'In Suriname heb ik het gevoel dat ik nodig ben' Heimwee, gezinshereniging, meer kansen daar dan hier en het herstel van de democratie. De redenen van Surinamers die Nederland verruilen voor een bestaan in de voormalige kolonie, hun geboortegrond, lo...

In haar kamer in het Buro onderzoek geneeskunde-complex (BOG) in Paramaribo maakt de airco een brommend geluid. Verbaasd kijkt ze naar het kippevel op mijn armen. "Heb je het koud" , vraagt Sonja Cafe (28). Ze lacht vrolijk als ik opmerk dat iedere Surinamer over de Hollandse kou klaagt, maar dat ze zelf binnenshuis voor vriestemperaturen zorgen met hun airco's. "'t Is nogal tegenstrijdig" , knikt ze. Maar laat dan direct weten dat zij het toch ook wel erg koud vond in Nederland.

Ze weet het zich nog precies te herinneren, die eerste keer in Nederland. Met haar ouders en zusjes bezocht ze haar oudste broers, die in Utrecht studeerden. Het was eind oktober 1980, het regende, waaide en de lucht was donkergrijs. 't Viel me zo tegen" , zegt Sonja hoofdschuddend. "Ik had eigenlijk alleen maar spannende verhalen over Nederland gehoord, maar ik vond er niets aan. Vooral Amsterdam vond ik raar, daar likken mensen elkaar op straat gewoon af. En dan dat gehol en gedraaf de hele dag." Sonja treurde dan ook niet toen de vakantie weer voorbij was en het gezin weer naar Suriname vertrok. Alleen vader Cafe zou langer blijven. "Mijn vader werkt in het onderwijs en kon gebruik maken van het tropenverlof" , zegt Sonja. "Eigenlijk is dat grappig. Leerkrachten konden toen nog na een aantal dienstjaren een jaar verlof nemen met behoud van salaris omdat tropenjaren dubbel geteld werden. Die regeling was natuurlijk voor Nederlanders gemaakt die in de tropen werkten, maar omdat er geen onderscheid gemaakt mocht worden, konden Surinamers dus ook met verlof."

Toen ze haar middelbare-schooldiploma op zak had, was Sonja eigenlijk vastbesloten in Suriname te blijven. "Zoveel vrienden en kennissen vertrokken in die tijd" , zegt ze. "Er bleef bijna niemand meer over. Ik had eerst totaal geen zin om weg te gaan, want ik voelde me prima hier in Suriname. Maar mijn oudste broer drong er steeds op aan dat ik in Nederland zou studeren. Hij vond dat het gewoon stom zou zijn om in Paramaribo te blijven; er waren in Nederland veel meer studiemogelijkheden en het onderwijs was beter. Uiteindelijk gaf ik toe. Al heb ik toen wel duidelijk tegen mezelf gezegd dat ik na mijn studie terug zou komen."

Sonja woonde enige tijd in Utrecht en Amsterdam maar voelde zich daar niet erg op haar gemak. "Ik had daar echt het gevoel scheef aangekeken te worden omdat ik Surinaamse was. Dat kwam natuurlijk ook omdat er na de onafhankelijkheid een enorme golf Surinamers het land binnen was gekomen. De Nederlanders waren al die buitenlanders zat en dat lieten ze duidelijk merken. Ik begrijp hun houding ook wel een beetje. In diezelfde periode werd Suriname overspoeld met Guyanezen en die werden in Suriname ook behoorlijk gediscrimineerd."

In Maastricht waar Sonja sociale geneeskunde ging studeren, werd ze, op z'n Surinaams gezegd - gedwongen te pinaren. Een beurs kreeg ze niet omdat die door de Surinaamse overheid mondjesmaat werden verstrekt. De Nederlandse overheid gaf sinds de onafhankelijkheid al geen beurzen meer aan Surinaamse studenten. En van de 500 Surinaamse guldens die haar ouders uit Suriname opstuurden bleef door de alsmaar stijgende inflatie weinig over. Het geld was in 1985 nog slechts 50 Hollandse guldens waard. Om haar studie te bekostigen moest ze dus flink bijwerken; ze maakte schoon, werkte achter de lopende band en verkocht snacks. "Het was hard werken in die tijd hoor, maar ik wilde per se die studie afmaken, omdat ik daar iets zinnigs mee kon gaan doen. De leerstof viel in het begin wel tegen. Ik werd volgepropt met kennis over typisch westerse welvaartsziektes, zoals overmatige drank, rook en eetgewoontes. En daarmee had ik niet het gevoel iets wezenlijks bij te kunnen dragen aan de problematiek in ontwikkelingslanden. Want dat ik nog steeds naar Suriname terug wilde, stond vast."

In 1985 ging Sonja op stage naar Paramaribo. De situatie, zoals die was toen ze het land verliet in 1981, was zo veranderd dat ze er van schrok. "Ik was verbaasd van de aversie van Surinamers tegen alles wat Nederlands was. In het begin durfde ik mijn mond niet open te doen omdat ze dan aan mijn accent konden horen dat ik een tijd in Nederland had gewoond. Surinamers die naar Nederland gingen werden als een soort verraders van het volk beschouwd. De mentaliteit was in die paar jaar veel harder geworden. Toen ik nog op de middelbare school zat, was het een hele wilde tijd in Suriname. De vakbonden, studentenraad en weet ik niet wie allemaal, riepen de mensen op de straat op te gaan en hun stem te laten horen. We hadden een gevoel van macht. Dat de regering gedwongen werd naar ons te luisteren. Er moest verandering komen. En die kwam toen Bouterse de macht greep. Iedereen was toen door het dolle heen. Nee echt" , herhaalt ze nog eens, "er heerste een juichstemming van 'we gaan dat hier allemaal even veranderen'." Ze kijkt me recht aan. "Weet je, het is in Suriname zo veranderd. De meeste mensen zijn teleurgesteld omdat werkelijke verandering ook na de revolutie uitbleef. Toen in december 1982 die vijftien mensen werden vermoord, was ik in Nederland. Door alle berichten over 'sociale onrust en paniek onder de Surinaamse bevolking' werd ik heel ongerust. Maar van mijn ouders in Suriname hoorde ik dat het met die sociale onrust allemaal wel meeviel. De mensen leefden gewoon verder. Er was meer een soort gelatenheid voor in de plaats gekomen."

Ze schenkt heet water in twee kartonnen bekertjes waar ze wat nescafe bijgooit. Ze laat het prijsje op de pot zien. "Deze koffie kost twintig gulden, dat is absurd natuurlijk. De prijzen zijn zo hoog, dat je soms niet weet wat je moet kopen. Maar toch lijkt het alsof er niets verandert. De meeste Surinamers hebben het nu niet zoveel slechter als pakweg tien jaar geleden. Op de een of andere manier weten ze zich altijd te redden met een dubbele baan; voedselpakketten, geld van familie in Nederland." Ze schudt haar hoofd. "Nee, ik krijg niet zo vaak een pakket. Ik heb er laatst nog een gehad met kerstmis maar dat was meer een extraatje voor de feestdagen. Het is ook een beetje onzin. Ik verdien 1800 Surinaamse guldens per maand. Omgerekend in Nederlands geld (180 gulden) is dat natuurlijk een schijntje. Maar de grootste fout die Surinamers hier maken, is volgens mij dat ze altijd alles berekenen volgens de zwarte-marktkoers van 1 op 10. Met 300 Nederlandse guldens kan je hier in Suriname toch echt behoorlijk rond komen en dat kan in Nederland niet.

Het vervelende is ook dat de familie in Nederland onder druk gezet wordt om geld en spullen op te sturen. Ze hebben tenslotte hun eigen gezin waar ze rekening mee moeten houden. Surinamers zeggen zo gemakkelijk: "Vraag het dan aan de familie in Nederland" .

Haar eigen situatie vindt ze best riant. Ze tekent er wel bij aan dat ze geen gezin van haar salaris moet onderhouden en nog thuis bij haar ouders woont. Samen met haar zusje deelt ze de bovenverdieping. "Dat gaat nu prima, maar ik moet wel naar een woning uitzien als mijn andere zus uit Nederland terugkeert. Waarschijnlijk is het mogelijk iets via de overheid te regelen, dat ik een woning voordelig kan kopen of zo. Als ik mijn situatie vergelijk met die van mijn zus in Nederland die studeert, heb ik het goed. Er hangen nu meer kleren in mijn kast dan toen ik in Nederland woonde."

Geld speelde voor haar dan ook niet zo'n belangrijke rol bij de beslissing of ze nu terugging of niet. "In Suriname ben ik nodig en dat gevoel heb ik in Nederland nooit gehad. Ik ben inderdaad een uitzondering. De meeste Surinamers die naar Nederland vertrekken, zeggen allemaal dat ze terugkomen. Maar hoe langer je in een land woont, hoe moeilijker het is weer weg te gaan."

Voor gekwalificeerde krachten die willen remigreren, wordt door de Surinaamse overheid het vliegtuigticket betaald en de verhuiskosten. Daarbij krijgen ze nog een paar duizend gulden om opnieuw te beginnen. Om voor deze regeling in aanmerking te komen, wordt wel verwacht dat je medisch gekeurd bent, werk hebt in Suriname en een vaste verblijfplaats.

Sonja vindt dat de regels voor remigratie veel soepeler moeten worden. "In Suriname is zo'n gebrek aan kader dat ze je eigenlijk direct bij het nekvel moeten pakken als je zegt dat je terugwilt. Maar het duurt allemaal zo lang. Ik heb vanuit Nederland naar deze functie gesolliciteerd en wist dat ze me graag wilden hebben, het moest alleen nog officieel bevestigd worden. Pas na vier maanden kreeg ik antwoord. Daarna moest ik wachten op het geld voor de overtocht en de verhuisvergoeding. En dat duurde nog eens een half jaar. In die periode kreeg ik een baan in Nederland aangeboden als gezondheidsvoorlichtster voor migrantenvrouwen. Ik kon daar niet direct aan de slag, anders was ik misschien toch nog in Nederland gebleven. In Suriname duurde het allemaal zo lang."

Ze laat er meteen op volgen dat ze toch blij is teruggegaan te zijn. "Ik zou met niemand in Nederland willen ruilen. Ik heb zo veel voldoening in mijn werk. Ik reis regelmatig naar het binnenland om voorlichting te geven over voedsel en hygiene. Het komt nog veel te vaak voor dat er kinderen onnodig ziek worden of zelfs doodgaan. Nu er cholera voorkomt in Suriname is goede medische zorg en voorlichting helemaal belangrijk omdat die ziekte zo besmettelijk is en veel slachtoffers kan eisen."

"Het is zo jammer he van al die goed opgeleide werklozen in Nederland, die de hele dag niets te doen hebben. Schrijf maar op dat ze terug moeten komen hoor. Suriname heeft ze nodig."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden