In Mondriaans zoekspoor

Het Haags Gemeentemuseum heeft een tentoonstelling gemaakt voor het Mondriaanjaar. Klein, maar prachtig.

Stel dat je bij Archimedes in bad zou kunnen zitten, om hem 'Eureka' te horen roepen. Of bij Einstein aan het bureau kon schuiven toen hij zijn relativiteitstheorie voor het eerst bewezen had. In het geval van Mondriaan kan dat nu.

Piet Mondriaan (1872-1944) groeide van een middelmatige 'volger' van de gangbare stromingen uit tot een van de pioniers van de kunsten. Niemand, Mondriaan zelf incluis, had aan het begin van de eeuw kunnen denken dat hij vanaf 1918 witte vlakken, zwarte lijnen en gekleurde vierkanten zou schilderen, en daarmee zelfs Picasso de pas zou afsteken.

2014 is 'Mondriaanjaar' (de kunstenaar stierf 70 jaar geleden). Maar het Haagse Gemeentemuseum - beheerder van de grootste collectie Mondriaans ter wereld - besloot geen blockbustertentoonstelling te maken. Ze zouden het, naar eigen zeggen, alleen al vanwege de hoge verzekeringskosten niet kunnen opbrengen. Dat is op z'n zachtst gezegd betreurenswaardig.

Daarvoor in de plaats: een bescheiden presentatie voor een kleiner publiek. Maar wel rond een van de spannendste momenten uit Mondriaans schildersbiografie: zijn allereerste solotentoonstelling, in de zomer van 1914, in Den Haag, bij galerie Walrecht. Het was de aankondiging van zijn 'Eureka'.

Die schilderijen zijn in het Gemeentemuseum aangevuld met Franse en Nederlandse tijdgenoten, grotendeels uit eigen collectie. Ze scheppen weliswaar een mooi tijdsbeeld, maar het draait toch om die ene Walrechttentoonstelling.

Deze kant boven
Zeventien schilderijen had Mondriaan daar getoond, die hij de voorgaande 2,5 jaar in Parijs had gemaakt. Hij nummerde ze (waarbij nummer I de meest recente was), noemde ze verder 'Composition', signeerde ze met 'Mondrian', en hij schreef voor de zekerheid 'haut' bovenaan op de achterkant, zodat de goede kant boven kwam te hangen. Enfin bref: hij was een Franse kunstenaar geworden. Amsterdam had hij in december 1911 resoluut verlaten, hij had zijn verloving verbroken en maar een paar tekeningen meegenomen. In Parijs gebeurde het, daar waren Picasso en Braque begonnen aan hun kubisme, en daar moest en zou hij het ook maken.

De 37-jarige Hollander was al snel een personage binnen de Parijse kunstenaarswereld. Een wereld waardoor hij werd uitgedaagd, zo tonen de werken van Franse tijdgenoten die ook in Den Haag te zien zijn. Maar het schilderen zelf ging met horten en stoten. Dat is meteen al duidelijk wanneer je de Walrechtschilderijen van Mondriaan nu bij elkaar ziet: het zijn stuk voor stuk 'zoekende' schilderijen. In kleur - soms alleen het schuchtere oker en grijs van de Parijse kubisten, soms ook met felle rozes en blauwen. In lijn - soms zijn de zwarte lijnen krom, dan weer recht. En in vorm, die soms ovaal, soms ook 'al' grotendeels rechthoekig is. Hij was iets op het spoor.

Met hulp van het New Yorkse Museum of Modern Art zijn 14 van de 17 schilderijen voor het eerst in honderd jaar weer samengebracht, opnieuw in Den Haag. Op zich al een hele prestatie. Hoewel het Haagse Museum de grootste collectie Mondriaans ter wereld bezit, heeft het maar twee schilderijen uit de Walrecht-serie. Bruiklenen moesten dus overal vandaan komen. De meeste musea deden graag mee met de expositie. Afzonderlijk, zonder de andere werken uit de serie, zijn de 'composities' moeilijk te begrijpen. Sommige musea hebben ze nog nooit tentoongesteld, zo onduidelijk vonden ze deze Mondriaans.

Röntgenonderzoek
Wat er precies gebeurde, in die periode tussen 1912 en 1914 in Parijs, werd pas duidelijk door de ogen van de conservatoren. Ze fotografeerden de zeventien composities met röntgen, uv, strijklicht, om maar elke vezel van het doek te leren kennen. Ze ontdekten veel ondertekeningen en aanpassingen: lijnen die eerdere schetsen verraden, lijnen die verdwenen, maar wel van belang waren voor de compositie. En zo ontdekten dat alle zeventien 'Composities' gebaseerd zijn op een tekening - landschappen of een portret - van Mondriaan zelf.

Daarnaast werden alle schilderijen nauwkeurig bekeken en beschreven in de prachtig vormgegeven, toegankelijke én degelijke catalogus. Zo kroop conservator Hans Janssen samen met zijn collega's langzaam in de huid van de 'Mondrian' uit 1912 en 1913. Hij analyseerde de manier waarop Mondriaan zijn kwast hanteert, in de kleine vierkante vakjes, steeds met nét een andere tint. Waar hij soms de zwarte lijn overschildert, soms laat staan en soms opnieuw aanzet, op zoek naar zijn weergave van de 'algemene schoonheid', zoals hij het noemde. En hoe hij, stukje bij beetje, steeds dichter komt bij de primair gekleurde vierkanten - zoals goed te zien is bij Compositie nummer III uit 1912.

Niet alle resultaten zijn direct zichtbaar in de tentoonstelling. De tekeningen die Mondriaan als voorbeeld gebruikte, hangen terecht een paar zalen verder.

Mondriaan schreef dat hij 'het fundament der dingen' zocht in zijn werk. Dat is ook waar het Gemeentemuseum naar zocht. Laten we hopen dat er snel weer een Mondriaanjaar komt, waarbij ook het succes van Mondriaans 'Eureka' uitbundig gevierd kan worden.

HHHHH

Mondriaan en het kubisme. Parijs 1912-1914. Te zien tot en met 11 mei in het Gemeentemuseum Den Haag. Catalogus euro24,95.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden