hij in zijn oude grijze Fiat Siena de stad af op zoek naar koopjes. “Als je een merkproduct vindt dan is dat een groot succes”, zegt hij op weg naar supermarkt Excelsior.

Enkele straten verwijderd van de winkel beginnen de rijen, waarmee Venezuela berucht is geworden. “Die staan er voor de gereguleerde producten”, verklaart Nazoa. De revolutionaire regering heeft tientallen basisproducten ‘gereguleerd’ om de armen te beschermen tegen inflatie en woekerprijzen. 

Rijst, olie, bonen of meel zijn gebonden aan een maximumprijs. Daardoor gingen veel Venezolaanse voedselproducenten failliet. Of de producten worden gestolen of opgekocht, en elders voor veel geld weer verkocht. Dus precies de gereguleerde producten zijn schaars geworden.

“Veel mensen staan daar niet voor eigen consumptie, maar om gereguleerde spullen met winst door te verkopen”, zegt Nazoa. Ze mogen van de producten maar een of twee pakken meenemen, maar het hindert hen niet. Zodra ze aan de beurt zijn, bellen ze familieleden om mee naar binnen te gaan. Andere slimmeriken omzeilen de rij. “Met een baby of een rolstoel krijg je vaak voorrang. Soms zie je meerdere families naar binnen gaan, met dezelfde baby.”

Een jong echtpaar zegt zeven uur te hebben gewacht voor ze naar binnen mochten. Als beloning mogen ze twee pakken meel en twee tubes tandpasta kopen voor laag tarief. Binnen liggen de twee producten hoog opgestapeld in een apart gedeelte, afgezet met winkelwagentjes. 

De handhaving van de regulering leidt tot absurde taferelen. Vorige maand werden vier bakkers opgepakt, omdat ze hun meel gebruikten voor brownies. Bakkers moeten 90 procent van het meel gebruiken voor brood, maar dat is door de maximumprijs verliesgevend.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

De supermarkten in Venezuela staan vol met gereguleerde producten. Die worden vaak met winst weer doorverkocht en zijn daardoor voor velen onbetaalbaar. Beeld Joris van Gennip

Peperduur

Nazoa gaat niet in de rij staan. Wie niet-gereguleerde producten koopt, mag langs de gewone ingang. “Ik pas mijn dieet wel aan”, zegt hij. “Geen brood? Dan eet ik yuca (cassave, red.). Of croissants, die zijn er wel. Er is geen melk maar wel yoghurt. Dat hier een voedseltekort zou zijn, is onzin. We gaan hier echt niet dood van de honger. Alles is te krijgen. Het wordt alleen anders verkocht. Ze manipuleren de markt, er wordt gespeculeerd, alles is peperduur.” 

Om van zijn pensioen rond te kunnen komen haalt Nazoa maandelijks ook nog honderd dollar van zijn spaarrekening - een luxe die alleen de middenklasse zich kan veroorloven.

Met ironische blik opent Judith Cárdenas haar voorraadkast. Pasta, suiker, rijst, havermout, margarine, van alles één pakje, in totaal goed voor twee maandsalarissen. “Alleen de kaas kost al een weekloon.” In het weekeinde gaat haar 26-jarige zoon Carlos naar de zwarte markt in Catia, een van de uitgestrekte volkswijken in Caracas. Daar haalt hij alles wat zijn moeder niet kan verbouwen.

Het zijn gevaarlijke tochten. Criminaliteit in deze wijken stuwden het moordcijfer in Caracas op tot het hoogste ter wereld. “Politie komt hier zelden uit angst voor de bendes die de buurten controleren”, zegt Carlos. Eten kopen in Venezuela is een semi-illegale activiteit geworden. Als een drugsdealer verstopt Carlos in zijn heuptas grote stapels bankbiljetten die door de inflatie nodig zijn om rijst of pasta te kopen. Voor het uitstappen bindt hij ze in bundeltjes van twintig om sneller te kunnen afrekenen.

Routineus beweegt hij zich tussen de verkopers, vaak wijkbewoners die gisteren nog in de rij bij de supermarkt stonden. Op een tafeltje of in een doos op de grond liggen het illegale meel, de olie en de suiker die in de supermarkten onvindbaar zijn geworden. Schielijk informeert Carlos naar de prijzen. Hij staat nooit lang stil. Voor een kilo suiker rekent hij 4000 bolívar af - een tiende maandloon. 

De oorspronkelijke prijs van 430 staat nog op de verpakking. Kilometers verderop is de Mercado Mayor de Coche, de grootste voedselmarkt in Caracas. Vrachtwagens vol groente en fruit rijden af en aan. Bij de containers graaien armen en daklozen in het rottende fruit op zoek naar iets eetbaars - een tafereel dat vijftien jaar lang was verdwenen uit Venezuela, is weer teruggekeerd. Hier zitten de echte slachtoffers van de crisis, die geen spaargeld hebben om op in te teren, of toegang tot de netwerken van de zwarte handel.

Nazoa stapt niet uit - ook hier is het niet veilig. Liever koopt hij op de kleine, gemoedelijke weekmarkt in de deelgemeente Barruta. Fruit, groente maar ook vis, tonijn, garnalen en vlees liggen hoog opgestapeld. “Mijn dieet is volledig veranderd door de crisis. Ik eet nu meer groente en fruit. Voor tomaten of aardappelen is nog nooit een rij geweest. En het is nog gezonder ook.” Hij koopt vers gebrande koffiebonen. “Dat zie je niet vaak”, zegt hij. “Er is veel nepkoffie in omloop, bijgemengd. Soms drogen ze gebruikte koffie, om als vers door te verkopen.”

In een plantsoentje verderop zitten twee dames op leeftijd in de zon thee te drinken. “We hebben al jaren ervaring, we weten precies wat waar te vinden is”, zegt een van hen. “Je moet vindingrijk zijn. Als er geen melk is dan gebruik je cocosmelk. Als er geen meel is, pak je yuca.” 

Ook haar vriendin heeft nog crisistips. “We loeren in de tassen van voorbijgangers om te weten wat verderop te koop is. Er zijn verenigingen opgericht die via de telefoon contact houden, dat de vrachtwagen is aangekomen, en wat waar is opgedoken. Maar het kost een hoop tijd.”

Judith Cárdenas kneedt deeg van het maismeel dat haar zoon meebracht van de zwarte markt. In een pannetje pruttelen de zwarte bonen uit eigen tuin en een half uur later staat het ontbijt op tafel. “Een beetje laat, ontbijten om half elf”, zegt Cardenas. “Maar zo doen Venezolanen dat tegenwoordig. Laat ontbijten en vroeg avondeten, dat scheelt één maaltijd op een dag.”

Zelfs Moskou heeft genoeg van Venezuela

Het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA zit zo diep in de schulden dat 18 van zijn 31 olietankers stilliggen. Zij wachten vergeefs op reparatieonderdelen of liggen in buitenlandse havens aan de ketting.

Zelfs het geduld van bondgenoot Rusland lijkt op: Sovcomflot eist 30 miljoen dollar op via rechters in St. Maarten en het Maritiem hof in Groot-Brittannië. De ruwe olie ter waarde van 20 miljoen is in St. Eustatius al uit de NS Columbus gepompt.

Venezuela’s economie en de socialistische regering leunen voor 90 procent op olieinkomsten. Sinds het inzakken van de olieprijs en door jarenlang wanbeleid is het land in grote problemen gekomen.

Daardoor is de export van olie in het eerste kwartaal met 8 procent gekrompen. PDVSA kan haar werknemers niet genoeg meer betalen om te midden van gierende inflatie hun families te onderhouden, het kan geen onderdelen meer kopen om productie in de olievelden en de raffinaderijen gaande te houden en de meeste tankers liggen dus aangemeerd. Zes tankers liggen vast in Portugal, Turkije en Curaçao, door achterstallige betalingen of gebrek aan onderdelen.

Persbureau Reuters zag vlakbij het Amuay strand en de gelijknamige raffinaderij bij Punto Fijo in Venezuela hoe arbeiders in wetsuits in de smorende hitte vanaf een vissersbootje met duizenden borstelstrijken de ruwe olie van de Caspian Galaxy schrobden. Anders zijn de tankers uit Venezuela’s exportterminals te vuil om in andere havens te mogen komen. De olie dreef er op het water, ook door lekkages uit roestige pijplijnen onder de oppervlakte.

Handmatig reinigen

Een schip handmatig reinigen kan wel tien dagen duren. In normaal functionerende havens gebeurt dit op een droogdok. Het handwerk draagt weer bij tot nieuwe vertragingen, waartegen sommige bedrijven al zogeheten ‘Venezuela-clausules’ opnemen in hun contracten. Die gaan over stakingen, te late aankomst van loodsen en drugsinspecties, en kunnen oplopen tot 23.500 dollar per dag.

Om te kunnen blijven exporteren huurt PDVSA nu zeker vijftig tankers, wat tot een miljoen dollar per maand per stuk kost. Het drijft de schuldenlast nog verder op en zal er ongetwijfeld toe leiden dat uiteindelijk nog meer olietankers elders in de wereld aan de ketting belanden.

De actie van Sovcomflot in St. Maarten is daarvan het bewijs. Het Russische staatsoliebedrijf Rosneft leent PDVSA sinds vorig jaar geld, maar hoe lang dat de socialistische olietankers nog drijvend houdt, is de vraag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden