In nieuw beheer telt vooral de subsidie

De grutto is als weidevogel zwaar bedreigd, ondanks dertig jaar natuurbeheer.Beeld Marcel Langelaan

Natuurorganisaties willen met boeren gaan samenwerken om de natuur op het platteland te verbeteren. Samen proberen ze zo de Europese subsidies binnen te halen. Dat de methode niet werkt, doet er minder toe.

Op de dag dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekendmaakte dat de Nederlandse vlinderstand door de intensivering van de landbouw het laagste niveau in twintig jaar heeft bereikt, presenteerden natuurorganisaties een plan waarin ze samen met de boeren de kwaliteit van datzelfde buitengebied willen verbeteren.

In het volle koetshuis van het Utrechtse zalencentrum Mereveld gingen natuurbeschermers en agrarische vertegenwoordigers deze week voorzichtig met elkaar in debat. Lange tijd waren ze elkaars tegenstanders - wat de een als flora zag, vond de ander onkruid - maar de tijd van polarisatie lijkt voorbij. Beschermers en boeren hebben elkaar de komende tijd nodig, is de boodschap.

Dertig jaar lang hebben boeren gebruik kunnen maken van de Subsidieregeling Natuur en Landschap (SNL). In ruil voor een forse vergoeding maaiden de boeren om de grutto-nesten heen, zaaiden ze de akkerranden in met wilde bloemen, en herstelden ze landschapselementen als hagen en singels die ze eerst omwille van de efficiëntie hadden afgezaagd.

Die subsidieregeling staat onder druk. Een miljard euro verder kan worden geconcludeerd dat de natuurkwaliteit op het platteland alleen maar achteruit is gehold. Het vlinderrapport van het CBS is daar één voorbeeld van. Maar ook de weidevogels verdwijnen, hetzelfde geldt voor kruiden, planten en insecten. De intensivering van de landbouw (lees: grondgebruik, bemesting, bespuiting en een lage grondwaterstand) is zo hard gegaan, dat enkele gesubsidieerde ecologische toeters en bellen geen verschil meer maken. Met het schrappen van deze subsidie dreigt 27 procent van de agrarische bedrijven forse neveninkomsten te verliezen.

De natuurorganisaties hebben zo hun eigen problemen. In het tijdperk van voormalig staatssecretaris Bleker werd de helft van hun subsidie geschrapt. Het huidige kabinet heeft dan wel iets van die bezuiniging teruggedraaid, maar feit blijft dat voor de natuurbeheerders de 'vette jaren' voorbij zijn. Ook al komt Nederland uit de crisis, dan nog blijft de hand op de knip.

Boeren- én natuurorganisaties moeten dus op zoek naar nieuwe financieringen. En beide branches hebben de ogen daarbij duidelijk op Brussel gericht. Daar wordt op dit moment onderhandeld over het nieuwe Europese landbouwbeleid, met de daaraan gekoppelde mega-subsidies. Die landbouwsteun is oorspronkelijk na de Tweede Wereldoorlog opgezet om voedselzekerheid te garanderen. Langzaam maar zeker werd dit beleid omgebouwd tot productiesteun die de sector tot op de dag van vandaag één miljard euro subsidie per jaar oplevert.

Het nieuwe Europese landbouwbeleid waarover nu wordt onderhandeld, geeft boeren straks alleen nog subsidie als zij op een of andere manier 'vergroenen'. Een optie is bijvoorbeeld dat zij 7 procent van hun land natuurlijk beheren. Aangezien 70 procent van het grondgebied in handen van boeren is, kan dat tot een forse verbetering van natuurlijke kwaliteit leiden.

In deze discussie lijken natuurbeschermers en boeren elkaar nu te vinden. De boeren móeten straks vergroenen om nog voor inkomenssteun in aanmerking te komen, en hebben de natuurbeschermers nodig vanwege hun kennis van ecologisch beheer. Natuurbeschermers hebben de boeren nodig, omdat deze voor hen de weg banen naar Europees subsidiegeld dat zij kunnen innen voor werkzaamheden buiten hun eigen gebieden. De samenwerking met boeren betekent groei, en daarom willen organisaties als Natuurmonumenten, de Vogelbescherming en de 12Landschappen grote 'gebiedscollectieven' vormen: samenwerkingsverbanden met boeren die in ruil voor agrarisch natuurbeheer in aanmerking komen voor een nieuwe Europese geldstroom.

Als deze samenwerking werkelijk zou leiden tot een verbetering van de natuur op het platteland, zou de ombuiging van de Europese subsidie richting natuur een meesterzet zijn. Maar het vervelende nieuws is dat agrarisch natuurbeheer helemaal niet werkt. Onderzoeker David Kleijn van Alterra rekende deze week de boeren- en natuurorganisaties in het Utrechtse koetshuis voor dat 30 jaar natuurboeren niets heeft opgeleverd - een enkele uitzondering daargelaten, en in die gevallen is het nog maar de vraag of de verbetering door het beheer tot stand is gekomen, of dat andere factoren daar een rol hebben gespeeld.

Kleijn vergeleek voor de commissie-Van Ardenne, die binnenkort komt met een 'herijking van het natuurbeleid', de effectiviteit van natuurbeheer in agrarisch gebied met dat in natuurreservaten. Agrarisch natuurbeheer is allereerst 25 procent duurder dan het beheer in natuurreservaten. Voor een deel lijken die hoge kosten veroorzaakt te worden door het feit dat maar liefst 42 procent van de subsidie opgaat aan administratie. De dure vorm van beheer blijkt bovendien verre van effectief. Van de negentien studies die de afgelopen jaren naar de doelmatigheid zijn verricht, wijzen er twaalf uit dat het agrarisch natuurbeheer geen enkel effect heeft gehad. Twee studies spreken zelfs van een negatief effect, twee zien positieve resultaten maar kunnen die niet koppelen aan de beheersmaatregelen. De andere geven geen finaal oordeel.

Vooral het inzaaien van bloemen en kruiden (de zogenoemde botanische pakketten) en het herstel van houtwallen en singels (de zogenoemde landschapspakketten) hebben geen enkel effect op de soortenrijkdom. De oorzaak van de mislukking is volgens Kleijn de kleinschaligheid van de ingrepen binnen het bijna industriële landbouwareaal. Agrarisch natuurbeheer kan alleen effectief worden gemaakt als het gebied grootschalig is, als het gebied als een buffer tegen een natuurreservaat aanligt en als de maatregelen robuust zijn. Kleijn noemt bijvoorbeeld de verhoging van het waterpeil, een maatregel waarvoor op dit moment juist geen subsidie is te krijgen. Kleijns conclusies worden al jaren gedeeld door diverse hoogleraren van verschillende universiteiten, onder wie de Leidse hoogleraar Geert de Snoo, die internationaal bekend is vanwege zijn kennis van natuur op het platteland.

Wat opvalt is dat dit wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van agrarisch natuurbeheer door de natuurorganisaties zelf wordt afgedaan als 'mening'. Na Kleijn sprak in Utrecht Paul Terwan, namens vier koepels van agrarische natuurverenigingen. Hij had 'heel andere cijfers', en deed het wetenschappelijk onderzoek af als 'gekleurd'. Terwan presenteerde gegevens van geïsoleerde projecten die wél werken, en wilde af van de gemiddelden van Kleijn. Hij wees ook op het feit dat niet alleen de biodiversiteit, maar ook de kwaliteit van het landschap en zelfs recreatie doelen van de subsidieregeling kunnen zijn. En zo zijn er in de groene wereld twee 'meningen' waaruit de partijen lijken te kunnen kiezen.

De samenwerkende natuurorganisaties willen naar een 'effectief natuurbeheer', hebben ze deze week in een manifest laten weten, maar ze willen bijvoorbeeld de ineffectieve botanische en landschapspakketten handhaven. Ook stellen zij geen enkele eis aan grootschaligheid en ligging van de agrarische gebieden die zij willen ondersteunen.

Met die hunkering naar de Europese geldstroom lijken deze organisaties subsidie-gedreven, terwijl professionele sectoren als bijvoorbeeld de zorg inmiddels 'evidence based' opereren. Er wordt daar alleen nog beleid gefinancierd, waarvan bewezen is dat het werkt. Agrarisch natuurbeheer is daar nog mijlenver van weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden