'In Polen wordt alles gestolen'

De vakbondsvlaggen hangen verlept boven de poort van de Niwka-mijn. De staking van deze ochtend heeft niets uitgehaald. Waldemar wijst op het gloednieuwe filiaal van Bank Slaski, de Poolse bank van ING. ,,Daar zit geld genoeg, maar de mensen hier kunnen nauwelijks rondkomen.''

Waldemar heeft zijn leven lang in de mijnen en hoogovens van het Zuid-Poolse Zaglebia gewerkt en is nu met pensioen: 1 000 zloty per maand (550 gulden). Hij heeft zijn leeftijd mee. Zijn nog werkende collega's weten niet wat te doen, sinds het ministerie in Warschau heeft besloten dat Niwka dicht moet. De oprotpremie van 35 000 zloty na belasting opstrijken, of erop gokken dat ze de pensioengerechtigde leeftijd halen in een mijn die langer openblijft.

Jacek staat te wachten op een gesprek met de directeur. ,,Ik ga hem vertellen dat ik me bedrogen voel.'' Bijna 25 jaar werkte hij in deze mijn, vanaf zijn zeventiende. ,,Waar moet ik nu naar toe? Andere mijnen nemen me niet aan en die premie is een glibberige zaak.'' Waldemar weet waar de bron van de ellende ligt: ,,De Europese Unie wil dat Polen zijn mijnen sluit.''

Daarmee heeft hij niet helemaal ongelijk. Polen komt de Europese Unie niet in, indien het land doorgaat zijn failliete mijnbouw met subsidies in leven te houden. De verliezen van de mijnsector - voor dit jaar geschat op 3,3 miljard zloty - komen op rekening van de nu al opgesoupeerde overheidsbegroting. De kostwinner van een vierkoppig gezin is jaarlijks bijna een maandsalaris aan belasting kwijt om de mijnen in stand te houden. De aldus gesubsidieerde steenkool wordt tegen dumpprijzen geëxporteerd en houdt de introductie van schonere, alternatieve energiebronnen in Polen zelf tegen.

Tot nu toe durfde geen enkele regering de confrontatie met de machtige mijnlobby aan. Maar de geplande datum voor het EU-lidmaatschap - 1 januari 2003 - nadert en dus besloot de Solidariteitsregering bij haar aantreden twee jaar geleden de overproductie in te dammen. In 2000 moeten de productie van steenkool weer rendabel zijn. Daartoe moeten 24 mijnen waaronder Niwka de poorten sluiten en 62 000 mijnwerkers omkijken naar ander werk. Tegenover deze onheilstijding staat een voorkeursbehandeling waar andere noodlijdende sectoren - zoals de hoogovens, de spoorwegen, de wapenindustrie en de voormalige collectieve landbouwbedrijven - slechts van kunnen dromen.

Toevallig is dat niet. De sleutelfiguren binnen de grootste regeringspartij, verkiezingsactie Solidariteit (AWS), komen uit Silezië en zijn zich ervan bewust dat ze in hun eigen electorale vlees snijden. De mijnwerkers speelden een cruciale rol binnen de vakbeweging Solidariteit en het omverwerpen van het communisme. Dat de mijnen dicht moeten is onbegrijpelijk voor veel mijnwerkers die tijdens het communisme is ingeprent dat het vaderland staat of valt bij het delven van het zwarte goud.

Zdislaw Milewicz is voorzitter van de bond van Poolse mijnwerkers. Verbitterd stelt hij vast dat Niwka dicht moet. ,,Er liggen nog kolenlagen voor 40 jaar exploitatie. We hebben laten zien dat we winst kunnen maken en nu moeten we de boel dichtgooien.'' Voor het raam van zijn bureau worden machines ontmanteld. Hij weet wel waarom de mijnen hier in Zaglebia dicht moeten en niet die even verderop in Silezië: ,,Rechts regeert en dus nemen ze wraak op Zaglebia dat altijd rood is geweest.''

Zijn vakbond is een van de vijf bonden die actief zijn in het bedrijf. Ze strijden om de gunst van de mijnwerkers en achter de schermen strijden de politieke partijen om de gunst van de vakbonden. Het politieke belang van de bonden is levensgroot, vooral als deze zich aan zouden sluiten bij de protesterende boeren, leraren, artsen en arbeiders uit de staatsindustrie.

,,Hier regeerden de communisten en hier zullen de communisten regeren. Onder de communisten hadden de mensen alles wat ze wilden'', aldus Waldemar voor de roestige poort van Niwka. ,,Wat heeft die Walesa gedaan?'' Hij maakt een grijpgebaar. ,,Hier in Polen wordt alles gestolen.''

Grauwe blokkendozen, kapotte wegen en verroeste spoorrails bepalen het straatbeeld op weg terug naar het centrum. Het grijs staat in scherp contrast met de kleurige reclames die het nieuwe Polen aanprijzen: Bank Slaski (ING), Zywiec bier (Heineken), het commerciële pensioenfonds Ego (Achmea) en de oranje billboards van Nationale Nederlanden met daarop de vraag Co bedzie jutro?: Wat staat ons morgen te wachten?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden