in memoriam / Rauschenbergs rijke oeuvre

Meer pop-art dan Warhol. Schaamteloos kopieerder van de kunstgeschiedenis. Robert Rauschenberg, de man die gewone dingen bijzonder maakte, is dood.

De Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg heeft zich zijn leven lang gekeerd tegen een formele werkwijze. Dat heeft er toe geleid dat zijn oeuvre niet alleen uiterst veelzijdig is en dat het verschillende disciplines van de kunst bestrijkt, maar ook dat het een vorm van uniformiteit mist die het uiteindelijke resultaat niet echt als ’des Rauschenbergs’ herkenbaar heeft gemaakt.

Rauschenberg trok zich nooit veel aan van heersende stijlen en modes, zette zich daar liever tegen af om met een verrassende nieuwe kijk te komen. Dat deed hij in zijn schilderijen, zijn assemblages, maar bijvoorbeeld ook in zijn choreografieën en decorontwerpen bij de Merce Cunningham Dance Company en de dansgezelschappen van Paul Taylor en Trisha Brown.

Rauschenberg overleed, naar zijn vaste galerie Pace Wildenstein in New York dinsdag meedeelde, op Tweede Pinksterdag. Hij werd 82 jaar oud. De nauwe betrokkenheid die de galerie hier met een van haar vaste exposanten betoonde, wijst er ook op dat Rauschenberg in feite nooit is gestopt met het produceren van kunst, of dat nu autonome objecten waren of een toepassing in de theatersfeer of muziek kregen. Het leidde tot een onoverzienbaar groot oeuvre. Hoewel het regelmatig te zien was, zal het waarschijnlijk voor weinigen een alomvattende indruk hebben geboden.

De eerste grote retrospectieve van zijn beeldende werk in Europa werd in 1998 in Keulen gehouden. Daar waren maar liefst 300 schilderijen, collages, installaties en grafische werken te zien. Ze maakten de show – want daar moet je bij een dergelijke kunstenaar met zo’n staat van dienst toch over spreken – tot een regelrechte happening.

Rauschenberg moet van dat woord happening hebben gehouden: de kunst van de jaren ’60 en ’70 die zo gelardeerd is met non-conformistische optredens waarin de kunstenaar zelf centraal staat (denk aan Joseph Beuys, Yves Klein, Martial Raysse, Nam June Paik) moet hem bijzonder hebben aangetrokken. In zijn werkwijze komen al die kunstvormen uit de jaren ’60 terug: de performance in de trant van musicus John Cage, Fluxus (die het tijdelijke en niet het eeuwige van de kunstproductie centraal zette), de environments en happenings en tenslotte de humor en blijmoedigheid van de pop art die nog wortels had in de dada-beweging, bij Kurt Schwitters en Marcel Duchamp.

Het vreemde is dat Rauschenberg ondanks zijn enorme productie aan werken eigenlijk een laatbloeier is. Geboren in 1925 in het Texaanse Port Austin ging hij aanvankelijk op als apotheker vooraleer door de militaire dienst als marinier te worden opgeroepen. Pas in 1947 besloot hij een studie op de kunstacademie in Kansas City te gaan volgen, een studie die hij maar kort heeft doorlopen om zich in 1948 spoorslags naar Parijs te begeven, waar naar zijn idee de Academie Julian een klassieke scholing op het gebied van de schilderkunst voorstond. Terug in de Verenigde Staten studeerde hij nog korte tijd bij Josef Albers om in 1951 zijn eerste expositie te scoren bij de toen al beroemde galerie van Betty Parsons in New York.

Rauschenberg maakte in die tijd al ongebruikelijke schilderijen. Hij stelde monochrome witte doeken samen van verschillende vierkante vlakken die in feite een voorloper zijn van de puur witte doeken die Robert Ryman later zou maken. De monochrome werken groeiden niet echt uit tot een stijl van van werken en al helemaal niet toen Rauschenberg in 1954 zijn eerste assemblages begon te maken. Hij noemde ze Combines, combinaties van schilderijen (lees platte vlakken) waaraan hij gaandeweg allerlei objecten ging bevestigen. Dat waren zogeheten ready mades, voorwerpen die hij in het alledaagse leven vond. Rauschenberg koesterde voorkeur voor opgezette dieren: zo maakte hij een assemblages waarin een angorageit werd geplaatst, en opgezette vogels, vaak in vliegende beweging, doorkruisen soms zijn doeken. In diezelfde tijd ontmoette hij ook Jasper Johns, wat tot een lange vriendschap leidde. Johns kantte zich net als Rauschenberg zou doen, tegen het abstract-expressionisme van de New York School, een stijl van schilderen die door Willem de Kooning, Franz Kline en Jackson Pollock tot grote hoogte werd gebracht. Rauschenberg had zo’n grote hekel aan Willem de Kooning dat hij een van zijn tekeningen uitgumde en het werk vervolgens de titel ’Uitgegumde tekening van Willem de Kooning’ gaf.

Johns en Rauschenberg wilden het liefst alles depersonaliseren, ontdoen van zijn individuele bedenkingen en daardoor ook algemeen toegankelijk maken. Johns verhief de nationale Amerikaanse vlag tot een banaal, alledaagse voorwerp waardoor het tegelijkertijd ook weer iets heel bijzonders werd. Aan dat soort opvattingen lag in die periode de New York Pop ten grondslag, een richting in de na-oorlogse kunst die op verschillende niveaus (in Frankrijk, Engeland, Nederland, maar ook aan de Amerikaanse Oost- en Westkust) grote navolging zou krijgen. Andy Warhol is nog altijd het populairste voorbeeld van de pop-art, maar Rauschenberg is er, waarschijnlijk onder invloed van zijn contacten met Johns nog net wat eerder mee geweest om alledaagse voorwerpen zo te banaliseren dat ze er heel bijzonder uit gingen zien. Ook met het verwerken van (nieuws)foto’s in zijn schilderijen en assemblages nam Rauschenberg een voorhoedeplek in. Zijn schilderijen waarin portretten van de vermoorde Amerikaanse president John F. Kennedy zijn verwerkt en foto’s van de eerste astronauten en kosmonauten, zijn iconen van de kunst van de jaren ’60 geworden.

Tegelijkertijd liet Rauschenberg ook zien dat hij de kunstgeschiedenis schaamteloos mocht kopiëren als het er om ging te laten zien waar zijn wortels lagen. Ook als sampler van beelden die hij al veertig jaar geleden in collages bijeenbracht, was hij zijn tijd ver vooruit. Of was het de grote invloed die Rauschenberg met zijn non-conformistische aanpak op de generaties van jonge kunstenaars na hem had? Te denken valt aan het grote Cubaanse talent Ricardo Brey, die ook in de Nederlandse musea als top of the bill wordt beschouwd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden