Essay

In onze samenleving is nog altijd meer solidariteit dan we denken of vrezen

Beeld ANP XTRA

Angst, vreugde en verdriet verbinden ons. Maar er is een betere hechting te bereiken. Die vereist wel respect voor taboes.

Waaraan hechten we ons nog? Achter die vraag schuilt teleurstelling. En heimwee naar vroeger. Vele verbanden zijn we kwijt, zo lijkt het. Het christendom is niet langer de bedding waarin de meeste levens vloeien. Er zijn veel niet-christenen in Nederland, onder wie moslims het grootste deel vormen. En agnosten, ongelovigen, atheïsten, bestrijders van religie. Het christendom verbindt niet langer. Doch deed het dat vroeger wel, in een verzuild land met gescheiden levens? Zuilen zorgden voor evenwicht. In evenwicht zit verbondenheid. Maar het schept geen hechte band.

De democratie staat onder druk. Politici gaan door voor criminelen zonder strafblad. Vernieuwers pleiten voor meer participatie: door het lot aangewezen burgers nemen in ’s landsbelang de juiste beslissingen. Anderen geloven in experts, emotieloze dienaren van het algemeen welzijn. Ondertussen gaat het ook met de rechtsstaat wat minder. Het vermoeden van onschuld is louter theoretisch nu de echte processen in de media worden gevoerd. De vrijheid van meningsuiting krimpt. Deviante opinies worden algauw gevaarlijk geacht. Mensenrechten lijden. Maar was het vroeger beter? Partijen die met het nazisme heulden of de klassenstrijd predikten waren evenmin vrienden van de democratie. Was de vrijheid even groot als we ons haar herinneren? In Vlaanderen ontstond nog in 1971 beroering toen de openbare omroep de uit Amsterdam afkomstige zangeres Mary Porcelijn toonde terwijl ze naakt door de duinen stappend een liedje zong. Enkel haar rug was te zien. Vijf jaar tevoren, in 1966, verscheen Gerard Reve voor een strafrechtbank in Amsterdam omdat hij in zijn boek Nader tot U beschreef hoe hij gemeenschap had met een als ezel geïncarneerde God. Nota bene het jaar waarin Reve zelf katholiek werd. Elke tijd heeft zijn taboes. Altijd andere.

Spijkerharde waarheden

Redt de wetenschap de mensheid? Tegenover Trumpiaanse verzinsels wil zij spijkerharde waarheden stellen. Maar soms vloeien wetenschap en ideologie in elkaar over. Een antropoloog die migratie enkel een probleem vindt omdat westerlingen hun welvaart niet willen delen, doet geen wetenschappelijke, maar een ideologische uitspraak. Maatschappijwetenschappen en filosofie claimen te veel waarheid. Ze dreigen het krediet te verliezen dat ze vooralsnog genieten. Maar hoe ging het vroeger? Michel Foucault vond dat iemands ‘waarheid’ van diens standpunt afhing. Ook toen leverde wetenschap minder definitieve antwoorden dan wij vandaag denken. 

Kunst, nog iets om ons aan te hechten en samen van te genieten. Ik denk aan de duizenden die in de arena van Verona ademloos naar opera’s als Carmen of Aida luisteren, aan festivalweiden vol jongeren met drieste dromen, aan ongeletterde middeleeuwers die de geboorte van Christus in een glasraam uitgebeeld zagen. Maar kunst is niet langer gedeelde schoonheid. Ze berust op afspraken, gemaakt door de culturele elite en op de commerciële goedkeuring daarvan. Een kunstkenner hoeft niet langer van kunst te houden, zoals een mensenkenner kan leven zonder liefde voor de mens.

Flinterdunne bundeltjes

Poëzie, die ten tijde van Gerrit Achterberg of Hans Lodeizen jongeren op de drempel van het leven momenten van vervoering verschafte, dook onder in flinterdunne bundeltjes verborgen in een slinkend aantal boekhandels. Doch verbond kunst vroeger? Was het niet vooral de maatschappelijke bovenlaag die er vervulling in vond? Wie kon het zich veroorloven om naar Rome te reizen en er zich in de schoonheid van de Villa Borghese onder te dompelen, wegdromend bij de marmeren perfectie van Gian Lorenzo Bernini of Antonio Canova?

Kortom: misschien hadden wij vroeger minder gezamenlijke ankerpunten dan we denken. En zijn er nu nieuwe vormen van verbondenheid.

Op momenten die ons emotioneel raken, bij verdriet bijvoorbeeld. Het neerschieten van vliegtuig MH 17 op 17 juli 2014 leidde tot nationale herdenkingen en momenten van collectieve rouw - waarbij overigens rituelen moesten worden verzonnen, het draagvlak voor een eerder religieus getinte herdenking is weg, anders dan in de Verenigde Staten na de aanslagen van 11 september 2001.

Lockdown

Ook angst schept verbondenheid. Op 21 november 2015 begon een lockdown van Brussel wegens vrees voor nieuwe terroristische aanslagen. De stad stond stil. De politie vroeg discretie. Liefst geen informatie in de sociale media. In plaats daarvan verstuurden mensen foto’s van katten, vaak verkleed, in de gekste poses. Daaruit blijkt enige zin voor humor, maar vooral verbondenheid in angst. De kat is een aaibaar dier. Slangen en krokodillen verbinden minder.

Naast verdriet en angst schept ook vreugde banden. Successen van het nationale voetbalelftal bijvoorbeeld. Opeens zijn er in de samenleving geen winnaars en verliezers meer, maar enkel winnaars. Niet de voetballers, maar ‘wij’ winnen. Verbondenheid ontstaat waar een gevoel van triomf heerst, waar de sleur van het dagelijkse bestaan vol grijsheid en stille vernedering even wordt doorbroken.

Geen goed idee

Toch is het geen goed idee om verbondenheid vooral bij vreugde, verdriet of angst te zoeken. Sommigen zijn daar trouwens minder vatbaar voor, waar niets mis mee is. Integendeel, ik voel sympathie voor wie tijdens spannende voetbalfinales helemaal alleen aan zee langs de waterlijn loopt, voor wie ook op zo’n moment een individu blijft.

Wat mensen van belang vinden, sluimert onbewust in hun leven, als een stille kracht. Verbondenheid op crisismomenten stelt op een dieper niveau nauwelijks wat voor, maar uit zich spectaculair. Stille verbondenheid is er dan weer altijd, maar valt minder op.

Waarin voelen we ons stil verbonden? Soms in grote, soms in kleine dingen. Nu eens voelen we ons al, dan weer nog aan iets gehecht.

Meer solidariteit

Zo is er in onze samenleving nog altijd meer solidariteit dan we denken of vrezen. Mensen in moeilijkheden, zeker mensen met een concreet gelaat, ondervinden onverminderd steun. Ook wie zich rechts noemt, zal zich inzetten voor een economische migrant die hij persoonlijk kent. Je kunt natuurlijk vinden dat solidariteit alomvattend moet zijn, de oude communistische droom. Maar hoe omvangrijker de solidariteit en hoe talrijker de mensen waarop ze betrekking heeft, hoe theoretischer ze wordt. Daarom is communisme iets voor intellectuelen, die de schoonheid van de gedachte verkiezen boven de wankelmoedigheid van de mens, of voor machtshongerige lieden die zowel de gedachte als de mens enkel in functie zien van hun eigen ambitie. Maar ik geloof dus wel in solidariteit, als ze concreet genoeg is. Als we ze niet enkel willen maar ze ook voelen.

Binnen het concept solidariteit blijft er ook nu nog plaats voor asymmetrie. Minder dan vroeger, dat wel. Met asymmetrie bedoel ik: geven zonder het verlangen om te krijgen. Terwijl contractueel leven de kern is van elk kapitalistisch systeem. Koop, huur en ruil. Die regel kent steeds minder uitzonderingen. Zelfs wandelingen in de natuur zijn te koop. De koper moet ze zelf maken, maar niet langer uitstippelen. Daarvoor betaalt hij, de prijs bevat ook het finale glas in de dorpskroeg. Wat ons vooralsnog blijft verbinden, is een zekere, weliswaar tanende, liefde voor de eenzijdige geste. Ze gaat ook, ofschoon niet exclusief, schuil in het christendom met begrippen zoals vergiffenis en barmhartigheid, concepten die niet vanzelfsprekend zijn. Precies daarom is het weinig barmhartig wie ze niet kan of wil verwezenlijken als een minder goed mens te brandmerken.

Verscheurdheid

Gebrek aan barmhartigheid kan trouwens ook uit verscheurdheid voortvloeien. De Franse katholieke filosoof Rémi Brague legde in Le Figaro Magazine van 1 september de vinger op de wonde. Paus Franciscus had toen net een vurig pleidooi voor een massieve opvang van migranten gehouden. Heel wat christenen hebben daarover tegenstrijdige gevoelens, vindt Brague. Ze willen barmhartig zijn voor migranten, maar blijven gehecht aan hun eigen traditie. De erkenning van dat dilemma is bevrijdend. Zowel het belang van barmhartigheid als de moeilijkheid ervan worden ernstig genomen.

Wat van ultieme generositeit getuigt, en misschien wel onze belangrijkste bron van verbinding blijft, is het echte gesprek. Niet om mensen aan te sturen, zoals managers dat doen. Niet om het beste uit iemand te halen, zoals gewiekste experts in human resources, veinzers van menselijkheid. Niet om anderen te overtuigen van het eigen gelijk, want wie altijd gelijk heeft is zelden overtuigend. Niet om onrecht aan te klagen of zich de perverse superioriteit van morele verontwaardiging aan te meten, want dan eindigt het gesprek vooraleer het begint. Maar enkel omdat het vrije gesprek mensen verbindt. Het niveau van het gesprek, zijn onbevangenheid en diepgang, bepalen de cohesie in een samenleving.

Om een echt gesprek te voeren zijn eenvoudige menselijke eigenschappen van groot belang. Wie vandaag over talent spreekt, heeft het vaak over een bijzondere aanleg om mathematische vraagstukken op te lossen. En toch, voor het echte gesprek zijn andere kwaliteiten vereist. Simpele vriendelijkheid bijvoorbeeld. En geduld. Vraag een succesvolle medeburger wat zijn slechtste eigenschap is, en hij zal ‘ongeduld’ antwoorden. Waarom? Eigenlijk vindt hij ongeduld een deugd waar hij trots op is, een teken van dynamiek en dadendrang. Geef mij dan maar geduld, waarin niet het eigen ego vooropstaat, maar aandacht voor het denken en het levensritme van de ander.

Gesprekken werken niet altijd

Maar opgelet, gesprekken werken niet altijd. Er zijn onderwerpen die zodanig veel emoties losmaken, dat een open discussie erover niet, of niet meer mogelijk is. Lang overheerste de mening dat we altijd het debat moeten blijven voeren, zoals ook humor geen enkel onderwerp zou mogen schuwen. Geen taboes, klonk het.

Die tijd is voorbij. Laten we de nieuwe taboes gewoon erkennen, benoemen en tijdelijk respecteren, tot de gemoederen bedaren en er meer ruimte komt voor bespreekbaarheid. Welke zin heeft het bijvoorbeeld om, emotioneel en heftig, over Zwarte Piet te blijven discussiëren? Waarom zouden we een debat over seksueel misbruik beginnen op een ogenblik dat terechte verontwaardiging over recente dossiers de geringste nuance ombuigt tot een criminele mening? Dan is wachten een beter idee.

Sommige thema’s bespreekt een vredelievend mens best enkel onder vrienden, waar meer verfijnde stellingen mogelijk zijn en een afwijkende mening geen doodzonde is. Belangrijk is dat het gesprek verdergaat, weliswaar tijdelijk in de luwte, tussen mensen die meer gehecht zijn aan elkaar dan aan hun eigen grote gelijk. Een echt gesprek vergt vertrouwen. De alles overweldigende emotie is de poort van het tijdelijk taboe.

Juridisch wel, emotioneel niet

Er zijn momenten waarop het publieke gesprek niet mogelijk is. Juridisch wel, emotioneel niet. Emotie vervangt rede, woede het argument. Soms is het onredelijk redelijkheid te vragen, bijvoorbeeld wanneer mensen zich in hun persoonlijk leven te dicht bij het onderwerp van gesprek bevinden. Het prachtige Franse gezegde on ne parle pas de la corde dans la maison du pendu luidt in zijn Nederlandse versie: in het huis van de gehangene spreekt men niet van de strop. We moeten op het juiste moment zwijgen. Het taboe was een tijdlang verboden. Maar nu is het terug.

Het gesprek schept verbondenheid, maar dat geldt ook voor de schroom die ertoe leidt het even niet te voeren, de stilte die tijdelijk ruimte schept voor bezinning. Het verbindende taboe in afwachting van het doorbreken ervan. Zoals de subtiele kunst om tijdens de kerstdis met familieleden op voorkomende manier elkaar pijnlijke waarheden te onthouden.

Praten over gevoelens brengt mensen dichter bij elkaar, op voorwaarde dat ze er ook af en toe kunnen over zwijgen. 

Tekst gaat verder onder de afbeelding 

Beeld BELGA

Kerkjurist en publicist Rik Torfs was leider van de CD&V-fractie in de Belgische Senaat (2011-’13). In 2016 schreef hij ‘Fear of Happiness’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden