In propere Vlaamse villa's

Geslaagd als zedenschets. Maar het duurt lang voordat je met de welgestelde familie gaat meeleven

In 'Wij en ik'betreedt Saskia De Coster literair nog weinig ontgonnen gebied: de Vlaams suburbia. Tot nu toe richtten de Vlaamse letteren zich liever op de liederlijke uitspattingen van het volk, getuige de romans van bijvoorbeeld Dimitri Verhulst of Herman Brusselmans. Begrijpelijk, want waar het volk Vlaams is op zeer Vlaamse wijze, is het even zoeken waarin Saskia De Costers welgestelden zich onderscheiden van die van bijvoorbeeld Arnon Grunberg ('Tirza') of Jonathan Franzen ('Vrijheid').

Bekend klinken in elk geval de villa's in 'plassen groen gras, beschermd door bomen en manshoge omheiningen', waar normaal bezoek alleen op afspraak komt. "Zelfs de zondagse bedelprocessie van afwisselend zwarte mannen uit Zaïre en getuigen van Jehova houden zich aan de onwrikbare uurschema's in de rustende woonwijk."

Anders dan anders is wel De Costers mooi melodieuze Nederlands, doorspekt met fijne Vlaamse woorden als proper en poetsvrouw. Een holle weg is 'een aarden sleuf', beentjes zijn 'krom als perelarenstammen', en om iets te vieren ga je 'een pint drinken op café'. Toch gaat de zangerige taal niet aan het dansen, daarvoor houdt De Coster te veel afstand.

Haar zesde roman is realistischer dan we van de Vlaamse gewend zijn, maar de rijke, rechtse wereld die ze beschrijft blijft vreemd en wonderlijk. In ironische zinnen schetst de schrijfster de eenzame levens van het gezin Vandersanden, dat in 1980 wordt gezegend met een dochter, Sarah. Vader Stefaan Vandersanden, chief executive officer in de farmaceutische industrie, is dan allang getrouwd met Mieke, notarisdochter en huisvrouw. "Over een voornaam voor een meisje waren ze het snel eens. Over het kind zelf heeft Mieke lang getwijfeld." Saraahtche, zoals Stefaans moeder, de bonkige boerin Moemoe, haar kleindochter doopt, wordt met euforie ontvangen: "Sarah biedt haar vader een schone lei, in ruil belooft hij haar zijn volledige inzet en een flinke duit."

Naar eigen zeggen groeide De Coster zelf op in zo'n omgeving, maar dat maakt 'Wij en ik' nog niet direct autobiografisch. Elementen uit het boek zijn dat wel. De vader is een hartstochtelijk Bob Dylan-fan, die bij iedere levenscrisis wel weer een nieuw toepasselijk lied of anderszins opbeurend levensfeit van de bard tevoorschijn tovert. De puberende dochter begint een eigen grunge-bandje ('The lady dies') en treurt om Kurt Cobain. En de lanen zijn vol 'wanhopige huisvrouwen' zoals moeder Mieke, die dagelijks de klosjes aan haar tapijten kamt en pas weer bij zinnen komt als de op idool Jackie O. geïnspireerde liefdadigheid alsnog in een werkkring overgaat.

Lastig is wel dat deze rijk gedetailleerde zedenschets zich niet echt verdiept en lange tijd urgentie ontbeert. Als de vader langzaam in een depressie wegzakt, na de nodige verwikkelingen met frauderende ondergeschikten, moeilijkheden in China en ruzies met zijn obsessieve echtgenote, die net in zijn hobbyruimte zijn grote geheim heeft ontdekt, voelt dat niet als het familiale noodlot waar iedereen in dit boek op afstevent. Het is meer de gewone gang der dingen in zo'n villawijk.

Tegelijkertijd is die hevige crisis wel het late motorische moment dat 'Wij en ik' nodig had. Pas dan raken ze je echt, de Vandersandens, en wil je weten hoe het met ze verder gaat. Pas dan zet De Coster je alsnog aan het denken over de onophoudelijke worsteling tussen het verstikkende 'wij' en het naar vrijheid strevende 'ik'; over die fatale, ellendige familie waar iedereen aan voorbij moet, en waar iedereen dan toch zelf weer aan begint.

Saskia De Coster: Wij en ik. Prometheus, Amsterdam; 400 blz. euro 19,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden