Interview

In Nederlands-Indië kon iedere boer de vijand zijn

In de 659 brieven, gedenkboeken of dagboeken van soldaten komen een kleine 800 misdaden voor.Beeld Verzetsmuseum ZH

Elke keer als Gert Oostindie over de oorlog in Nederlands-Indië in het nieuws was geweest, kreeg hij reacties van boze veteranen. Altijd klonk hetzelfde verwijt: 'Jij weet niet hoe het toen is geweest'. Samen met medewerkers en studenten analyseerde hij afgelopen jaren 659 egodocumenten van Nederlandse soldaten die toen in het leger zaten.

"Ik heb nu een beter beeld van hoe het is geweest", zegt Oostindie, hoogleraar en directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) in Leiden. Met het boek 'Soldaat in Indonesië' dat vandaag verschijnt, wil hij 'zonder moraliseren' beschrijven hoe het leven van een Nederlandse soldaat er in de jaren 1945-1950 uitzag.

Hoewel Oostindie uitdrukkelijk andere aspecten van het soldatenleven aan de orde laat komen, is er onvermijdelijk aandacht voor het heikele punt: de oorlogsmisdaden. De gegevens die uit de analyse voortkomen noemt hij, ondanks al zijn voorkennis op dit punt, 'onthutsend'.

Topje van de ijsberg
Bijna tachtig procent van de soldaten maakte geen melding van misdaden of stelde expliciet die niet te hebben gezien. Maar in de egodocumenten, zoals brieven, gedenkboeken, dagboeken of memoires, van de overige twintig procent komen een kleine 800 misdaden voor. Zoals mishandeling en marteling en vooral individuele of collectieve fusillades.

"Dit materiaal vormt slechts het topje van de ijsberg", zegt Oostindie. "Als je bedenkt dat in die jaren 160.000 Nederlandse soldaten in Indonesië waren gelegerd en je gaat extrapoleren, dan moet het aantal misdaden eerder in de tienduizenden dan in de duizenden worden geschat."

Ondanks die pijnlijke conclusie ziet hij zijn boek ook als eerbewijs aan die mannen die zich naar eer en geweten hebben ingezet voor wat een 'goede zaak' moest zijn. Een groot deel van de soldaten waren dienstplichtigen die allesbehalve uit vrije wil naar Indië vertrokken. Alleen de eerste groep die afreisde, uit het reeds bevrijde Zuid-Nederland, ging vrijwillig het schip op met het idee de kolonie te bevrijden van het Japanse juk.

Twijfel
"We zagen dat het denken in termen van bevrijding geleidelijk wegebde en plaatsmaakte voor een groeiende scepsis en zelfs cynisme over de missie", aldus Oostindië. Vooral in het laatste oorlogsjaar raakten de mannen gedemoraliseerd. "Je ziet de twijfel langzaam omhoog borrelen. Kan dat bijdragen aan ontsporingen? Zeker wel."

Vooral in de memoires die er later over zijn geschreven, is de boosheid volgens Oostindie merkbaar. De boosheid richt zich op de politiek: de mensen die hen de waanzin instuurden, trauma's bezorgden, enkele jaren van hun leven afnamen. "Ze zijn ook boos over hoe zij bij terugkomst met de nek werden aangekeken en hoe zij achteraf van alle dingen die fout waren gegaan, de schuld kregen. Het is opvallend dat wat je leest vaker zelfbeklag betreft dan zelfverwijt."

Delicaat is dat volgens Oostindie veel van de gerapporteerde misdaden wordt toegeschreven aan 'inheemse', oftewel Ambonese militairen die bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (Knil) zaten. "Nou moeten we daarbij wel wat slagen om de arm houden", zegt de historicus. "Het is natuurlijk een steekproef en ik sluit niet uit dat er sprake was van afschuiven van schuld. Je oordeelt makkelijker over andermans ontsporingen."

Wraak
Maar het zou volgens hem ook onjuist zijn om die gegevens onder het tapijt te schuiven. Bovendien zijn er ook wel logische verklaringen. Oostindie denkt aan wraak voor mishandelde en vermoorde familieleden tijdens de zogeheten bersiap, toen Indonesiërs zich gewelddadig keerden tegen alles wat naar Nederland riekte.

Daarnaast stond er volgens Oostindie voor Molukkers tijdens de oorlog veel meer op het spel dan voor Nederlanders. Bij verlies van de oorlog zouden zij door hun landgenoten als collaborateurs worden afgeschilderd en werd hun situatie precair. Bovendien wijst Oostindie erop dat de verantwoordelijke officieren van de Molukkers blanke Nederlanders waren.

Begrijpt Oostindie nu beter waarom een deel van de Nederlandse soldaten uit de bocht is gevlogen? "Jazeker, al is dat nooit een excuus. Je voelt de spanning waaronder die mensen hebben geleefd. Iedere boer die zij in die guerrillaoorlog tegenkwamen, kon de vijand zijn. Indonesische soldaten konden snoeihard optreden. Als je bij een patrouille ontdekt dat een paar maten zijn opgeknoopt met hun afgesneden geslachtdelen in hun mond, ja, dan word je kwaad en wil je wraak."

Gert Oostindie: Soldaat in Indonesië, 1945-1950. Prometheus Bert Bakker. 320 blz, € 29,95.

Citaten uit recente brieven aan Trouw over oorlogsmisdaden Nederlands-Indië

Inderdaad hebben zich zaken voorgedaan die niet onder de kerstboom naverteld kunnen worden. Was dit geweld 'extreem en structureel'? Absoluut niet. Dat zo nu en dan gemarteld werd, zal niemand ontkennen. Er moesten immers inlichtingen verzameld worden en dat ging niet altijd volgens de regels.

In onze regio West-Java waren op zeker moment de krijgsgevangen het grote probleem. Deze mensen behoorden afgeleverd te worden in een bepaalde kazerne in Bandoeng. Of het nu een fabel was of werkelijkheid, er werd gesuggereerd dat de achterdeur van deze kazerne even groot was als de voordeur. Met andere woorden: de aangevoerde bendeleden kon je na drie of vier weken weer als tegenstander ontmoeten op patrouille. Dat verhaal heeft toch wel levens geëist.
Piet Holtman, Arnhem

Elke keer als ik een artikel lees over de door Nederlandse militairen gepleegde excessen begint mijn bloed te koken. Veelal worden die artikelen gebracht alsof elke militair, OVW'er (oorlogsvrijwilliger), dienstplichtige of beroeps, zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdrijven. Natuurlijk zijn daar dingen gebeurd waarvan we willen dat ze nooit gebeurd waren. Maar dat wil niet zeggen dat elke militair zich daaraan schuldig heeft gemaakt, laat staan stelselmatig.
Hans de Bruin, Zoetermeer

Het observeren van feiten vanuit het heden is anders dan het observeren vanuit de periode 1945-1949, met de politieke omstandigheden van toen. Het was een totaal andere wereld. Op de achtergrond speelde de Koude Oorlog al een voorname rol. In uw publicatie komt niet naar voren dat een oorlog per definitie niet schoon is. Er worden altijd vuile handen gemaakt, de gradaties daarin daargelaten. Dat dient men zich wel te realiseren.

U vermeldt de bersiap met de daarbij behorende gruwelen, maar u schrijft niet hoe erg die wel was.
Jan Simmer, Dordrecht

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden