In Soedan voltrekt zich een ramp van ongekende omvang

Een inzamelactie voor de noodlijdende bevolking van Soedan heeft sinds de start op 20 april pas een half miljoen gulden opgebracht. De Samenwerkende hulporganisaties (SHO) hebben daarom besloten de campagne te verlengen van 30 april tot 5 mei. SHO spoort verder deelnemers aan vrijmarkten op 30 april aan een deel van hun omzet af te dragen aan de Soedan-actie.

RUUT VERHOEVEN

Want geld, heel veel geld is nodig om de hongerende en ontheemde Soedanezen in het door oorlog verwoeste zuid-westen van het grootste land in Afrika te helpen, weet ook Carla van Os. De 30-jarige stafmedewerkster van de Stichting Vluchteling uit Nijmegen verbleef de afgelopen twee weken in het gebied, waarvan deskundigen vrezen dat een ramp van ongekende omvang zich aandient als niet snel op grote schaal noodhulp op gang komt. Er is gebrek aan alles, voedsel en medicijnen voorop. Het leven van een half miljoen mensen, vooral in de regio Bahr el Ghazal, staat op het spel.

Soedan wordt al vijftien jaar geteisterd door een bloedige burgeroorlog tussen noord en zuid, tussen fundamentalistische islamieten en christenen, tussen het grote regeringsleger van president al-Basjir en het volksbevrijdingsleger van John Garang. De 'vergeten oorlog' in Soedan heeft al aan meer dan 1,3 miljoen mensen het leven gekost, en hoewel voorzichtig een begin gemaakt is met vredesbesprekingen is het einde van de strijd nog lang niet in zicht. Aanhoudende droogte, mislukte oogsten, gebrek aan geld bij hulporganisaties en tegenwerking van de regering in Khartoem maken de situatie nog beroerder. Tien jaar geleden stierven al eens 350 000 mensen de hongerdood in Soedan.

Koud terug uit Soedan probeert Carla van Os zich in haar Nijmeegse woning te warmen aan een bijzetkacheltje om het temperatuurverschil tussen het hete Soedan (40' C) en het natte en kille Nederland (14' C) te overbruggen. Hoewel ze een doorwaakte nacht achter de rug heeft in het vliegtuig van Nairobi naar huis, oogt ze opmerkelijk fris en monter. “Tijd om m'n emoties te verwerken heb ik nog niet gehad”, zegt ze. “Dat komt later wel. Eerst maar eens zorgen dat de ellende in Soedan de aandacht krijgt die ze verdient.”

Carla van Os ging voor de Stichting Vluchteling naar Soedan. Die financiert circa 140 projecten in 40 landen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg, landbouw en werkgelegenheid, in regio's waar de nood het hoogst is. Doel van haar missie naar Soedan was materiaal verzamelen voor een lespakket. Naast fondswerving houdt de Nijmeegse zich ook bezig met het samenstellen van lessen over de vluchtelingenproblematiek op Nederlandse scholen om leerlingen al vroeg bewust te maken van problemen elders in de wereld.

Vooraf had Carla zelf wel een voorstelling hoe het zou zijn in Soedan, hoewel ze, afgezien van drie dagen Marokko, nog nooit op het Afrikaanse continent was geweest. “Bij de Stichting Vluchteling zag ik veel beeldmateriaal van Soedan. En het beeld van hongerende mensen heb ik vaak genoeg op tv gezien.”

De werkelijkheid bleek echter een stuk rauwer. “Ik kwam uit het vliegtuig, stapte in een jeep, reed over zandpaden vol kuilen, slingerend langs - gelukkig gemarkeerde - landmijnen, en amper twee uur later stond ik ineens tussen mensen die op sterven na dood waren. Dat was een grote schok voor me. Ik heb meteen een fotocamera gepakt en me daar een kwartier achter verscholen. Een beetje uit schaamte, maar ook om wat te doen te hebben. Door zo'n zoeker lijkt het allemaal wat minder erg, dan wanneer je alleen maar staat rond te kijken.”

Bekomen van haar eerste schrik begon Carla van Os direct bijstand te verlenen. “Ik heb geholpen met het wegen van kinderen. Sommigen, twee, drie jaar oud wogen amper zeven pond. Vreselijk. De ergste gevallen werden eruit gepikt. Die kregen voorrang bij de verdeling van het schaarse voedsel dat er nog was.”

Onderweg van het provisorische ziekenhuis in Billing - waar de meest schrijnende gevallen zo goed en kwaad als het kan verpleegd worden -, naar Rumbek, pikten Carla en een collega twee kinderen op, die te zwak waren om het door hen gevonden voedsel - hoofdzakelijk palmvruchten - naar huis te slepen. “Dat geldt overigens voor de meeste mensen daar”, vertelt Carla. “Ze zijn door de honger zo verzwakt dat ze niet meer kunnen werken. Maar in het ziekenhuis van Billing stroomde zowat de hele tuberculose-afdeling leeg, omdat de patiënten zelf op zoek moesten naar iets eetbaars. Alleen de allerzwaksten bleven achter.”

Na drie dagen had ze genoeg ellende gezien en vertrok Kakoema in Kenia, waar een groot, hoofdzakelijk Soedanees vluchtelingenkamp is ingericht. “Vergeleken bij Rumbek een paradijs”, zegt ze. “De 50 000 mensen hebben in elk geval meer te eten en er zijn veel meer mogelijkheden voor de vluchtelingen, vooral op het gebied van onderwijs, om hun dag zinvol door te komen.”

Niettemin maakte ze ook daar een mensonterend incident mee. “In twee dagen tijd kwamen daar een kleine 600 Soedanese vluchtelingen aan. Die mochten niet meteen het kamp in, maar moesten zich eerst laten registreren en onderzoeken op allerlei besmettelijke ziektes.”

“Daarvoor moesten ze een nacht en een dag wachten, zonder voedsel. En de meesten hadden al dagen gelopen voordat ze het kamp bereikt hadden. Samen met de dokter ben ik de rijen langs gelopen, op zoek naar ernstige gevallen. Zo pikten we een tweeling van anderhalf uit de groep. Die kinderen liepen allebei met een longontsteking rond.”

“Tot overmaat van ramp werkte het weer ook bepaald niet mee. Eerst ging er een zandstorm over het kamp heen, gevolgd door een enorme stortbui. De dokter sloeg de handen voor z'n ogen en sprak van een ramp. Door de regen worden besmettelijke ziektes namelijk razendsnel overgebracht. En de hygiënische omstandigheden ter plaatse zijn allesbehalve optimaal.”

Dat is ook een van de redenen waarom hulpverleners de aankomende regentijd zo vrezen. “Bovendien”, zegt Carla van Os, “wordt het dan lastiger om noodhulp op de plaats van bestemming te krijgen. En gezaaid kan er dan ook niet meer worden. Overigens valt er dit jaar niet veel te oogsten, want toen er vorig jaar gezaaid moest worden, zijn veel Soedanezen, het gebied rond Rumbek ontvlucht vanwege het oorlogsgeweld, met achterlating van hun vee.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden