Column

In ons beeldenstormpje gaat het niet meer over helden, maar over heiligen

Beeld Trouw

Wie nu nog op een sokkel wil staan, moet in alle opzichten navolgenswaardig zijn, schrijft Ger Groot. "Zelfs de geringste smet op het blazoen een reden zijn voor zijn val. Heilig is iemand helemáál – of juist helemaal níet."

‘Vroeger werden er alleen voor heiligen beelden opgericht,’ twitterde Coen Wessel, predikant van de Protestantse gemeente te Hoofddorp, een weekje geleden. ‘Dat waren ook geen perfecte mensen, maar God had hen goedgekeurd, dus wat zou je. Seculiere heiligen hebben het moeilijker: die moeten altijd perfect zijn’. 

De aanleiding was de controverse rond Maurits van Nassau die in noordoost-Brazilië zoveel goeds gedaan heeft maar er ook slaven op nahield. Dat Wessel geprikkeld werd door de in ongenade gevallen naamgenoot zich in in de Oost een stuk bloediger had gedragen lijkt me minder waarschijnlijk.

Over de theologische finesses van Wessels tweet kun je twisten. Ook in het proces van heiligverklaring vormen morele tekortkomingen in het leven van de beoogde man of vrouw Gods sinds lang een obstakel. Anders dan in het verre verleden volstaat een voortreffelijke daad niet langer voor de geur van heiligheid, die vandaaruit de hele, vaak mythische levensgeschiedenis sanctioneert. Nu wordt heilige of zalige in spe onderworpen aan een antecedentenonderzoek waaraan het moderne veiligheidswezen zich moeiteloos kan spiegelen.

Rolmodellen

Maar Wessel legt wel de vinger op de zere plek. In het beeldenstormpje dat nu menig heldenmonument aan het wankelen brengt, gaat het niet meer over heldendom maar over heiligheid. De persoon op de sokkel moet in alle opzichten bewonderens- en vooral navolgenswaardig zijn. Dan kan zelfs de geringste smet op het blazoen een reden zijn voor zijn val. Heilig is iemand helemáál – of juist helemaal níet.

Daarvoor gebruiken wij al lang geen religieuze termen meer. De sociologie is er, met haar ogenschijnlijk wetenschappelijke distantie, voor in de plaats gekomen. Daarom heten de huidige helden nu ‘rolmodellen’: exemplarische figuren ‘waar we iets aan moeten hebben’, aldus de Leidse hoogleraar vaderlandse geschiedenis Judith Pollmann in deze krant. Ook daarvoor is één daad niet voldoende. Het rolmodel is een lichtende gids die tot in zijn vezels deugt, al noemt onze morele koudwatervrees dat inmiddels liever niet ‘het goede voorbeeld’.

De klassieke held is er het slachtoffer van geworden. Wat in de Griekse tragedie, waar we deze toneelterm aan danken, een ‘heros’ heette, werd iemand niet door wat hij was maar door wat hij deed: de ene handeling die uitsteeg boven de menselijke maat. In dat opzicht verschilde hij nauwelijks van de mythische heilige wiens hele leven door een geloofsdaad op een goddelijk plan gebracht werd. Ook hij was een held in de oude betekenis van het woord, bij wie het er soms best een beetje ruw aan toe mocht gaan. De monniken die vanaf de Ierse westkust de Friezen kwamen bekeren stonden hun mannetje bij het omhakken van heilige eiken of het geven van klop bij Dokkum.

In die eeuwen was heiligheid nog schrikwekkend. Ook de godheid die er het voorbeeld bij uitstek van was, wist te bliksemen en te donderen. Een heilig boontje was hij niet; wel een sacrale geweldenaar die in de eerste plaats ontzag afdwong – en ook een beetje angst als dat zo uitkwam.

De heilige mannen Gods waren uit geen ander hout gesneden, net zo min als de seculiere helden uit sagen, mythen en gaandeweg ook de echte geschiedschrijving. Zij oogstten bewondering door hun daad, déze daad – niet door hun diepste inslag, als ze die al hadden. Voor de heiligverklaring van goede bedoelingen was het nog veel te vroeg.

Knuffelgoedigheid

Innerlijke diepte hebben we pas dankzij de godsdienst gekregen, zo heeft de Canadese filosoof Charles Taylor uitgebreid beschreven. In één moeite door veranderde het heilige van iets schrikwekkend sacraals in de knuffelgoedigheid die we er nu mee associëren. Misschien zij we daar betere mensen door geworden. Maar al dat geknuffel heeft het denken wel een verwarrende wolligheid gegeven. Helden werden heiligen en heiligen werden smetteloze exempels. Dat kwam het realiteitsbesef niet altijd ten goede.

Ach, waar is de scherpzinnigheid van de oude theologie gebleven? – zo vraag ik mij wel eens af. Toen zij uit beeld verdween, moest het seculiere denken het helemaal alleen opknappen en maakte er prompt een warrig zooitje van. Misschien wel juist omdat het geen idee meer heeft van zijn eigen religieuze wortels. Het heeft inmiddels zelfs de ‘slachtofferheld’ ontdekt, zo lees ik in Trouw. Tot voor kort heette zo iemand nog gewoon een martelaar.

Ger Groot doceert filosofie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees hier meer bijdragen van Ger Groot.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden