In New York zitten alle choreografen diep in de schulden

ROTTERDAM - Tweeëntwintig jaar geleden maakte Ton Simons zijn eerste ballet voor Werkcentrum Dans, het door Kathy Gosschalk geleide moderne dansgroepje in Rotterdam. Het bleef niet bij die '31 simple steps'. Want al vestigde de Limburgse danser zich kort nadien in New York, elk jaar keerde hij naar Rotterdam terug om zijn ervaringen met de techniek en werkwijze van Merce Cunningham in praktijk te brengen. In de loop der seizoenen zou hij met vierendertig choreografieën zelfs een onuitwisbaar stempel op Gosschalks gezelschap (thans De Rotterdamse Dansgroep) zetten.

Voor het tweede seizoensprogramma, dat vanavond in de Rotterdamse schouwburg begint, liet Gosschalk haar keuze vallen op een van Simons mooiste Mozart-creaties, namelijk zijn acht jaar oude 'Grace', op de grote mis in C. Ook voor hemzelf is dat ballet een mijlpaal in zijn transatlantische loopbaan geweest. In 1990 kreeg hij er de Nederlandse choreografieprijs voor; een jaar later studeerde hij het bij zijn eigen dansgroepje in New York in.

Simons: “Eigenlijk is deze choreografie nooit uit mijn systeem weggeweest. Ik heb het destijds onder zeer fortuinlijke omstandigheden gemaakt. Naar aanleiding van zijn vijfentwintig jarig bestaan vroeg de Schouwburg in Eindhoven aan Kathy Gosschalk om dit met een feestelijk ballet te vieren. Toen ze mij daarover polste had ik net de grote mis in C gehoord en ik was daardoor gevloerd. De gedachte aan een viering deed me besluiten me op deze Mount Everest uit Mozarts oeuvre te wagen. Het ballet gaat over wat er in die muziek bezongen wordt: God is liefde, liefde is God. Als je naar die muziek luistert is het alsof de zon schijnt; er is alle vreugde, melancholie, een enorme emotionele diepte. Om praktische redenen heb ik het destijds op dertien dansers gemaakt; maar ik zou ik het graag voor meer dansers willen her-bewerken.”

“Nu moet je weten dat Mozart de gelofte had gedaan de mooiste mis te schrijven als hij zijn Constanze zou krijgen. Hij begon aan die mis, trouwde met Constanze en heeft het toen niet afgemaakt. Waarschijnlijk realiseerde hij zich dat hij eigenlijk een opera aan het schrijven was. Bovendien had hij dat jaar muziek te horen gekregen van vader Bach. Volgens Mozart-kenner Einstein moet dat een crisis bij hem veroorzaakt hebben. Het is in elk geval duidelijk dat Mozart in deze compositie voortdurend Bach citeert. Dus, volgend seizoen ga ik ook Bachs Magnificat doen, met hulp van Mozart en een opdracht van Marc Jonkers bij de Komische Oper in Berlijn. Er is wel een belangrijk verschil: terwijl Mozart steeds zegt 'let's have fun', maant Bach dat we wel het hoofd koel moeten houden. Ik ben nu ruimtelijke fuga's aan het verzinnen. Wat deze uitdaging betreft ben ik net als mijn poes Moe. Die zou met zijn pootje zelfs tegen een olifant durven te tikken.”

Erkenning

Afgelopen zomer kreeg Ton Simons voor de tweede maal een Nederlandse prijs, namelijk de Sonia Gaskell-prijs naar aanleiding van zijn 'Song', waarvoor hij muziek van Mozart met teksten van Omar Khayyam vervlocht. Hoewel die erkenning hem veel doet, ziet hij er ook de betrekkelijkheid van in. Want de Nederlandse waardering compenseert de wrange werkelijkheid dat hij na tien jaar zijn Third Street Dance Incorporation, zijn eigen dansbedrijfje in New York, uit financiële nood moest opgeven. Wat hem vooral een kick gaf was het door de Nederlandse collega's Ton Lutgerink, Krisztina de Châtel en Haryono Roebana geschreven juryrapport, waarin zij hem een 'architect van subtiliteiten' noemden. Terecht betrokken zij bij hun lofzang dat Simons naast zijn ruim dertig balletten in Rotterdam ook al veertig (!) creaties in New York produceerde, hoe weinig ons daarvan ook bekend is.

Dat hoge toerental van Simons 'onderzoekende en wonderlijk kronkelende geest' is inderdaad opmerkelijk. Simons zelf vat de verschillen tussen zijn New Yorkse en Nederlandse dansachterban bondig samen: “Hier schijnt de zon, daar vriest het. Voorlopig ben ik in New York non actief, hoezeer mijn hart daar ook ligt. Onder Reagan, Bush en Clinton zijn alle kranen voor kunst zo goed als dichtgedraaid. De National Endowment for the Arts was al niet meer dan wat de Amerikaanse Marine voor een derde van haar marching bands over had. Maar nu is dit fonds tot 80 procent gekrompen, waardoor ze zelfs hun eigen adviseurs niet meer kunnen betalen. Ook het fonds van de New York State Council of the Arts is weggevallen. Dertien jaar hield ik het vol om met een vaste kern van zes dansers te werken. De meesten kwamen uit de studio van Cunningham. Maar nu staan alle dansers in New York met hun rug tegen de muur. Zelfs Merce Cunningham kan niet meer in het City Center staan, maar moet genoegen nemen met het veel kleinere Joyce Theatre. Het American Ballet Theatre is zo goed als failliet en het Harlem Dance Theatre van Arthur Mitchell geeft al vijf jaar geen voorstelling meer. De dansers van de Martha Graham second Company werken zelfs voor niets!”

“Hier in Nederland weten we echt niet hoe moeilijk dansmakers het daar hebben. Alle choreografen zitten tot hun nek in de schulden en moeten hun geld in Europa zien te verdienen. In die zin is de armoedekunst van de jaren zestig weer helemaal terug. Gelukkig heb ik aanbiedingen bij North West Pacific Ballet, het Washington Ballet en de North Carolina School of the Arts gekregen. Er wordt met een mengeling van bewondering en afgunst naar Europa gekeken. Ik beschouw mij dan ook bijzonder fortuinlijk door de gastvrijheid van Kathy Gosschalk. Nu heb ik the best of both worlds.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden