In Tsjechië zijn steenkolen passé, tot vreugde van Polen

In 2023 sluit de laatste kolenmijn in Tsjechië.Beeld rv

Terwijl Tsjechië kolenmijnen sluit, investeert Polen 250 miljoen euro om de sector overeind te houden.

De een zijn dood, is de ander zijn brood. Daniel Ozon wil het niet zeggen, maar de directeur van het Poolse steenkoolbedrijf JSW kan een glimlach niet onderdrukken als Tsjechië ter sprake komt. "Ja, wij maken plannen hoe we de markt kunnen overnemen." De Tsjechische regering heeft besloten dat in 2023 de laatste kolenmijn gesloten wordt. Dat geeft de mijnen aan de Poolse kant van de grens wat lucht. Dat is hard nodig, want de wet van vraag en aanbod is onverbiddelijk. De prijs van steenkool is de laatste jaren sterk gedaald.

De Tsjechen gooien de handdoek in de ring. Tot vreugde van de Polen. Dat wil zeggen, van de 200.000 mensen die werken in de kolenindustrie. De nationalistische regering doet er alles aan dit electoraat te vriend te houden. Staatsbedrijven in de energiesector hoesten 250 miljoen euro op om de sector overeind te houden. De gewone Pool betaalt het gelag in de vorm van een hogere energierekening.

De Tsjechen besloten al in 2004 dat de markt zijn werk moest doen. De mijnen werden geprivatiseerd door de huidige premier Bohuslav Sobotka, indertijd minister van financiën. Maar de vrije markt is ook niet alles. Tunelovat - letterlijk: tunnelen - heeft niets met graven te maken. Het is een Tsjechisch neologisme voor het leegpompen van geprivatiseerde staatsbedrijven.

Dat overkwam ook OKD, het conglomeraat van Tsjechische mijnen dat voor 130 miljoen euro eigendom werd van zakentycoon Zdenek Bakala. Een jaar na de privatisering schatten zakenbanken de waarde van zijn aankoop tien tot twintig keer zo hoog in. Alleen al de 44.000 bijbehorende woningen die de staat voor gemiddeld 1500 euro per stuk van de hand deed, waren op de vrije markt ruim een miljard euro waard.

Herstel

Op een grote luchtfoto van zijn gemeente wijst burgemeester Petr Badura het wijkje - 'Bakala-woningen' - in Paskov aan. Hij maakt zich zorgen over de toekomst van zijn stadje. Op 1 april ging hier de laatste mijn dicht. "De tijd van kolen en staal is voorbij." In Paskov wonen 3900 mensen. In de mijnen werkten er bijna 1300. Mensen die bijna aan hun pensioen toe zijn, kunnen nog even door in OKD-mijnen elders, die later worden gesloten. Aangezien de Tsjechische economie draait als een tierelier, zal de rest elders wel aan het werk komen, denkt de burgemeester. Zijn probleem is dat woordje 'elders'. "Bedrijven vinden hier geen gekwalificeerde arbeidskrachten." Wat ze wel vinden, zijn afgedankte kolenmijnen.

"Wie gaat er betalen voor het herstel van deze gebieden?" Niet OKD, dat vorig jaar faillissement aanvroeg en nu in een soort sterfhuisconstructie is overgenomen door de staat. "Investeerders willen een greenfield, letterlijk. Geen oude industrieterreinen, of grond die op elk moment kan verzakken." Zonder nieuwe bedrijvigheid loopt het stadje langzaam leeg. "Jongeren trekken weg."

Terwijl de Tsjechische belastingbetaler opdraait voor de palliatieve zorg, moet de Poolse belastingbetaler betalen voor een infuus. "Geen sterke Poolse economie, zonder sterke Poolse steenkoolmijnen", verzekert premier Beata Szydlo de mijnwerkers. Voor JSW - steenkoolbedrijf Jastrzebie - zit daar een kern van waarheid in. Maar JSW is de witte raaf in een pikzwart kolenland. Het is weliswaar ook een staatsbedrijf, maar in Jastrzebie rooien ze het zonder steun.

Politiek groot gevaar

Onder het stadje aan de Tsjechische grens liggen kolen waar cokes van worden gemaakt, de brandstof voor hoogovens. "Om een auto of een windmolen te bouwen, heb je staal nodig. Geen staal zonder cokes", concludeert directeur Ozon.

Dat is een heel ander verhaal dan de noodlijdende mijnen die stookkolen voor huizen en elektriciteitscentrales produceren. Daarover houdt de directeur van JSW wijselijk zijn mond. "Wij hebben productieplannen tot 2030. Tot 2050 gaat de kolenwinning zeker door."

Als grootste cokesproducent in de EU vreest hij niet de concurrentie. Zelfs niet van Australië, waar de kolen letterlijk voor het opscheppen liggen en na een wereldreis nog goedkoop zijn. Het grootste gevaar is de politiek, de EU die de verbranding van kolen verder wil belasten. "Wat doen we als meneer Mittal straks in Londen voor zijn wereldbol zit en tot de conclusie komt dat hij in Ghana en Oekraïne die kosten niet heeft?"

In de staalfabrieken van Mittal werken alleen in Polen al 10.000 mensen. Bij JSW zijn dat er 20.000. Directeur Ozon legt uit dat je deze getallen met een factor vijf moet vermenigvuldigen door alle bedrijvigheid eromheen. "Als je die industrie dichtgooit, waar haal je dan zoveel nieuwe banen vandaan?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden