Het mooiste Nederland

In Twente kun je buiten de lijntjes fietsen

Denekamp - Sint-Nicolaaskerk. Beeld Van Doorn Flip

Aan de rand van Twente verandert de landsgrens van een brute scheidslijn in een vage herinnering. Ook het fietsroute-netwerk trekt zich weinig aan van de grens en biedt de mogelijkheid buiten de lijntjes te kleuren.

Een echt plein is het niet. Het lijkt slechts of de gebouwen aan de Oldenzaalsestraat in Denekamp zijn geweken om een open ruimte te creëren. Het nieuwe gemeentehuis houdt zich bescheiden op de achtergrond. Het oude raadhuis is nu een restaurant dat de naam draagt van de burgemeester die het liet bouwen, Hoogklimmer. Daarachter verscholen kent de bescheiden kerk van de protestanten zijn plaats. Zelfs de terrassen nemen alleen de marges in bezit van wat dan toch maar het Nicolaasplein is gaan heten.

Kroonjuweel van het dorpshart is de Sint-Nicolaaskerk, daar kan geen twijfel over bestaan. Denekamp is een katholiek dorp en de kerk staat zo prominent in het midden dat het lijkt alsof zij een sprongetje voorwaarts heeft gemaakt. Dat is slechts schijn, de oudste muurdelen stammen uit de dertiende eeuw. Denekamp heeft zich om het plompe gebouw met de gedrongen toren van Bentheimer zandsteen heen gedrapeerd. Het uit baksteen opgetrokken koor dateert uit 1911 en verraadt invloeden van de grootmeester van de neogotiek, Pierre Cuypers. Architect Wolter te Riele blijkt een leerling van Cuypers.

Aan de voet van de toren kijkt de in brons gegoten schutspatroon Sint-Nicolaas minzaam neer op drie bronzen kinderen. Achter zijn rug, aan een winkelpleintje dat Eurowerft heet, staat een bordje met een H: Haltestelle. De grens is niet ver weg, de bus doet nauwelijks tien minuten over de rit naar buurstad Nordhorn.

Voor die grens ben ik gekomen. Deze rubriek mag dan ‘Het Mooiste Nederland’ heten, vandaag sta ik mijzelf toe buiten de lijntjes te kleuren. Dat doen de inwoners van dit deel van Twente ook. Meer en meer wordt de grens een abstractie, een langzaam vervagende lijn die ooit twee landen scheidde maar ze nu lijkt te verenigen. Ik fiets de Brandlichterweg helemaal af. Aan het einde wacht de landsgrens, een laatste vergeten slagboom.

Smokkelaars 

Een straatnaambordje meldt dat ik hier aan de Vrijdijk sta. De dijk is een kilometer lang en tot 1914 hadden noch de Nederlanders, noch de Duitsers er iets over te zeggen. Niemandsland. Een smalle strook waar smokkelaars vrij spel hadden, ook na 1914. Er staat een commiezenhut, een half ingegraven hok. Een vermolmd deurtje, een houten tafel, twee kijkgaten. Voor de vorm zullen douaniers de boel in de gaten hebben gehouden, maar ongetwijfeld wisten de smokkelaars precies waar zij zaten en wanneer.

Behalve de buslijnen en de smokkelnetwerken is ook het fietsroutenetwerk grensoverschrijdend. Aan de Duitse kant van de grens kan ik me net zo goed verlaten op de knooppuntenbordjes als in Nederland. Zelfs de paddestoelen van de ANWB trekken zich niets van de grens aan. Het landschap doet dat overigens ook niet, de vogels vliegen van oost naar west en de grijze grensstenen houden zich bescheiden op de achtergrond. Mijn fietstocht wordt een spel zonder grenzen, maar toch met de grens als leidraad. De grens speelt het spel mee. Bij de Putbeek is naast een overdekte picknicktafel een klimtoestel geplaatst waar kinderen - volwassenen overigens ook - van Nederland naar Duitsland kunnen klauteren.

Vanaf Beuningen volg ik een andere waterloop, De Dinkel. Al snel stuit ik op een heel andere grens. Bij het oude Sterrebos melden bordjes dat ik het terrein van Singraven betreed. De eigenaren van dit uitgestrekte landgoed hadden het voorrecht dat ze een van de mooiste riviertjes van Nederland als een natuurlijk stijlelement door hun parkbos konden laten meanderen.

In plaats van het drukke terras bij de watermolen kies ik voor een korte pauze bij de Westerveldmöl, een windmolen op een molenbelt bij Tilligte. Zet ik vervolgens koers naar het noorden, dan kom ik in een merkwaardige uithoek. De buurtschap Breklenkamp grenst in zowel het westen, noorden als oosten aan Duitsland. Op de grens een picknicktafel met speeltoestel. Een Grenzerlebnisstation, zoals de Duitsers het noemen.

Een paar kilometer zuidelijker staat de leukste, een klimtoren met een glijbaan. De toren staat in Duitsland, de glijbaan eindigt in Nederland, wie wil glijdt zo de grens over. Kinderen tref ik niet aan. Wel zijn de lange tafels onder de houten afdakjes telkens bezet. Fietsen staan aan de kant, flesjes bier en de resten van een lunch op tafel. De voertaal is steevast Duits, een tikje luidruchtig.

Een andere vorm van Grenzerlebnis tref ik bij de grensovergang aan de Rammelbeek. Een glinsterende boog overspant het water, verbindt beide oevers en daarmee beide landen. Niemand heeft oog voor het kunstwerk. Reclameborden op Nederlandse bodem prijzen Medikamente aan, Blumen & Pflanzen, Spargel, Backfisch, Matjes und Pommes. Aan de kentekenplaten op de parkeerplaats te zien is het hier voor Duitsers voordelig winkelen. In het vroegere grenskantoor zit een kapsalon. Over de brug rijdt de bus voorbij. Denekamp is niet ver meer.

Fietsroute

De gefietste route volgt het grensoverschrijdende fietsknooppuntennetwerk. Start bij de Sint-Nicolaaskerk in Denekamp, knooppunt 23 en vervolgens richting 19 (Brandlichterweg helemaal uitfietsen tot de Vrijdijk en daar linksaf) dan 82-79-78-58-55-18-53-52-54-17-15-14-10-4-5-6-2-1. Vanaf knooppunt 1 het fietspad langs de grens blijven volgen tot knooppunt 9, dan 13-12-23.

Praktisch

Een mooi vertrekpunt is natuurmuseum Natura Docet, dat tegenwoordig door het leven gaat als Wonderryck Twente. Gelegen in het VVV, aan de rand van het centrum. Meer info: ootmarsum-dinkelland.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden