'In mijn dromen rijden treinen met tags voorbij'

Nog altijd heeft graffiti-artist Lin 'Quik' Felton (40) het gevoel dat hij vooral in het New Yorkse circuit moet vechten tegen vooroordelen over zwarte kunstenaars. 'Could a Blackman be a Popartist?', heet de expositie van recent werk die morgen wordt geopend in het Rotterdamse Mama, 'showroom for media and moving art'. ,,Natuurlijk wordt een Blackman nooit een Popartist.''

,,Zijn de kleuren niet prachtig helder?'', vraagt Quik over de doeken met fantastische spookfiguren, veel vrouwengezichten, tags (naamlogo's) en citaten. Het geheel doet inderdaad vrolijk aan, maar krijgt een wat bitter randje doordat racisme vaak als thema terugkomt. Graffiti is voor Quik de eerste stroming in de kunstgeschiedenis die tot stand is gebracht door 'black artists'. Maar vooral in Amerika krijgen zij niet de aandacht die ze verdienen, meent Quik. Voorlopig zal dat ook niet veranderen. ,,Racisme blijft altijd bestaan. De mens bezit nu eenmaal de aanleg tot het kweken van haat en agressie. Echt positief ben ik niet over de toekomst.''

Maar tegelijk noemt Quik het bereiken van 'Peace on earth' als zijn grootste ambitie. ,,Ik mag toch dromen? Dat doe ik in mijn hoofd, om het vervolgens in mijn werk uit te drukken. Maar vervolgens stap ik terug in de werkelijkheid en ben ik realistisch.''

Quiks cynisme komt voort uit zijn verleden. ,,Ik maakte de vrijheidsstrijd van de jaren zestig mee en zag hoe dromen uit die tijd een decennium later werden kapotgemaakt. In Amerika ben ik nooit als mens benaderd, maar altijd primair als zwarte.'' Dat was een van de redenen dat Quik zo'n zes jaar terug naar Groningen verhuisde. ,,Maar zelfs hier in Nederland gaf een kunstverzamelaar mijn werk terug, toen ze ontdekte dat ik 'een zwarte uit New York' was.''

In zijn geboortestad maakte Quik het prille begin van de nieuwe kunstvorm mee. Vanwege een kwetsuur aan de arm mocht hij als tienjarig jongetje niet honkballen. Toen zijn grootmoeder hem als troost in de metro meenam naar honkbalwedstrijden, zag Felton de eerste 'pieces' op rails voorbijglijden. De 'art of the spraycan' raakte hem en hij begon te spijbelen bij repetities van het kerkkoor om zijn tags te plaatsen, eerst 'Star 10', later 'Quik'.

In de eerste jaren belandde Quik regelmatig in de gevangenis (,,een van de meest angstaanjagende ervaringen uit mijn leven''), maar hij ontdekte voorbeelden als Magritte, Dali, Milan Kunc en Duane Allman, ontwikkelde zich en merkte hoe er geleidelijk een wereldwijde belangstelling ontstond voor zijn werk. Sinds 1987 werkt Quik alleen nog op doek en papier, de treinen heeft hij losgelaten. ,,Al ben ik nog steeds niet van mijn verslaving af. In mijn dromen zie ik regelmatig surrealistische voorstellingen van treinen met mijn tag voorbijrijden. Verder is het nog altijd een teleurstelling dat mijn oude werken niet meer bestaat: allemaal verwijderd of vernietigd. Maar dat zit opgesloten in graffiti, je bespuit de trein in de wetenschap dat hij weer vertrekt.''

Het titelwerk van de expositie in Mama is een beschilderde centerfoldpagina uit de Playboy. ,,Fotograaf en model zijn vast steenrijk geworden van de oorspronkelijke foto, maar ik vond er niets aan en dus schilderde ik mijn eigen dingen erover. Plotseling werd het exciting.''

,,Als ik iets zie dat me niet bevalt wil ik het wegwerken; niet alleen afbeeldingen, maar ook witte leegtes. Ik kan niet tegen ruimte, dat is mijn graffiti-hart. Vanuit die cultuur komt ook mijn hang naar anonimiteit: het gaat om het werk, niet om mij. Ik ben geen famous artist, noem me maar populair.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden