In navolging van BN’er op zoek naar het geheim van stralend witte tanden.

Koffie was het. Of aanleg, gevoegd bij het bereiken van de vroeg middelbare leeftijd. Bij niet al te hard kunstlicht viel het nog best mee. Staand voor de spiegel hield ik mezelf zelfs bij het minder flatterende daglicht voor dat het ermee door kon.

Tot de ochtend dat mijn geliefde, die het botte woord meestal in de la houdt, de vraag stelde: ’Zou je je tanden niet eens laten bleken’? Haar intonatie verried dat ’dat zou ik niet’ geen sociaal wenselijk antwoord was.

Pogingen om er met een smeerseltje van de drogist wat aan te verbeteren, liepen op niets uit, net zomin als enkele jaren poetsen met whitening tandpasta.

Het echte werk dus. Professioneel bleken. Ben ik gezwicht voor een schoonheidsideaal? Voor mijn vrouw? Een zwakke man die niet durft te staan voor het vergrauwen van het ivoor?

Ongetwijfeld. Tot mijn verdediging voer ik aan dat het nu ook kán, een opfrisbeurt voor het gebit. En in het achterhoofd speelt nog iets anders, het vervolg op de vraag van mijn wederhelft. Ik moet binnenkort ergens opdraven tussen allemaal razend hippe en mooie Nederlanders en ’dan moet je er wel een beetje uitzien’.

Bij het periodiek tandartsbezoek had ik er al eens naar gevraagd. Of hij ook bleekte. Het kwam er wat benepen uit. Bleken is een beetje taboe, alsof je de dokter moet vertellen dat er wat met je ontlasting is. Komt bij: ik had al eens gehoord dat tandartsen er niets mee ophebben. Maar deze man was vol begrip – wat mij sterkte in de overtuiging dat mijn verlangen misschien geen medische noodzaak was, maar dan toch alleszins begrijpelijk. De tandarts zelf deed het niet, zei hij. Geen tijd voor. „Je moet het wel góed laten doen.” Wat dat dan was vergat ik te vragen.

Dan begint het surfen. Bleken tanden woonplaats. Nuttigste tip, van een tandarts met website: ’Let op met wie u in zee gaat’. Maar hoe let je daar op? De industrie van de waterstofperoxide bestaat uit een woud van personen die zichzelf verheerlijken. .

Het kiezen valt niet mee. De prijzen ook niet. Voor een beetje behandeling ben je zo vier-, vijf-, zelfs zeshonderd euro kwijt. Maar dan zit je wel op een A-locatie waar de deelnemers van De Gouden Kooi ook hun tanden hebben laten doen.

Het alternatief is de thuissmeerder, maar dan met sterker spul dan waar we eerder geen enkel resultaat mee boekten. Van dat idee bekom je snel. De hoeveelheid bleekmiddel die in de tandbleekgels zit, kan tandpijn opleveren en beschadigingen. Daarna dagen op water en brood, las ik ergens. De doe-het-zelver krijgt wel een prachtig woord cadeau: de bleeklepel, een bitje waar peroxidegel in wordt gegoten die vervolgens de tanden van verkleuring gaat ontdoen.

Dagen modderen met bitjes, dat is niets voor mij. Geklieder, morsen in bed – een ervaringsdeskundige heeft het over ’speekselvloed’.

Eigenlijk, waarschuwen sites die we voor het gemak voor betrouwbaar houden, moet je voor je de hand aan jezelf slaat eerst met de tandarts overleggen. Anders riskeer je tanderosie en kunnen de gebitselementen zomaar broksgewijs uit je kaak vallen.

Dan kan ik me maar beter door een professional onder handen laten nemen. Bovendien: de nacht met de Bekende Nederlanders nadert. Die, als we de reclame-uitingen van de peroxidemaffia mogen geloven, ook daar hun stralende lach vandaan hebben.

Snelheid is geen probleem: tanden bleken is een impulsaankoop geworden. Ik bel op woensdag om vier uur, twee minuten later heb ik per e-mail een bevestiging binnen en geen etmaal later kan ik me melden, naar keus in Breda of Amstelveen.

Op de muren van het sportcentrum waar ’Perfectsmile’ zit staat be perfect. De volmaaktheid valt te bereiken door vet (love handles) wegprikken, botoxen, straktrekken van de kaak.

Ik kom voor, wat in de folder heet, ’Het geheim van witte tanden’.

Tanden bleken, zegt mondhygiëniste Ceta opgeruimd, is een ’vreselijke hype’. Het intakegesprek is kort. Op een formulier vul ik ’ja’ in bij: ’Bent u naar uw overtuiging goed gezond?’ Dan legt Ceta met kleurstalen uit hoe het met m’n gebit gesteld is: dat heeft de op een na donkerste waarde. Nee, helemaal wit zal het gebit niet worden (’echt wit, dat is nep’).

Ceta penseelt een smaakloos papje van ’waterstofperoxide en iets anders’ op het gebit. Ze doet de kiezen niet, alleen de tanden van het voorste deel. „Dat is de lachlijn.” Tijdens twee afleveringen van de niet te begrijpen misdaadserie CSI doen het bijtmiddel en een felblauwe plasmalamp hun werk. Pijn? Nee, geen pijn. Wel een paar keer kokneigingen vanwege de mondspreider.

De gedachten dwalen af. Naar Vestdijks ’Ivoren wachters van het maagdarmkanaal’, en naar een handboek over symboolduiding: angst voor verval van het gebit is eigenlijk vrees voor potentieverlies.

En dat jongelui van een jaar of twintig op het platteland vroeger voor hun trouwen wel eens een tandheelkundige behandeling cadeau kregen: het hele zootje eruit, nodig of niet, kunstgebit erin. Staat netjes en je bent voor altijd klaar.

En dat ik hier 249 euro lig te verteren op niets dan esthetische gronden. Maar is dat erger dan de aanschaf van een fatsoenlijk pak, terwijl mijn stralende lach in wording twee tot vier jaar meegaat, als ik op Ceta mag afgaan?

Het is een flinke zit, maar na vijf kwartier kondigt zij de ’laatste ronde’ aan. Gaat het nog? Ja, het gaat nog. Met een spuitje reinigt ze het gebit. „De vullingen in de voortanden zijn mooi meegebleekt”, zegt ze. Ze heeft gelijk.

Het geteisterde ivoor krijgt voor het afrekenen een calciumpasta opgesmeerd, voor het snelle herstel. De website van Perfectsmile belooft dat we na de intensive-kuur alles mogen eten, maar Ceta speelt op zeker: twee dagen geen rode wijn of currygerechten. Dat is alles.

In de spiegel zie ik dat het geheim van witte tanden voor mij verborgen blijft. Met de kleurstalen in de hand toont Ceta dat de tanden acht, negen tinten lichter zijn geworden. De stapjes tussen de verschillende tinten zijn wel heel klein, maar het resultaat mag er zijn, zal mijn geliefde later zeggen. De angst voor een te geslaagd effect, hagelwit, is ongegrond.

Laat nu maar komen, die nacht met Bekende Nederlanders. Hun gebitten zijn witter dan het mijne, maar ik ben naturel – en niemand hoeft te weten dat het geholpen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden