In naam van religie verhandeld

In een christelijk kindertehuis in India worden zo'n vijfhonderd meisjes opgeleid tot zendelingen. De Nederlandse Stichting Hulp Vervolgde Christenen steunt het centrum. Onderzoek van Trouw wijst uit dat de meisjes slachtoffer zijn van 'reli-mensenhandel'. Het bizarre verhaal van 'de kinderen uit Humla'.

Het lijkt zo nobel. Een Nederlandse stichting die zich bekommert om het lot van weeskinderen in Azië. De Stichting Hulp Vervolgde Christenen (HVC) werft sponsors voor de opvang van 'christelijke (wees)meisjes'. Die meisjes worden opgevangen in het Michael Job Centrum in Tamil Nadu, India. Volgens de stichting wonen daar 'een paar honderd dochters van Aziatische christelijke ouders die door vervolging stierven of niet in staat waren om voor hun kinderen te zorgen'. De meisjes zelf komen 'vaak ondervoed, soms gewond maar vooral emotioneel beschadigd' in het meisjestehuis aan. "Het Michael Job Centrum biedt hen een nieuw thuis. Hier krijgen ze onderdak, goed voedsel en scholing. Gedegen Bijbelonderwijs, gebed en zang behoren in het centrum tot de vaste onderdelen van de dag", aldus HVC.

De campagne van de Nederlandse stichting roept vragen op, in weerwil van de stellige toon. Een filmpje op de website vermeldt kort maar krachtig: '21 Nepalese meisjes hebben maar één wens: een kerkje stichten voor hun boeddhistische ouders'. HVC organiseerde daarom in april een evangelisatiemissie naar Humla, het district waar de meisjes vandaan komen. Twee meisjes reisden mee, terug naar de plaats waar ooit hun huis stond, als zendelingen in de dop. De missie was volgens HVC een succes: 'Tenminste honderd mensen' bekeren zich tot het christendom, twee meisjes blijven achter om 'over Jezus te vertellen'. Maar wie zijn deze kinderen precies en waarom wonen ze niet in hun eigen land?

Op zoek naar antwoorden komen de contouren boven van het bizarre verhaal van 'de Humla-kinderen'. Zij werden door een mensensmokkelaar bij het christelijke kindertehuis in India afgeleverd. Daar kregen ze een nieuwe naam en een nieuw levensverhaal: als zogenaamde kinderen van christelijke martelaren verloren ze het contact met hun families en hun moedertaal. Pas jaren later keerden ze naar hun geboorteland Nepal terug.

Fay is een van hen. Volgens de website van het Michael Job Centrum komt ze uit Kathmandu, waar ze een gelukkig leven leidde in een gezin van evangelisten. Tijdens een gebedsdienst vielen maoïstenrebellen het huis van Fay binnen en doodden haar moeder en oom. HVC-directeur Jan Bor voelt zich betrokken bij meisjes als Fay. "Ik sponsor er zelf vijf en beschouw ze als mijn eigen dochters." De sponsoren komen uit heel Nederland. Sommigen zijn niet te beroerd wat extra te geven. Als een sponsor uit Urk hoort dat zijn sponsormeisje een hersentumor heeft, maakt hij onmiddellijk 3000 euro voor de operatie over.

Alleen blijkt Fay niet Fay te zijn. In werkelijkheid heet ze Sabita, zo wijst onderzoek uit van een Britse organisatie die zich ook bekommert om verhandelde Nepalese circuskinderen, de Esther Benjamin Trust. Haar ouders zijn hindoes. Sabita's vader is overleden als gevolg van een nierziekte, waarna haar moeder spoorloos verdween. Sabita heeft een tante die zegt jarenlang naar haar nichtje op zoek te zijn geweest. Sabita is een van de 32 Nepalese meisjes die door mensensmokkelaar Dala Bahadur Phadera naar het Michael Job Centrum zijn gebracht. Phadera is een invloedrijk politicus, verbonden aan de Communistiche Partij van Nepal (CPN-UML). In ruil voor een 'bemiddelingstarief' en jaarlijkse schoolgelden verzamelde hij in de periode 1994-2006 kinderen uit arme gezinnen. Ruwweg in deze periode woedde in Nepal een burgeroorlog tussen maoïstische rebellen en het regeringsleger. Rebellen ronselden studenten voor hun Volksleger. Families schraapten spaargeld bij elkaar om hun kinderen aan Phadera mee te geven, in de veronderstelling dat hij ze zou meenemen naar de relatief veilige hoofdstad van Nepal.

Een onderzoek van Unicef Nepal - dat zich bekommert om het lot van kinderen in deze oorlogstijd - beschrijft hoe Phadera te werk ging: hij overtuigde ouders ervan dat hij de kinderen in de hoofdstad naar een goede school zou sturen. De kindersmokkelaar kreeg lokale autoriteiten zover overlijdensaktes voor de ouders op te stellen, waarna hij officieel toezichthouder werd. Phadera opereerde met name in Humla, het armste Nepalese district dat alleen te voet of vanuit de lucht bereikbaar is in de ontoegankelijke Himalaya. De broer van Phadera is hier hoofd van het provinciebestuur. De mensensmokkelaar nam de kinderen mee naar de hoofdstad, en scheidde daar de jongens van de meisjes. De jongens werden in verwaarloosde kindertehuizen gedumpt en als bedelaars langs de deuren gestuurd. Een aantal kinderen werd opgegeven voor internationale adoptie. Een dertigtal meisjes werd door Phadera naar het Michael Job Centrum in Tamil Nadu gebracht.

In dat centrum kregen de meisjes een nieuwe naam, een nieuw verhaal en een nieuwe vader: Dr P. P. Job. Hij is de oprichter van het Michael Job Centrum en overleed onlangs aan een hartaanval. De Indiase evangelist noemde zichzelf de 'Billy Graham van Azië'. Volgens zijn biografie overleefde hij hondsdolheid en preekte hij over de hele wereld. Het centrum van Dr P. P. Job ligt op zestig hectare land en bestaat uit een tehuis, een kapel, stadion, een lagere en middelbare school, en een universiteit. Er wonen vijfhonderd meisjes.

Jan Bor is behalve oprichter en directeur van HVC tevens bestuurslid van het Michael Job Centrum. "Ik ontmoette Dr. Job in 1967 tijdens een conferentie van de Wurmbrand stichting aan de Bodensee, Zwitserland. Het klikte meteen. Dr Job was een bijzonder mens, een zeer gedreven christen", vertelt Bor. De twee besluiten samen evangelisatielectuur te produceren. Een van de bestemmingen voor de lectuur is Nepal. Vlak nadat hij de Indiase evangelist ontmoette, kreeg Bor het in zijn eigen woorden 'op het hart om iets voor meisjes in India te doen'. De HVC-directeur: "In eerste instantie was Job niet zo enthousiast. Maar het lukte ons om voldoende geld in te zamelen, en een kindertehuis in Tamil Nadu te bouwen."

Bor vervolgt bevlogen: "De situatie van meisjes in India is diep treurig. Ze worden uitgehuwelijkt met een enorme bruidsschat. Als die niet wordt betaald, krijgt de familie hun dochter in een kistje terug. In brand gestoken of zelfmoord. Iedere maand raken in India 2000 meisjes of vrouwen zoek." Dr. Job bood de meisjes een nieuwe toekomst, als zendeling. In een interview met het tijdschrift Charisma vertelde Dr. Job: "Net als Paulus zullen deze meisjes in hun eigen onderhoud voorzien en het evangelie verspreiden. Ik verkondig het evangelie aan de toekomstige generatie middels deze meisjes."

Unicef Nepal financierde in 2005 een onderzoekscommissie die in Humla navraag deed. Phadera had toen inmiddels meer dan driehonderd kinderen meegenomen. Het team ontmoette een groot aantal verwarde ouders, die geen idee hadden wat er met hun kinderen was gebeurd. Het districtshoofd vertelde dat twintig nieuwe kinderen klaarstonden om met Phadera mee te gaan. Het Unicef-rapport werd pas in 2012 publiek gemaakt. De huidige directeur van Unicef Nepal, Hanaa Singer, laat weten dat het doel van het onderzoek de repatriëring van de kinderen was en dat publicatie van het rapport in 2005 de veiligheid van de families in gevaar had kunnen brengen.

Intussen werd in 2006 in Nepal een vredesverdrag tussen rebellen en staat gesloten. Een van de verwaarloosde kindertehuizen werd opgerold en de bedelende jongetjes teruggebracht naar hun families in Humla. Vijf jaar later vond in Kathmandu een conferentie over mensensmokkel plaats. Na afloop stond een van de Humla-ouders op. Hij zei dat de conferentie pure geldverspilling was, want geen enkele deelnemer was bereid hem te helpen zijn dochter terug te brengen naar Nepal.

Een Britse ex-Gurkha soldaat, Philip Holmes, oprichter van de Esther Benjamin Trust, hoort ervan. Deze stichting is gespecialiseerd in het terughalen van Nepalese circuskinderen die in India werken. Holmes: "Hoewel ik zelf christen ben, beschouw ik dit als een grove schending van de rechten van het kind. Er is sprake van religieuze exploitatie, gestolen identiteiten en gedwongen scheiding van families."

In september 2011 vond er een reddingsactie plaats, uitgevoerd met behulp van de Indiase en Nepalese autoriteiten. Na aankomst in Nepal werd de groep bevrijde kinderen opgedeeld: meisjes uit boeddhistische gezinnen die actief betrokken waren bij de reddingsactie werden geplaatst in de tehuizen van Holmes, de andere meisjes zijn verwanten van Phadera of komen uit gezinnen die de meisjes liever in India hadden gelaten. Deze meisjes werden in een studentenhuis ondergebracht.

De emoties liepen destijds hoog op. Phadera organiseerde een persconferentie in een overheidskantoor en bedreigde Holmes en zijn collega's. Phadera: "Als het ministerie geen actie onderneemt, is de enige oplossing dat ik de gebouwen van de organisatie in brand steek. Ze zullen er niet op bedacht zijn om te sterven." Zijn toespraak werd op een nationaal televisiestation uitgezonden. Diverse journalisten kozen zijn zijde en schreven negatieve artikelen over de reddingsactie. Ook het publiek was verdeeld: was het niet beter geweest de kinderen in India te laten, waar ze ten minste goed onderwijs genoten?

Dr. Job legde na de reddingsactie uit dat hij vertrouwen had in 'dominee Phadera': "Toen christelijke mannen in Nepal werden gedood, werden hun vrouwen weduwe; zij konden niet langer voor hun kinderen zorgen. Dominee Phadera, een Barmhartige Samaritaan, contacteerde de families van de meisjes en bracht hen naar het Michael Job Centrum. Mijn visie is om de meisjes te redden en hen excellent onderwijs te geven. Dus ik heb opdracht gegeven hen te accepteren, ondanks het feit dat er geen legale documenten van de Nepalese overheid waren."

Jan Bor heeft zich in de afgelopen maanden 'wel tachtig keer' afgevraagd wat hij fout heeft gedaan. "Als kinderen uit een oorlogssituatie op je stoep staan, wat doe je dan? Dan geef je ze te eten en stuur je ze naar school. Ik heb maar één wens, en dat is deze meisjes helpen." Bor neemt Holmes de reddingsactie nog altijd zeer kwalijk. Over Phadera is hij minder negatief: "Ik weet dat hij bekend staat als smokkelaar maar hij heeft hele goede connecties op overheidsniveau. Volgens de meisjes is hij goed voor ze. Ik laat hem in z'n waarde."

De directeur van het kindertehuis waar nu een deel van de meisjes wordt opgevangen in de regio Kathmandu - waar precies, dat moet geheim blijven - is niet onder de indruk van Bors uitlatingen: "De meisjes moesten liegen over hun afkomst en werden geestelijk geïndoctrineerd. De meisjes willen hoe dan ook geloven dat Dr. Job van hen hield. Een Stockholm-syndroom-achtige situatie dus."

De Dr. Job-affaire heeft een nieuw woord opgeleverd: faith-based trafficking, religieuze mensensmokkel. Behalve meisjes uit Nepal en India 'adopteert' het Michael Job Centrum tevens kinderen uit Bhutan, Burma en Tibet, die doorgaans door tussenpersonen naar het centrum worden gebracht. In november 2011 maken de Indiase autoriteiten bekend dat ze 46 Indiase 'weeskinderen' in het meisjeshuis hadden gelokaliseerd. De kinderen wonen inmiddels weer bij hun ouders.

Een van de weinige Nepalese mensenrechtenactivisten die geen gelegenheid onbenut laat om zich uit te spreken tegen 'misbruik uit naam van een religie' heeft een verrassende achtergrond: Dr. K.B. Rokaya is secretaris van de Nepalese Raad van Kerken en bestuurslid van de Nationale Mensenrechtencommissie. Volgens Rokaya wordt informatie over de mensenrechtensituatie van christenen in Nepal soms opzettelijk vervalst door Nepalezen die asiel zoeken in westerse landen of door hen die fondsen werven voor christelijke projecten. Rokaya: "Mij is geen enkel geval bekend van christenen die gedood zijn vanwege hun geloof, met uitzondering van twee doden door een bom die geplaatst werd door hindoe-extremisten. Christenen hebben te maken met sociale discriminatie, maar dit is niet levensbedreigend."

Volgens de christelijke voorman heeft het probleem niet alleen met armoede en corruptie in Nepal te maken, maar ook met goedgelovigheid en een gebrek aan ethiek onder westerse christelijke donors. Rokaya is niet tegen bijbelonderwijs voor hindoe- of boeddhistische kinderen 'zolang de kinderen ervan genieten'. "Bekering moet altijd op vrijwillige basis en met kennis en overtuiging plaatsvinden. Niet door indoctrinatie of dwang", aldus Rokaya.

Volgens directeur Bor is de situatie voor christenen in Nepal wel degelijk zorgwekkend en bestaan er plannen om in de regio het christendom te doen verdwijnen. Rokaya bestrijdt dit: "Dit zijn precies de soort aannames die wij als Raad van Kerken bestrijden. Christenen vormen een zeer uitgesproken en zichtbare gemeenschap in Nepal."

En de meisjes? Hoe kijken zij terug op hun jarenlange verblijf in India? De groep is verdeeld: degenen die nog steeds contact hebben met Phadera en HVC zijn positiever dan de meisjes die onderdak kregen bij de Esther Benjamin Trust. "Ik heb vaak gehuild in India", vertelt een van de meisjes. "Als de beheerder of onderwijzers boos waren, sloegen ze ons. Eens werd mijn zusje uit de kerk gehaald omdat ze niet goed oplette en zo hard geslagen dat ik dacht dat ze het niet zou overleven. Ik ben naar de onderwijzer gegaan en heb gezegd: 'Ik wil dat je mij slaat in plaats van mijn zusje'. Sinds die dag had ik geen zin meer in eten en wilde ik terug naar Nepal." Het meisje legt uit dat het niet altijd makkelijk is om terug in Nepal te zijn: "Ik spreek niet of nauwelijks Nepalees, waardoor ik een klas teruggezet ben. En ik kan niet langer met mijn ouders communiceren." Ondanks de moeilijke omstandigheden is het meisje nog altijd onder de indruk van Dr. Job en noemt ze zichzelf christen. "Dr. Job vertelde ons dat hij net als wij een wees was, en dat wij later net zo beroemd als hij kunnen worden", aldus het meisje.

De Esther Benjamin Trust heeft een proces tegen Phadera aangespannen. Als de smokkelaar ooit wordt veroordeeld, kan hij 27 jaar gevangenisstraf krijgen. En heeft de HVC-directeur van de affaire geleerd? Het lijkt van niet. Tijdens een kort bezoek aan Nepal in 2012 haalde Bor samen met een lokale dominee vier kinderen van de straat die 'te vondeling waren gelegd' en bood ze onderdak bij een christelijk echtpaar. Van documenten of samenwerking met de autoriteiten is geen sprake. De geschiedenis lijkt zich te herhalen.

Stichting Hulp Vervolgde Christenen
De Stichting Hulp Vervolgde Christenen is een orthodox-protestantse organisatie die christenen wereldwijd ondersteunt in landen waar ze onder druk staan of vervolgd worden. De stichting verspreidt onder meer bijbels en christelijke lectuur, al dan niet ondergronds. Het kindertehuis Michael Job Centrum in India is een van de grote projecten van de stichting. De Indiase oprichter Dr. P. P. Job (foto) noemde zichzelf de Billy Graham van Azië. Hij overleed onlangs.

Burgeroorlog
Nepal werd van 1996 tot 2006 geteisterd door een burgeroorlog die 13.000 Nepalezen het leven kostte. Maoïstische rebellen namen de wapens op tegen het regeringsleger van koning Gyanendra, die officieel aan het hoofd stond van een parlementaire democratie, maar in praktijk dictatoriaal regeerde. De maoïsten trokken uiteindelijk aan het langste eind. Nepal kreeg een grondwetgevende vergadering, schafte de hindoeïstische staatsgodsdienst af en in 2008 ook de monarchie. Het is nu een federale republiek.

Nepal
Het bergachtige Nepal behoort tot de armste landen ter wereld, een kwart van de 30 miljoen inwoners leeft onder de armoedegrens. Eenderde van de kinderen onder de vijftien jaar werkt mee voor het gezinsinkomen. Het land is een lappendeken van verschillende etnische groeperingen, er is ook geen echte eenheidstaal. Nepalezen zijn overwegend hindoeïstisch (80 procent), boeddhistisch (11 procent) of moslim (ruim 4 procent). Christenen vormen een zeer kleine minderheid.

Ex-Gurkha
De Gurkha (of Gorkha) wonen in Nepal en in de Indiase staat West-Bengalen. Ze zijn vooral bekend door hun rol sinds de negentiende eeuw als militairen in het Britse leger, de Ghurkabrigade. Ook het Indiase leger telt nog enkele Ghurka-regimenten. De Britse actrice Joanna Lumley maakte zich sterk voor de rechten van Ghurka-veteranen.

Stockholm-syndroom
Het verschijnsel dat gijzelaars tijdens een gijzeling gevoelens van sympathie ontwikkelen voor hun gijzelnemers. Criminoloog en psycholoog Nils Bejerot die de politie bijstond bij de overval en gijzeling op de Kreditbanken in Stockholm in 1973, heeft deze benaming bedacht.

Opgericht in 2000 om schendingen te onderzoeken, verkeerde deze commissie meermalen in zwaar weer door tegenwerking van de machthebbers. Momenteel is er onenigheid over een andere Waarheid- en Verzoeningscommissie, ingesteld door de (maoïstisch geleide) regering. Deze zou de wreedheden uit de Nepalese burgeroorlog moeten onderzoeken, maar mag ook amnestie verlenen aan de daders.

Humla
Het afgelegen Humla is een van de armste en meest bergachtige van de 75 districten van Nepal, met prachtige natuur zoals de Limi-vallei. De ruim 50.000 inwoners (voor een gebied iets groter dan Gelderland) zijn overwegend boeddhistisch en oorspronkelijk afkomstig uit Tibet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden