In therapie: zijn we nog te redden?

Beeld Brechtje Rood

Zijn relatie leek steeds meer op een amateuropvoering van 'Who's Afraid of Virginia Woolf?' Relatietherapie was de oplossing, dacht Robert van Dijk. Niets bleek minder waar.

Het is alweer jaren geleden dat een goede vriend mij tijdens een wandeling door de Ardennen apart nam en zei: "Dit gaat zo echt niet langer tussen jullie." En ik wist niet waar hij het over had; hij moest het me echt uitleggen.

Toen ik een paar maanden later met een vriendin in de brandende zon over de A1 reed en haar vertelde dat ik overwoog mijn vriendin voor te stellen in relatietherapie te gaan, overtrof haar zucht van verlichting de bries van de airco. Eindelijk, zag ik haar denken.

Beetje bij beetje werd me duidelijk dat mijn vriendin en ik niet zagen wat onze vrienden al jaren zagen: onze relatie was gaan lijken op een amateuropvoering van 'Who's Afraid of Virginia Woolf?'

Toen ik mijn vriendin voorstelde professionele hulp in te schakelen, was haar reactie: "Ik hoef niet in relatietherapie, ik heb geen problemen, misschien moet jij in je eentje gaan."

Ik kon niet ontkennen dat ik me al langere tijd knap beroerd voelde, maar dat dit vooral door onze schrale relatie kwam, kon ze me niet uit mijn hoofd praten. Nou goed, ze wilde dan wel mee.

Wishful thinking
Meteen voelde ik me een stuk gelukkiger. Eigenlijk was onze relatie met dit jawoord van haar al gered; het was nog slechts een kwestie van tijd voordat we dan eindelijk van elkaar konden gaan genieten, als pensionado's van hun spaargeld. Dacht ik. In mijn ogen was een relatietherapeut een hovenier die elk verpieterd plantje kan opkalefateren.

Dit geloof was een mix van wishful thinking, een fascinatie voor het vak van de therapeut en de bijbehorende naïeve kijk op wat dat vak inhoudt. De animatieserie 'Dr. Katz', de dramaserie 'In Treatment', de interviewreeks die Coen Verbraak met psychiaters hield - ik verslond het allemaal. Dat ik nu zelf in therapie ging, gaf me het gevoel dat kruiswoordpuzzelaars moeten hebben als ze mee mogen doen aan 'Lingo'. En je kan er nog iets mee winnen ook.

Mijn beeld van wat relatietherapie zou inhouden, was vooral dit: nu zou mijn vriendin eens van een ander horen dat de manier waarop George en Martha in 'Who's Afraid of Virginia Woolf?' met elkaar omgaan, niet normaal is. En het roer zou op maar één manier omgegooid kunnen worden, namelijk op mijn manier.

Wat mijn manier was, wist ik nog niet precies, maar ik had net het luisterboek 'Hold me tight' gedownload (van de populaire Amerikaanse relatiedeskundige Sue Johnson, tevens grondlegger van de hippe behandelvorm EFT, Emotionally Focused Therapy) en die titel leek me een goed begin. Helaas kon ik mijn vriendin maar niet overtuigen van het nut van elkaar vasthouden, maar dat zou die therapeut dus wel fiksen. Alsof ik een jurist in de arm had genomen die mijn vriendin zou wijzen op cont(r)actbreuk.

Beeld thinkstock

Het liep anders.

Relatietherapie bleek - ik waarschuw mensen die het ook overwegen vast - vooral een aansporing de hand wat vaker in eigen boezem te steken. En dus niet in de boezem van mijn vriendin.

We hadden trouwens niet één maar twee relatietherapeuten. Johanna (ze heet geen Johanna, maar u weet, therapeuten hebben beroepsgeheim) legde tijdens de intake uit dat ze relatietherapieën gewoonlijk met een collega doet (hem noem ik maar even Max). Prima, het gaf me wel een vertrouwd gevoel eigenlijk (hoewel je je af kunt vragen of dat kwam doordat therapie zo de aangename schijn had van bezoekjes aan vrienden, of omdat mijn vriendin en ik inmiddels ook niet meer waren dan collega's in het bedrijfje dat 'gezin' heet).

Bovendien dacht ik dat het voor mij voordelig zou uitpakken dat er nog een man aanzat, dat er zo meer aandacht en begrip zou zijn voor de masculiene kijk op de zaak.

Relatie op sterfbed
Dat viel tegen. Volgens de dichter Heine heeft de filosoof Hegel op zijn sterfbed hoofdschuddend gezegd: er is maar één iemand die mij heeft begrepen ... En na een korte stilte: en zelfs die heeft mij niet begrepen.

Zo voelde ik me achteraf ook over deze Max. Ik lag dan weliswaar niet op mijn sterfbed, maar met de kennis van nu kan ik zeggen dat mijn relatie daar wel op lag.

Alles waar Johanna en Max mee kwamen, was vruchteloos. Zo gaven ze ons de tip elkaar af en toe terloops even aan te raken - wat voor ons zo onwennig was dat we het niet konden. Daarna adviseerden ze ons elkaar eens per dag een complimentje te maken, wat ons, gok ik, hooguit drie keer is gelukt. Een volgende keer was de raad: ga samen aan iets werken, een moestuin of een klusje in huis; bezigheden waarvan wij wisten dat ze garant stonden voor ruzies. Weer een andere keer werd er op een flipover een academische ontleding van het begrip 'communicatie' uitgetekend, iets waarbij ik tijdens mijn studie Nederlands al had zitten gapen.

Wat ze ook uithaalden, het lukte maar niet om ons bij elkaar te brengen, wat bij mij de vraag opriep of we eigenlijk wel ooit bij elkaar waren geweest. En het antwoord was gek genoeg nee.

Volbloed romanticus
In de film 'Lost Highway' zit een scène waarin hoofdpersoon Pete 's nachts op het strand in slow motion seks heeft met Alice, bij het licht van de koplampen van een auto. Tijdens deze intense vrijpartij verzucht Pete herhaaldelijk: "I want you", waarop Alice haar mond naar zijn oor brengt en fluistert: "You'll never have me." Nou, zo'n relatie had ik ook. En dan heb ik het over de dialoog, niet over de handeling. Mijn vriendin bleef van begin af aan wat de Engelsen noemen at arms lenght.

Maar ik ben een volbloed romanticus, in de eind achttiende-eeuwse zin van het woord. Ergens naar verlangen betekent voor mij niet dat het verlangde behaald, bezeten of geconsumeerd moet worden. Leven met een onbereikbare liefde als partner, dat paste mij destijds perfect.

Maar mettertijd werd de honger te hevig. Toen we tien jaar samen waren, nodigde ik mijn vriendin daarom uit voor een etentje. Ik had gereserveerd in zo'n hippe tent met veel te veel tafeltjes. We werden toevallig pal naast een kennis geplaceerd die ze al jaren niet had gezien. Ik hoopte op een opmerking als: "Sorry, wij zijn vandaag precies tien jaar samen, dus geef me je nummer, dan spreken we snel weer 's af." In plaats daarvan heb ik de hele avond naar opgehaalde herinneringen moeten luisteren.

Het etentje werd een keerpunt; ineens zag ik dat mijn onbereikbare liefde een afwijzende liefde was - door mijzelf zorgvuldig gecultiveerd.

Met de geleidelijke transformatie van Pete en Alice in George en Martha kwam er een einde aan het tijdperk van de romantiek. De verbale en passieve agressie van het realisme maakten meer kapot dan me lief is. Verwijten en scheldwoorden die ik al honderd keer had gehoord, waren daarmee niet pijnloos geworden. Op mijn ziel heeft nooit eelt willen groeien. En het uiten van verwijten deed evenzeer zeer.

Mijn levensvreugde verdween. Ik werd somber. Gedeprimeerd durfde ik het niet noemen, want ziek zijn kon ik er niet ook nog bij hebben.

'We moeten praten'
Het was in deze uitzichtloze fase dat ik aanklopte bij Johanna (en Max). Na twee jaar praten bleek onze casus voor hen een te zware kluif. In feite stonden ze even machteloos als ik. Mijn vertrouwen in relatietherapie glipte uit mijn linkerhand, mijn vertrouwen in de liefde uit mijn rechter.

Een therapeut kan iemand alleen helpen als die patiënt daadwerkelijk geholpen wil worden. Ik wilde nog steeds niets liever dan gezond en oud worden met de moeder van mijn kinderen, maar hoe zat dat met haar? Wat had ze ook weer geantwoord toen ik haar voorstelde in relatietherapie te gaan?

Waar ik al die tijd zo bang voor was geweest, kwam onvermijdelijk toch: op een zondagavond in mei gooide mijn vriendin met een 'we moeten praten' de handdoek in de ring. De 'artsen' hadden hun best gedaan. De relatietherapie bleek geen genezende behandeling, maar stervensbegeleiding. De nekslag kwam toen mijn vriendin, nog voordat ik voor mezelf een appartementje had kunnen vinden, hopeloos verliefd werd op een ander.

Ik had me nog nooit zo gebroken gevoeld, sterker nog: Johanna diagnosticeerde een depressie. Maar ze pakte niet haar agenda, ze pakte een visitekaartje van een collega, een psychotherapeute. Verontschuldigend legde ze uit dat ze geen ruimte had voor nieuwe patiënten. Nu voelde ik me ook nog afgewezen door mijn therapeut. Jarenlang hadden we lief en leed gedeeld en nu ik écht in nood was, verbrak ze het contact.

Stond ik dan echt helemaal alleen?

Ja, uiteindelijk staan we allemaal alleen.

Na onze scheiding ben ik heel lang heel content geweest dat we ruim twee jaar in relatietherapie zijn geweest. Ik hield mezelf voor dat je daaruit kunt afleiden dat we er beiden alles aan hebben gedaan, dat we er hard voor hebben geknokt. Wel zo prettig op het moment dat je je kinderen moet vertellen dat papa gaat verhuizen.

Relatie verbreken, mét therapie
Nu alles bezonken is, zie ik het helderder. Die therapie, het was een farce. Onze relatie had op het moment van het intakegesprek al geen schijn van kans meer.

Volgens mij zit het zo: er zijn mensen die met behulp van relatietherapie hun relatie willen redden, en er zijn mensen die met behulp van relatietherapie hun relatie willen verbreken. Beide groepen zijn bang. De eerste groep leeft met de angst dat de relatie onderweg in stukjes op de grond valt, de tweede vreest dat hun partner onderweg in stukjes op de grond valt.

Mijn vriendin en ik, we zaten niet in hetzelfde team. Terwijl ik zat te huilen, sloeg zij de armen over elkaar. Als ik aan het eind van een sessie zei: laten we snel weer afspreken, zei zij met een fronsende blik in haar agenda: "De komende weken wordt het lastig."

Maar ach, wat doet het er nog toe? A sadder and wiser man / he rose the morrow morn, schreef Coleridge. We zijn geruime tijd verder. Inmiddels ben ook ik verliefd. Hoewel, verliefdheid is het in feite niet. Ik heb iemand ontmoet van wie ik acuut ben gaan houden. De verliefdheid heb ik overgeslagen, dat is iets van vroeger. Zoals ik vroeger in bomen klom en nu niet meer. Wat ik toen leuk en spannend vond, komt me nu voor als gevaarlijk, doodeng. Ik blijf liever op de grond staan. Sterker nog, als ik bij haar ben geweest en ik kom thuis, voel ik me verdrietig in plaats van verliefd.

Kan iemand me dat uitleggen?

Misschien toch maar eens bellen, die psychotherapeut.

Robert van Dijk (Berlikum, 1974) is toneel- en scenarioschrijver. Hij studeerde Algemene Taalwetenschap en Writing for Performance en is aan deze laatste opleiding verbonden als gastdocent. Van Dijk werkt en woont in Utrecht, samen met zijn twee kinderen.

Reageren? Wat zijn uw ervaringen met relatietherapie? Graag lezen we uw reacties, in 150 woorden, via tijdpost@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden