In theorie zijn er hier gelijke kansen voor man en vrouw, nu de praktijk nog

Vandaag houdt mijn nichtje Joeka (10) haar spreekbeurt over mij. Dat is ongeveer de grootste eer die je als tante kunt krijgen. Ze heeft me gevraagd om in haar klas, terwijl ze over me vertelt, op een bureau te gaan staan. Later, als ze groot is, wil ze mij worden, zei ze eens. Maar regelmatig bedenkt ze iets nieuws, zoals nu. Brandweerautomonteur lijkt haar momenteel het allermooiste vak dat de toekomst haar zou kunnen bieden.

Ik vertel haar vaak dat ze kan worden wat ze wil. En dat is in theorie natuurlijk waar. Hier in Nederland zijn de kansen in principe voor iedereen optimaal. Zeker in vergelijking tot veel andere landen in de wereld.

Toch is de praktijk iets minder rooskleuring. Tenminste, wanneer je geen blanke man bent.

Dit weekeind plaatste ik een oproep op mijn Facebookpagina met de vraag of iemand voorbeelden kende van mannen die zeer waarschijnlijk niet (meer) op hun positie hadden gezeten wanneer ze vrouw waren geweest. Ik had namelijk net zitten fantaseren over hoe het zou zijn gegaan als iemand als Ron Meyer vrouw was geweest. Ron is vorig jaar door Jan Marijnissen zelf naar voren geschoven als zijn opvolger als partijvoorzitter van de SP hoewel hij niet veel (bestuurlijke) ervaring had. Ron is vooral een activist geweest voor de vakbond en zijn politieke ervaring beperkt zich tot een lokale fractie van de SP.

Sharon Gesthuizen stelde zich ook kandidaat voor het voorzitterschap en behaalde uiteindelijk 42 procent van de stemmen van de leden. Dit was een enorme hoeveelheid, zeker gezien het feit dat het partijbestuur duidelijk niet gediend was van een tegenkandidaat. Vreemd, omdat Sharon veel meer ervaring had en bovendien een vlekkeloos cv. Wat ik durf te stellen is dat Ron (om te beginnen) überhaupt niet naar voren was geschoven indien hij een vrouw was geweest, maar ook dat een vrouw met zo weinig ervaring nooit op die positie was gekomen.

Ik kreeg veel reacties op mijn facebookoproep, maar het grootste deel daarvan bestond uit privéberichten met talloze voorbeelden van situaties waarin mannen wegkwamen met de grootste blunders en wantoestanden, terwijl vrouwen daar doorgaans direct op worden afgestraft. Kenmerkend voor de reacties was dat niemand wilde dat ik namen zou noemen. Op een paar algemeen bekende voorbeelden na: (ik citeer) "Denk aan Nurten Albayrak versus een - ik noem maar - Fred Teeven. Of een Wassila Hachchi versus een man die uit de Kamer stapt..."

Het niet willen noemen van namen is ook mij niet vreemd. Ik kán zo een aantal mannelijke vakgenoten noemen die vaker worden gevraagd en doorgaans direct meer geld geboden krijgen voor nieuwe opdrachten dan ik. En dat terwijl ik weet dat ze zeker niet beter zijn in wat ze doen. Maar wie dat zijn houd ik liever voor me.

Ik hoop voor mijn nichtje dat welke carrièrekeuze ze uiteindelijk ook maakt, ze niet te veel mannelijke concurrenten zal treffen. Of nog beter, dat mannen en vrouwen straks niet alleen theoretisch gelijke kansen krijgen, maar ook gelijk en op de zelfde grond worden beoordeeld. Dat is ambitieus, zeker wanneer je een dergelijke situatie internationaal op je wensenlijstje hebt staan.

En precies daarom breng ik het vandaag, 8 maart 2016, Internationale Vrouwendag, nog maar even ter sprake.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden