In speelnatuur leert het kind hoe met risico's om te gaan

Speelnatuur in Nederland is booming business. Tientallen speelbossen en natuurspeeltuinen verrijzen. Geen echte natuur, maar wel veilig en gemakkelijk, vinden veel ouders. En voor kinderen valt er in góede speelnatuur ook veel te beleven en leren.

Sigrun Lobst is vandaag te vinden in De Speeldernis, om de hoek bij dierentuin Blijdorp. Het ontwerp van deze natuurspeeltuin was in 2000 de eerste grote opdracht voor de uit Duitsland afkomstige landschapsarchitecte. Ze heeft inmiddels ook grotere projecten op haar naam staan, zoals speelbos Nieuw Wulven bij Houten en vijf hectare speelnatuur op het eiland Tiengemeten. Maar De Speeldernis in Rotterdam blijft haar dierbaar.

Ze kent de tuin op haar duimpje en ook haar kroost is er kind aan huis. Wanneer ze zoon en dochter tussen de middag van school heeft gehaald, rennen ze doelgericht naar hun mooiste plekjes. De kou en de gure wind kunnen de kinderen niet deren. Zoon roert aandachtig met stokjes in het water, terwijl zijn vriendje over een boomstambruggetje klautert. Dochter hangt binnen de kortste keren ondersteboven aan één been in een boom.

Zelfs nu het nog winters kaal is, ziet het terrein van De Speeldernis er aantrekkelijk uit. Geen wipkip of glijbaan te bekennen, maar wel veel water, zand, heuvels, kronkelpaadjes, bomen, bruggetjes, tunnels van rioolbuis. En losse takken en boomstammetjes om mee te spelen.

Lobst heeft de tuin ontworpen volgens het 'Ikea-principe': je ziet pas alles als je de slingerende looproute volgt. "Ik heb het landschap opgevouwen in hoogten en laagtes, met kronkelpaadjes daartussendoor. Door dat reliëf kun je nooit het hele terrein in één oogopslag overzien. Van de zomer, als langs de oevers van de waterpartijen twee meter hoog riet staat, kunnen kinderen ook daar niet meer overheen kijken. Dat maakt het nog extra spannend."

Er is ook een groen omzoomd moerasje op het terrein. Opvallend genoeg laten de kinderen de plantjes en het moerasje altijd met rust. "Toch is dat niet zo verwonderlijk," vindt Lobst, "omdat zij genieten van die schoonheid en er meer dan genoeg voor ze is te doen. Je moet vooral voor veel losse materialen zorgen, waarmee zij hun creativiteit kunnen uitleven. Kinderen willen veranderen, vormgeven, doen. Geef ze planken en ze maken er een hut van. Geef ze een hut en ze maken er planken van."

Dochter hangt vervaarlijk te zwaaien in de boom. "Natuurlijk kan ze eruit vallen. Op een natuurspeelterrein kun je niet alle risico's voorkomen, net zomin als in de echte natuur. Maar dat moeten ouders ook niet willen", vindt Lobst. "Niemand wil graag aansprakelijk zijn voor ongelukken. Maar we kunnen nu eenmaal niet alles beheersen. Honderd procent veilig bestaat niet. En is het dat wel, dan is een speelterrein niets waard en voegt het ook niets toe. Bovendien is het niet goed voor de ontwikkeling van een kind om elk risico te willen vermijden. Door in een boom te klimmen krijgt een kind een betere coördinatie, leert het zijn eigen lichaam kennen en ontwikkelen, ontdekt het zijn grenzen en leert het zich veilig voelen op eigen kracht. Je hoort ook een paar keer van je fiets te vallen om te ontdekken wat je er allemaal mee kunt. Bovendien is leren omgaan met risico's goed voor het zelfvertrouwen. Risicoloos opgroeien maakt angstige, onzekere kinderen."

"Om mijn verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid uit de weg te gaan, zou ik tegen de kinderen kunnen zeggen, ga maar in het park hiernaast klimmen. Maar hier is begeleiding, die in het park ontbreekt. Daarom ben ik voorstander van een zo veilig nodige in plaats van een zo veilig mogelijke omgeving."

Veel kinderen zitten tegenwoordig liever binnen, achter hun spelcomputer of de televisie. Speelnatuur kan een goed hulpmiddel zijn, denkt Lobst, voor ouders die op zoek zijn naar mogelijkheden om hun kroost weer het plezier te laten beleven van buitenspelen en de natuur ontdekken. "Niets gaat natuurlijk boven echte natuur en landschap. In een tentje bij onweer of hoog water merken kinderen vanzelf dat natuur iets is wat je nooit helemaal kunt beheersen. Van zulke ervaringen leren ze hun eigen grenzen kennen, respect te hebben voor de natuur en natuurlijk ook te genieten van schoonheid en ongereptheid.

"Speelnatuur is geen echte natuur. Zij moet voldoen aan regels en eisen en is vaak vooral aangelegd voor de ouders, die zich in speelnatuur meer op hun gemak voelen dan in het vrije landschap. Toch kan goede speelnatuur, met voldoende speel- en natuurwaarde, kinderen wel op speelse wijze in aanraking brengen met natuur."

En, wil zij ouders op het hart drukken, vergeet ook niet de mogelijkheden van speelnatuur in de eigen tuin of volkstuin. "Maak ruimte, achter een paar struiken en sierplanten, voor een rommel- en huttenbouw- en aanmodderplekje. Een eigen takkenril en compost erbij is spannend voor kinderen en heeft als voordeel dat je minder tuinafval hoeft af te voeren. Maak een paar gaten in de schutting, waar de kinderen tijdens hun spel doorheen kunnen kruipen. Offer een stukje gazon op voor een moes- en bloementuin. Leuk voor de kinderen én de ouders, met een biologische oogst als bonus, en meer te eten voor bijen, vlinders en vogels.

Nóg een pluspunt: de kindjes gaan veel makkelijker achter de buis vandaan als pa en ma ook in de tuin bezig zijn. Doen!", luidt dan ook haar advies.

Lezen over speelnatuur
De afgelopen jaren zijn er veel boeken verschenen over het belang van buitenspelen en op jonge leeftijd in contact komen met de natuur. Een greep uit de stapel.

Het laatste kind in het bos.

Hoe we onze kinderen weer in contact brengen met de natuur - Richard Louv. Uitgave Jan van Arkel, 2007.

Bestseller in de Verenigde Staten. Louv heeft recent onderzoek in kaart gebracht waaruit blijkt dat direct contact met de natuur van wezenlijk belang is voor de fysieke en emotionele gezondheid van kinderen.

Speelnatuur in de stad, hoe maak je dat? - Natuurspeeltuin De Speeldernis, GGD Rotterdam-Rijnmond en WUR Wageningen. Uitgave Jan van Arkel, 2009.

Hoe ontwerp, maak en beheer je uitdagende speelnatuur? De schrijvers geven hun antwoorden hierop. Dit boek is te downloaden op www.hetlaatstekindinhetbos.nl.

Modder aan je broek - Mirjam Koedoot en Marianne van Lier. Uitgave Landschapsbeheer Nederland, 2012.

Portretten van zes nieuwe natuurspeelterreinen in Nederland.

Allemaal spelen - Anke Wijnja, Marjan Wagenaar e.a. Uitgave Stichting Oase, 2012.

Boek over speelnatuur voor kinderen met fysieke beperkingen of gedragsstoornissen.

Laat ze buiten spelen, pleidooi voor gezonde risico's - Helen Tovey. Uitgave Garant, 2011.

Tovey beschrijft in dit boek wat kinderen allemaal leren en ervaren tijdens het spelen op natuurlijke buitenspeelterreinen.

Groen speelplezier - Maike Nelissen. Uitgave NUSO, Utrecht i.s.m. Stichting Oase/Springzaad, 2012.

Boekje met creatieve en speelse werkvormen die bruikbaar zijn in een natuurspeeltuin.

Meer titels zijn te vinden op de website van Springzaad: www.springzaad.nl/publicaties.

Vrij spel voor natuur en kinderen - Willy Leufgen & Marianne van Lier. Uitgave Jan van Arkel, 2007.

Voorbeelden van natuurrijke speelplekken in binnen- en buitenland, met ideeën voor een geslaagde praktijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden