In onze welvaartstaat ontstaat bij de produktie ...

In onze welvaartstaat ontstaat bij de produktie van vlees en zuivel zoveel mest dat de natuur eraan onderdoor dreigt te gaan. Er is veel meer mest dan we kunnen gebruiken voor het telen van landbouwgewassen. Het teveel wordt gedumpt op akkers en weilanden.

Er zijn maar een paar grassoorten die op die veel te grote mestgiften tieren. Alle andere weideplanten ruimen het veld voor die mestovervloed. De overbemesting beperkt zich helaas niet tot landbouwgronden. Meststoffen spoelen uit en komen daarmee terecht in het oppervlaktewater. Bij langdurige droogte waait verpulverde mest uit over de verre omgeving. Verdampende ammoniak uit de mest slaat elders neer met de regen of in mist ('zure regen').

Onze wilde flora kun je op verschillende manieren indelen. Het meest voor de hand ligt indeling naar families en geslachten. Een andere zou kunnen zijn naar groeiplaats en dan niet naar landschapstype, zoals duin, laagveen, hoogveen, bos, weide enzovoort, maar naar voedselbehoefte. Al naar haar behoefte aan voedingsstoffen kun je elke wilde plant een plaats geven op de schaal van uiterst voedselarm tot uiterst voedselrijk. Een plant die met heel weinig tevreden is, ja zelfs dood gaat wanneer zij het 'beter' krijgt, is de klokjesgentiaan. Aan het andere eind van de schaal staat de grote brandnetel, die het best gedijt op zeer stikstofrijke bodem, dus bij grote voedselrijkdom.

Het is geen wonder dat de klokjesgentiaan zeldzaam is geworden. De plekken die arm genoeg voor haar zijn, zoals blauwgraslanden, trilvenen en vochtige heidevelden, zijn tegenwoordig schaars. Waar ze nog bestaan, worden ze voortdurend door overbemesting via het water en de lucht bedreigd.

Maaisel afvoeren

Het ecologisch natuurbeheer probeert daar iets aan te doen. Door graslanden en bermen regelmatig te maaien en het maaisel af te voeren worden de voedingsstoffen waarvan de afgemaaide planten groeiden verwijderd. Door die zogeheten verschraling kunnen schraallanden hun karakter blijven houden en de natuurwaarde van zo beheerde voedselrijke graslanden en bermen toenemen. Op den duur komt daar dan weer een grote verscheidenheid aan planten. Het resultaat ervan is te zien aan de bloemrijke bermen van verkeerswegen, waar naast het afvoeren van het maaisel de bloemenrijkdom wordt bevorderd door uitgekiende maaischema's toe te passen.

Als men rietlanden in stand wil houden, moet het afgestorven riet van tijd tot tijd worden gemaaid. Doe je dat niet, dan veranderen de rietlanden uiteindelijk in moerasbos. Het riet vond vroeger een goede afzet als dakdekking of verwerking tot rietmatten. Nu komen door het inwaaien van meststoffen allerlei hoge moerasplanten tussen het riet groeien, zoals moerasspirea, koninginnekruid, valeriaan en kale jonker. Prachtig om te zien, maar het riet wordt daardoor commercieel oninteressant. De natuurbeheerders kunnen het gemaaide riet niet meer kwijt. Het maaisel is geen produkt meer, maar afval geworden. Hetzelfde probleem geldt voor maaisel van bermen van verkeerswegen (vervuild door uitlaatgassen) en voor plagsel van de heidevelden (verontreinigd door zware metalen). De verwerking ervan levert problemen op.

Vroeger gebruikten boeren verruigd riet wel als strooisel in de stal. Zulke boeren zijn er weinig meer. Bollenkwekers gebruiken bladriet nog wel als dekmateriaal, maar daarmee raak je alle maaisel niet kwijt. Verder wil niemand het hebben. Het valt niet onder GFT-afval en composteringsinrichtingen nemen het niet aan. Daarom werd het maaisel op hopen gezet en ter plaatse verbrand.

Het is een manier om van het maaisel af te komen, waar niemand gelukkig mee was. Verbranding verontreinigt de lucht en geeft overlast voor omwonenden. Bij verbranding mineraliseert het plantenmateriaal, waardoor opnieuw voedingsstoffen in de grond komen. Verbranding op een enkele vaste plek in een rietland beperkt de verspreiding van de mineralen, maar vaak gebeurde het toch op diverse plekken, waardoor de groei van allerlei ruigteplanten en vooral van braam wordt bevorderd. Als die plekken ook nog van jaar tot jaar varieren, is het middel erger dan de kwaal.

Nu wordt door de gemeenten vanwege de vrijkomende gassen ook het verbranden verboden. Door dit verscherpte milieubeleid wordt beheer dat gericht is op een verbetering van het natuurlijk milieu, wel heel moeilijk. Transport naar stortplaatsen of verbrandingsinstallaties is zo duur dat het natuurvriendelijke beheer onbetaalbaar wordt. Het kost ook te veel energie, wat strijdig is met een goed milieubeleid.

Steeds meer waterschappen, gemeenten en andere beheerders van het landschap zien eindelijk de noodzaak in de hun toevertrouwde waterlopen, oevers, kaden en dijken op meer ecologische wijze te beheren. Steeds meer worden oevers tegen golfslag beschermd door natuurlijke oevervegetaties in plaats van beschoeiingen of puin. Natuurbeschermers zijn er blij om, maar vrezen nu dat waterschappen, gemeenten en anderen terug zullen keren naar het traditionele beheer, omdat het natuurvriendelijke beheer te kostbaar wordt. Natuurbeschermende instanties zoals Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en de Provinciale Landschappen zullen zich niet tot traditioneel beheer laten verleiden, maar worden wel met hoge kosten geconfronteerd.

Niet alleen riet

Het gaat niet alleen om riet. Waterschappen zitten na schoning van sloten en vaarten met organisch afvalmateriaal zoals maaisel van oever- en waterplanten.

Je kunt het maaisel niet dumpen in bermen of op dijklichamen, want daarmee benvloed je de waardevolle begroeiing nadelig. Als waterplanten op de oever blijven liggen, gaan daar ruigteplanten groeien.

Er moet een oplossing gevonden worden voor dit probleem. De verwezenlijking van het Natuurbeleidsplan van de rijksoverheid staat en valt ermee. Rietkragen langs vaarten, rietlanden, bloemrijke bermen vormen belangrijke verbindingsroutes voor planten en dieren door het landschap.

Op 23 juni jongstleden werd een mini-symposium gehouden om de alternatieven van het riet verbranden te verkennen. Riet mag wel op het perceel worden gecomposteerd. Maar op een natuurlijke manier vergaat riet maar heel langzaam en een composthoop mag volgens provinciale normen niet groter zijn dan 50 kubieke meter. Er is een vloeistofdichte vloer voor nodig. In de oeverlanden van de Amstelveense Poel zijn er broedhopen voor ringslangen van opgezet.

Een suggestie van Noordhollandse milieugedeputeerde G. de Boer op de studiedag was op gemeentelijk niveau aan te sluiten bij compostering van groenafval en het riet niet elk jaar te maaien. Voor bepaalde rietvogels, zoals bruine kiekendief, waterral en karekiet, is dat ook nog een voordeel, want die houden zich vooral in overjarig riet op. Heel veel insekten overwinteren in overjarig riet. Wie weet hoeveel daarvan in de brandstapels de dood hebben gevonden?

Daarnaast zou ook riet met ruigte weer een produkt kunnen worden: versnipperd en tot platen geperst zou het kunnen dienen voor isolatie van daken en wanden...

NATUUR DEZE WEEK

Hoog uit de lucht daalt het 'bibibibibibi' van trekkende regenwulpen naar de aarde. Uit bomen en struiken klinkt het hoge sjirpen van de grote groene sabelsprinkhanen. Uit de weilanden in het westen van het land daalt en rijst het snorrende geluid dat de kwakende rugstreeppadden in de sloten maken.

- Honderden gierzwaluwen verzamelen zich boven de oude wijken van de steden voor de trek naar het zuiden. Vleermuizen wieken in grillige bochten over tuinen en door parklanen. In het bos roepen de pas uitgevlogen bosuilen, die nog door hun ouders met muizen worden gevoerd.

- Een laatbloeier is de hop, een klimplant die te vinden is in bosranden en soms in duinstruwelen. Mannelijke planten zitten vol groene, pluimachtige trosjes meeldraadbloemen, vrouwelijke planten hebben onooglijke knopjes die over een paar weken uitgroeien tot de bekende hopbellen. Om die bellen, onontbeerlijk als bierkruiderij, wordt de hop ook gekweekt.

- Ook de watermunt wacht met bloeien tot de zomer. De roodpaarse lipbloemen trekken vliegen, bijen en dagvlinders. Een nachtvlinder die overdag vliegt en vaak op munt te zien is, is de gamma-uil, een trekvlinder uit Zuid-Europa, die de hele zomer door in ons land talrijk voorkomt.

- De vruchten van de dauwbraam zijn rijp. De blauwig bedauwde bramen zijn kleiner dan de zwarte glimmende bosbramen, maar de afzonderlijke vruchtjes zijn groter. Vogels, wespen en vliegen eten ervan.

- De eerste struikheide komt deze week in bloei. Op vochtige heidevelden staat de dopheide al van juni af nog in volle bloei. Op zulke heidevelden zijn bijzondere planten te vinden, zoals de blauwe klokjesgentiaan, de moeraswolfsklauw en de kleine zonnedauw.

EN VERDER

Activiteiten voor het publiek van het IVN: vandaag Carnisse Grienden aan de Oude Maas, om 10.30 uur tegenover gemaal Breeman aan de Achterzeedijk in Barendrecht; morgen ochtendwandeling door het Rotterdamse Zuiderpark, om 10 uur beneden aan de trap van metrostation Zuidplein; ochtendwandeling in Spaubeek, om 10 uur bij tennisbaan Sint- Jansgeleen in Geleen; van 12 tot 16 uur themamiddag over bijen in en om de IVN-gebouwtjes in het Amsterdamse Amstelpark, met tentoonstelling over hommels, bijen en wespen, kinderactiviteiten en om 13, 14 en 15 uur rondleidingen; recreatiegebied Elsenhove in Amstelveen, om 14 uur van de parkeerplaats aan de Burgemeester Van Sonweg (bussen 125, 174, 175 en 219 tot halte Oranjebaan/Amstelslag); excursie in het Meinweggebied, om 14 uur van de parkeerplaats; heemtuin in Munstergeleen, om 14.30 uur ingang in de wijk Wintraak; maandag Lage Bergse Bos, om 13.30 uur van eindpunt tram 6 aan de Molenlaan in Hillegersberg. - Woensdag wordt in Buitenpost (Fr.) de jaarlijkse kruiden- en plantenmarkt gehouden van 10 tot 17 uur in de straten rondom De Kruidhof, die deze dag gratis toegankelijk is. In De Kruidhof zijn meer dan 850 verschillende soorten kruidachtige planten samengebracht, verdeeld over 15 tuinen en collecties. - De Jeugdbond voor Natuur- en Milieustudie organiseert in de late zomer natuurstudieweekends: voor planten op Voorne, de nacht van de trekkende vleermuizen op de Afsluitdijk, het burlen van de herten beleven op de Veluwe en een stoomcursus in Zeeland over zeewieren. Als je tussen de 12 en de 25 jaar bent, kun je meedoen. Interesse? Vraag dan de activiteitenfolder: tel.

030-368925.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden