In mijn hoofd was ik Superwoman levenslessen

Judoka Deborah Gravenstijn had alles onder controle. Dacht ze. Ze verzon allerlei scenario's maar het leven liep altijd anders.

Deborah Gravenstijn

Deborah Gravenstijn (Tholen, 1974) is managementcoach, eigenaar van sportmarketingbureau 010Sport en studeert marketing en communicatie. Ze woont samen met Mark Earle, voormalig bondscoach van het Engelse judoteam. Ze hebben samen een dochter: Tracey Carmen.

Gravenstijn stopte in 2009 met judo. Ze was op drie Olympische Spelen actief en behaalde een vijfde plaats in Sydney (2000), een bronzen medaille in Athene (2004) en zilver in Peking (2008).

Les 1

Als je gaat nadenken, ben je te laat

"Dat ik een ontzettendecontrol freak ben, daar kwam ik pas achter na mijn judocarrière. Ik zag dat destijds als levenswijze die nodig was om goed te kunnen presteren. Het zat verstopt onder een judolaagje. Voor elke situatie had ik een scenario. Zo wist ik in 2004 al dat ik vier jaar later zou stoppen, na de Spelen in Peking. In 2004 zat ik echt aan mijn top, toen had ik olympisch kampioen moeten worden. Mijn coach adviseerde me: 'Deborah, stop nu. Als je ouder wordt, ga je nadenken, en als je gaat nadenken, ben je te laat.' Hij voorzag een lijdensweg, die wilde hij me besparen. Maar ik was benieuwd of ik nóg beter zou kunnen worden, wilde mijn grenzen verkennen.

Mijn coach kreeg gelijk: ik ging nadenken, werd voorzichter omdat ik ook na het judo nog verder moest met dit lijf. Tijdens wedstrijden kon ik die gedachte uitschakelen, daarom heb ik het nog zo lang volgehouden, maar het werd inderdaad een lijdensweg. Ik was twee jaar geblesseerd. Zelfs nadat ik was gestopt, heeft het nog anderhalf jaar geduurd voordat ik 's ochtends zonder pijn mijn bed uit kon komen. Als je mij nu onder een scan legt, dan zie je het lichaam van een tachtigjarige. Uiteindelijk ben ik er in 2009 mee opgehouden, omdat ik tijdens het WK in Rotterdam afscheid wilde nemen. Maar in feite was ik toen al aan het afbouwen. Ik heb altijd meerdere scenario's voor mezelf uitgedacht: goed, beter, slecht. Ook voor dit toernooi. Ik dacht: we zien wel wat het wordt. Daardoor voelde ik me onwijs ontspannen. Misschien wel te. Ik werd in de eerste ronde uitgeschakeld. Het was gewoon klaar."

Les 2

Poets je tanden voor het judoën.

"Judo is een heel fysieke sport. Je voelt elkaar, ruikt elkaar. Zelf douchte ik altijd van tevoren en poetste ik mijn tanden, daar voelde ik me prettig bij. Mijn tegenstanders deden dat niet altijd. Natuurlijk irriteert dat, maar de kunst is dat te blokken. Dat hoort bij de psychologische oorlogsvoering tijdens een partij. Laten we het maar gewoon zeggen zoals het is: als je zo dicht bij elkaar staat, ruik je elkaars pislucht. Russen ruiken naar oud zweet, zij wassen hun pakken niet.

Maar Chinezen stinken het meest. Naar oud, beschimmeld eten. Nu ik het vertel, ruik ik het weer. Wat ik het meeste mis aan judo is het juichen, het oergevoel dat in één keer van heel diep naar buiten komt. Dat je heel even letterlijk van de wereld bent. Dat gevoel kan ik niet meer terughalen. Verdriet wel. Daar kun je in gaan zitten en het oprakelen. Als je een bepaald liedje op de radio hoort bijvoorbeeld. Maar dat intense juichen is iets van het moment. Daar zit alle pijn in, al het verdriet om tot die topprestatie te komen. Ik heb dat gevoel daarna nog maar één keer meegemaakt. Dat was toen mijn kind werd geboren."

Les 3

Doe op tijd een zwangerschapstest

"In december 2010 was ik op reis in Nieuw-Zeeland. Een van de laatste activiteiten tijdens die vakantie was bungeejumpen. In de bus op weg daar naartoe werd ik wagenziek. Nooit gehad. Ik dacht: dat zal wel met acclimatiseren te maken hebben. Ik dronk in die tijd vijftien koppen koffie per dag. Maar toen ik in Queenstown langs een Starbucks kwam, hoefde ik ineens geen koffie meer. Ik dacht nog: da's eigenlijk wel goed, ik moest toch afkicken van al die koffie. Na één jump mocht ik nog een keer gratis.

Normaal zou ik dat zeker doen, want ik ben gek op avontuur, maar nu voelde ik me draaierig in mijn buik. Nog steeds gingen er geen alarmbellen af. Enfin, op de terugweg naar huis werd ik doodziek. Mijn vriend vroeg: 'Ben je niet zwanger?' Ik zei: 'Nee joh, hou op'. Met Oud en Nieuw heb ik nog volop staan drinken, maar op 1 januari drong hij er toch op aan dat ik zo'n testje zou doen. Je weet nooit, zei hij nog. Ik lachen. Ja, en toen verscheen er zo'n blauw streepje. Bleek ik al negen weken zwanger te zijn.

Ik had geen langgekoesterde kinderwens. Sterker nog, ik vond kinderen maar poepfabrieken. Ik had een prima leventje zonder kind, maar kennelijk dacht de Heer daar anders over. Die bepaalde dat die Gravenstijn niet overal controle over hoefde te hebben. Het overkwam me dus, want ik had altijd alle anticonceptie genomen die ik moest nemen. Het klinkt cru, maar ik dacht: ik moet nog afstuderen, ik wil mijn eigen bedrijf beginnen. Dat had ik allemaal voor die vakantie al geregeld. In één klap werd daar keihard de rem op gezet. Tijdens het judo was ik nooit te stoppen geweest, zelfs een nekhernia overwon ik terwijl de sportarts had gewaarschuwd dat ik in een rolstoel zou kunnen komen.

Tijdens mijn topsportcarrière kon ik altijd terugvallen op het judo. Het gaf me structuur. Op de mat voelde ik me veilig. Topsport doe je met oogkleppen op. Dat kan ook niet anders, want je kunt het niet een beetje doen. In mijn hoofd was ik Superwoman. Iemand die alles aankon. Mijn vriend zei: die baby is je kryptoniet, je weet wel, dat groene mineraal waar Superman niet tegen kan. Ik liep als het ware tegen een muur op. En die was niet te slechten.

Mijn lichaam veranderde, ik werd ziek, kreeg last van 'zwangerschapsalzheimer', waardoor ik mijn studie moest stopzetten. Ik vond het verschrikkelijk. Met pijn en moeite lukte het me nog om mijn stage af te maken, maar de scriptie was een stap te veel. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik moest opgeven. Voor de buitenwacht was ik die relaxte Surinaamse, maar in werkelijkheid was ik alles behalve relaxed. Ik was gewoon een control freak."

Les 4

Lees geen boeken voor je bevalling

"De zwangerschap beschouwde ik als een project, niet als iets waarvan ik mocht genieten. Misschien had die houding ook te maken met het feit dat mijn moeder en mijn zusje er niet meer waren. Mijn zus overleed in 2004 plotseling aan een bacteriële infectie. Binnen tien uur was ze dood. Twee jaar later overleed mijn moeder aan borstkanker. Normaal gesproken deel je zo'n zwangerschap met je moeder. En zij had dan gezegd: 'Kom maar meisje, we doen het samen en het komt goed.'

Mijn vader maakt geen deel meer uit van mijn leven. Ik ben op mijn zeventiende het huis uit gegaan. Dat was niet voor niets. Het was, laten we zeggen, niet altijd even gezellig. Waar hij nu is, en hoe en met wie, dat weet ik niet. Hij heeft er, na 25 jaar huwelijk, heel bewust voor gekozen om geen deel meer uit te maken van ons gezin. Het heeft me geleerd zelf beslissingen te nemen. Van je moeder krijg je heel veel liefde en begrip, je vader is iemand die knopen voor je doorhakt. Op hem kun je terugvallen. Tenminste, zo zou het moeten zijn. Een huis kopen doe je met je vader. Een schilderijtje ophangen in dat nieuwe huis doe je met je vader. Kan ik zelf ook wel, maar als hij het ophangt, weet je zeker dat het goed vastzit. Maar ik ben opgehouden me af te vragen waarom hij is weggegaan. Het is zijn keuze geweest. Ik besteed er geen energie aan.

Ik had me niet voorbereid op de bevalling. Geen boek gelezen van te voren. Ik dacht: bekijk het maar. Drie weken voordat de baby was uitgerekend heb ik toch een boek gekocht om te kijken wat ik kon verwachten.

Ik had nog geen bladzijde omgeslagen of ze kwam al. Heel weinig vrouwen spreken over die niet-roze wolk, dat zou best meer uitgesproken mogen worden. Want het is een trauma hoor, doe toch even normaal. Ik had de zwaarste bevalling die je maar kunt bedenken, met rugweeën en zo'n zuignap. Het was geen gezelligheidstherapie. De dag na de bevalling at ik in het ziekenhuis een bordje andijviestamppot. Mijn dochter lag aan mijn borst. Voor de grap hield ik met mijn vork een hapje voor haar mond. Ik vroeg de verpleegkundige: dat mag toch wel? Die verpleegkundige, een echte Rotterdamse, riep uit: 'Ik heb alles meegemaakt, maar dit...!' Ik wist natuurlijk ook wel dat ze borstvoeding moest krijgen, maar dat was wel hoe ik me toen voelde.

Nu durf ik te zeggen dat ik een goeie moeder ben. Juíst omdat ik die boeken niet heb gelezen. Ik doe het op mijn manier en dat werkt het beste. Vanaf de eerste nanoseconde dat ze er was, ben ik verliefd op die kleine hummel."

Les 5

Leef je leven

"Mijn dochter heet Tracey Carmen, respectievelijk vernoemd naar mijn oma en mijn moeder. Op mijn voeten heb ik een tatoeage laten zetten van een lotusbloem, omdat die met zijn wortels in de modder via een lange steel door het water uitgroeit naar het licht. Dat vind ik een mooie symboliek. Daaronder staan in het Hindoestaans de woorden 'liefde' en 'kracht', want dat betekent Tracey Carmen voor mij.

Mijn moeder voedde ons op met onvoorwaardelijke liefde. Op haar sterfbed heb ik gevraagd: 'Mam, wil je me nog iets meegeven?' Ze antwoordde: 'Nee hoor schat, leef je leven.' Dat ga ik niet toelichten. Leef je leven betekent voor iedereen iets anders. Maar ik vind het een mooi motto om door te geven aan mijn dochter.

Als ik met Tracey praat, heb ik het geregeld over mijn moeder en mijn zus. Dat lijkt me logisch; zij zijn nog steeds een deel van mij, dus ook van mijn kind. Mijn vader niet. Die heeft er zelf voor gekozen om weg te gaan.

Mijn moeder ging twee jaar na mijn zus. De kanker werd een marteling. Toen het bijna ondraaglijk werd, vroeg ik haar: 'Mam, wordt het niet tijd om te gaan? Daarboven heb je ook je kind. Dat wacht misschien op je.' Maar nee, dat wilde ze niet. Haar keuze was blijven leven."

Les 6

Aanvaard het lot

"Voordat ik in 2008 naar de Olympische Spelen ging, dacht ik: laat ik één interview doen voor de krant, dan kent iedereen mijn verhaal, dan is die bagage uit mijn rugzak, kan ik lekker gaan judoën. Dus ik naar Peking, ik haal daar een zilveren medaille, ging naar huis en toen wilde iedereen plotseling dat verhaal opnieuw horen.

Ik zie me nog zitten bij 'Knevel & Van den Brink'. Werd ik weer helemaal teruggegooid naar de dood van mijn moeder en mijn zusje. Ik dacht alleen maar: doe normaal, dat is geweest! Heel cru gezegd: ze zijn dood, ik moet door. Ik wil het niet bagatelliseren, want het raakt me nog elke dag. Maar voor mij, op dat moment, maakte het mijn prestatie niet bijzonderder. Ik had al een manier gevonden om met hun dood om te gaan. Het verhaal ging met me aan de haal. Mag ik zeggen dat ik dat vervelend vond? Ik ben veel meer dan die judoka die zilver haalde nadat haar moeder en zus waren overleden.

Achteraf heb ik dat niet goed gedaan. Ik had weer eens een scenario bedacht waar niets van terechtkwam.

Zo is het eigenlijk altijd gegaan. Als ik een ding heb geleerd in mijn leven is het dat je het lot niet in handen hebt. Je kunt het maar beter aanvaarden."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden