In Oeganda weten ze wat het is om te vluchten, maar ook om vluchtelingen op te vangen

Zuid-Soedanese vluchtelingen in een opvangkamp in Noord-Oeganda, waar ze land krijgen om te bewerken. Beeld Hollandse Hoogte / Barcroft Media LTD

Meer dan een miljoen vluchtelingen worden er opgevangen en daarmee is Oeganda na Turkije en Pakistan het meest gastvrije land ter wereld. Deel 1 van een drieluik: hoe kijkt de lokale bevolking er naar?

Witte tentdoeken steken af tegen het diepgroen van velden vol met sesam en gierst. Hier en daar grazen groepjes watusi-runderen met hun imposante hoorns. Palabek Ogili, in het noorden van Oeganda, is de droom van elke boer. Toch hebben Ociiti Nixson en zijn clan tien vierkante kilometer vruchtbare gemeenschapsgrond afgestaan voor de bouw van een kamp voor vluchtelingen uit het naburige Zuid-Soedan. "Het is goede grond maar we kunnen wel een tijdje zonder dat stuk land. Tenslotte waren ook wij eens door geweld verjaagd uit onze dorpen. Het minste wat we kunnen doen, is de vluchtelingen een veilig onderkomen bieden."

Nixsons verklaring voor Oeganda's gastvrijheid aan inmiddels ruim een miljoen vluchtelingen, wordt gedeeld door de meeste mensen in het noorden van het land. Het gebied werd bijna twintig jaar geterroriseerd door Het verzetsleger van de Heer (LRA), de terreurbeweging onder leiding van Joseph Kony. Zo'n 95 procent van de bevolking zocht tot 2006 bescherming in ontheemdenkampen.

Beschermingsschild

"Ik woonde ook jaren in een kamp", vertelt Nixson, gezeten op een oude autoband onder een boom, van waar hij een goed uitzicht heeft op het vluchtelingenkamp. "Het kamp voor de Zuid-Soedanezen ziet er goed uit. Ze hebben van alles en er is goede beveiliging. Heel anders dan in onze kampen."

Een diepe frons verschijnt in zijn voorhoofd. Herinneringen wekken zijn boosheid. "Onze regering is nu samen met de internationale gemeenschap erg behulpzaam, maar deed niks voor ons toen we leden onder het geweld van de LRA. De soldaten die ons moesten beschermen, zaten middenin het ontheemdenkamp omdat ze bang waren. Wij burgers waren hun beschermingsschild."

Noorderlingen vinden dat ze in de steek zijn gelaten door de regering van president Yoweri Museveni. De Acholi, het grootste volk in het noorden, vormden het merendeel van het leger onder president Milton Obote, de dictatoriale leider die in 1986 door Museveni werd verjaagd. Obote's leger maakte zich schuldig aan gruwelijke oorlogsmisdaden tegen burgers in andere delen van het land. De bevolking in Noord-Oeganda gelooft dat zij nog altijd uit wraak wordt gemarginaliseerd. Ze stemmen op de oppositie, wat de betrekkingen met de regering er niet beter op maakt.

Compensatie

"Als de vluchtelingen weer naar huis kunnen, willen wij gecompenseerd worden voor de schade aan het stuk land. Ze kappen veel bomen voor houtvuur om te koken en dat is niet goed voor de natuur", merkt Nixson op. Hij en zijn clan willen daarover met de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in gesprek gaan, terwijl de overheid het contact wil onderhouden. "Maar wij vertrouwen de regering niet. Als er compensatie komt, zullen wij er nooit een cent van zien."

Er leven al lang vluchtelingen in Oeganda, uit onder meer Congo, Rwanda en Burundi. Het aantal verdrievoudigde echter dit jaar door de toestroom van een miljoen Zuid-Soedanezen - wereldwijd wonen alleen in Turkije en Pakistan meer vluchtelingen. Oeganda's gastvrijheid aan vluchtelingen is spreekwoordelijk. Ze krijgen stukjes land om voedsel op te verbouwen, ze kunnen werken of bedrijfjes beginnen en zich vrij in het land bewegen. In de meeste landen mogen vluchtelingen de kampen niet uit en zeker geen werk doen.

"Ik vind het normaal dat we ze in de gemeenschap opnemen", zegt Catherine Akena, een Oegandese die tweedehands kleding verkoopt vanaf een stuk zeil op de wekelijkse markt, niet ver van het vluchtelingenkamp. Maar twijfel begint bij haar te groeien. "We willen best ons land en de waterputten delen. Maar er zijn nu wel erg veel vluchtelingen en langzamerhand beginnen wij tekort te komen." Ze vertelt dat haar man al enkele keren vluchtelingen van hun akkers heeft verjaagd omdat ze de oogst stalen. "Er zijn grenzen aan onze naastenliefde."

Op diverse plaatsen in het noorden van Oeganda lopen de laatste tijd de spanningen op tussen de lokale bevolking en de vluchtelingen. In Yumbe, ten westen van Palabek Ogili, lieten bewoners een paar uur lang geen Zuid-Soedanees toe bij de waterputten, omdat er een watertekort was ontstaan. Ook klagen noorderlingen dat ze nu verder moeten lopen om houtvuur te sprokkelen. Akena vindt dat de overheid niet alleen vluchtelingen moet helpen maar ook de lokale bevolking. "Wij helpen mee om de vluchtelingen een goed tijdelijk thuis te bieden. Maar wij hebben ook niet veel en de regering mag ons niet vergeten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden