In memoriam / Herman Brood (1946 - 2001)

Al ruim vóór zijn dood gingen er verschillende verhalen over het einde van Herman Brood. In de epiloog van het boek 'Broodje gezond', eerste deel van een trilogie over de kunstenaar door Bart Chabot, verkondigde Brood stellig dat hij gewoonweg niet zou overlijden: doodgaan vond hij passé en ouderwets.

Toch deden regelmatig allerlei geruchten de ronde: Brood was al aan zijn einde gekomen, of had het vliegtuig naar Aruba genomen om daar te sterven. Welnee, speculeerden anderen, het rock 'n roll-beest uit Zwolle was onbreekbaar en zou de wereld verbazen met een onwaarschijnlijk hoge leeftijd. Volgens producent Ton van der Lee, die over Brood de documentaire 'Rock 'n roll junkie' maakte, bruiste de kunstenaar van binnen als een chemische fabriek. Zijn geest was zo veerkrachtig dat hij wel 83 zou worden, net als zijn favoriete schrijver en eveneens veelgebruiker William Burroughs.

De dag van gisteren bracht duidelijkheid: Herman Brood maakte op 54-jarige leeftijd een einde aan zijn leven door van het Amsterdamse Hilton-hotel te springen. Op zijn lichaam werd een briefje gevonden met de mededeling dat hij er geen zin meer in heeft. 'Maak er een mooi feest van. En misschien zie ik jullie nog eens.'

Het is een bizar einde, gezien de opmerkingen van vriend Bart Chabot in het laatste nummer van tijdschrift Oor. ,,Op een gegeven moment zag Herman het echt niet meer zitten. Zijn lichaam deed het niet meer. Hij wilde springen. Van het Okura of van het Hilton. Zei ik: 'Nou, ouwe reus, het Hilton is dichterbij, dus zou ik dat maar doen. Je kan haast niet meer lopen'. Moest Herman vreselijk lachen. Maar hij speelde met de gedachte. Als Herman aan z'n eind moet komen, dan graag vliegend. Het moet een belevenis zijn.''

Het was een tragi-komische scène uit een artikel over Broods aftakeling na de zoveelste afkick-poging. 'Het ergste was hem in een luier te zien. Zo'n grote man die alle controle over zijn lichaam is kwijtgeraakt', zei Chabot. Korsakov vreet aan me tegenwoordig, erkende de kunstenaar zelf. Zijn lever hing half uit zijn lichaam en eigenlijk paste dat wel bij de muzikant, vond hijzelf: ,,Ik ben een a-symmetrisch mens.''

De sprong van Brood doet denken aan zijn eerste bungeejump aan het Amsterdamse IJ, toen daar de springinstallatie werd geopend. ,,Ik heb er weer een verslaving bij'', riep hij na afloop uit. Met de sprong zónder elastiek is Nederland een beruchte muzikant en beeldend kunstenaar kwijtgeraakt, de held van iedereen. Volgens Chabot was Brood het archetype van de rock 'n roller. ,,Meer nog dan sterren als Jerry Lee Lewis of Chuck Berry, die soms nog optreden, maar zich dan weer terugtrekken in het privé-leven rond het zwembad. Ze stappen soms uit het circus dat rock 'n roll heet. Herman gaat al-tijd door.''

Rock 'n roll was Broods levenswijze, de belangrijkste energiebron daarvoor - de muziek - leerde hij kennen in geboortestad Zwolle. Zeevarende broers van vrienden namen de eerste rock 'n roll-plaatjes mee uit havensteden als New York. Als jongen luisterde hij veel naar Chicago-blues, Slim Harpo en Howlin' Wolf. Later kwam daar jazz bij, cool-jazz en bebop. In die tijd werd muziek nog met de juiste mentaliteit gemaakt. ,,Alles is tegenwoordig zo pijnloos'', zei hij in 1999 in Trouw over de hedendaagse muziek. Brood stond op dat moment in de toptien met het jazz-album 'Back on the corner'.

In 1964 begon Brood de beatgroep The Moans, waarmee hij geruime tijd in West-Duitsland optrad. Toen hij vervolgens op uitnodiging van Harry Muskee toetrad tot Cuby The Blizzards groeide zijn bekendheid. Na wat wisselende samenwerkingen bracht horecabaas Koos van Dijk Brood ertoe een solocarrière te beginnen. Hij richtte de band The Wild Romance op en bouwde met de albums 'Street' (1977) en 'Shpritsz' (1978) (met de hitsingle 'Saturday night') aan het succes, ook in het buitenland. In 1979 vertrok de band richting Amerika, om daar met het compilatie-album 'Herman Brood and his Wild Romance' in de top honderd te belanden.

Rock 'n roll was een levenshouding, met alle extremiteiten die daarbij kwamen kijken. ,,Hij staat midden in het leven, zuigt als een spons allerlei invloeden op, leest boeken, ziet films en houdt alles bij'', zei Chabot. Maar uit de documentaire 'Rock 'n roll junkie' (1994) kwam Brood vooral naar voren als een eenkennige en egocentrische persoonlijkheid, die alleen voor zwervers, junks en dochter Lola een zekere menselijkheid kon opbrengen.

Op Broods geboortekaartje stond in 1946 een jongetje dat op zijn handen balanceerde, en omgekeerd naar de wereld keek. De kunstenaar was gaan leven naar dat beeld. Hij kon vanzelfsprekende inzichten over de wereld binnen een moment op z'n kop gooien. Broods brein zat volgens liefhebbers vol geniale kiemen. Ze vergeleken de kunstenaar met talenten als Jan Cremer of Lucebert.

Met dezelfde ongekunstelde rauwheid waarmee hij zijn rocksongs schreef, schilderde Herman Brood. Qua stijl sloot hij aan bij de wilde punk van de After Nature-beweging die alleen in leeftijd van hem verschilde. Broods expressieve stijl kwam gevoelsmatig tot stand. Zó gevoelsmatig dat hij volgens critici zelf nooit in staat is geweest er iets zinnigs over te zeggen. Brood werd beschouwd als een vruchtbaar kunstenaar, wiens nukken en kuren hem ervan weerhielden een gestadig oeuvre op te bouwen.

Hij zette zijn werk af via bevriende galeries, maar tot aankopen vanuit de museumwereld leidde dat niet. De verkoopcijfers van horloges, ontbijtborden, stropdassen en muismatten met zijn werk verzwakten Broods positie in de kunstwereld. En zijn eigen uitspraken droegen bij aan die beeldvorming: ,,Een schilderij kan niet mislukken. In de kunst bestaat mislukking niet. Wie kan mij vertellen wat mooi of niet mooi is, of kitsch of kunst?''

Uiteindelijk draaide alles wat hij maakte om identiteit, om het begrip 'Herman Brood' dat hij als een krachtige merknaam op zijn werk stempelde. Die identiteit wist Brood goed uit te dragen. Hij hield van de media en had aandacht nodig: ,,Overexposure heeft Jezus of Coca-Cola nooit kwaad gedaan. Je kunt een product nooit genoeg aanprijzen. Ik ben het verschijnsel Brood en dat verkoopt.'' Tegelijk relativeerde hij zelf het belang van zijn schilderwerk: ,,Als kunstenaar moet je mensen wijsmaken dat het belangrijk is een echte Brood aan de muur te hebben hangen. Maar zelf vind ik niets mooier dan een lege ruimte.''

Brood nam volgens Chabot geen drugs om in het creatieve proces zijn bewustzijn te verruimen. Wel gebruikte hij speed om de vermoeidheid te onderdrukken. Slaap was zonde van de tijd. ,,Dat de zon ondergaat neemt Herman voor kennisgeving aan. Er moet altijd weer een schilderij of nieuw nummer worden gemaakt. De enige reden om te stoppen is dat het lichaam instort.''

De levensgenieter zocht de grenzen van zijn lichaam. Alle extremiteiten maakten zijn leven tot een lange serie anekdotes, waarvan de decors wisselden van Amsterdamse bordelen en Chinese restaurants tot de sloppenwijken van Kingston en New York. Zijn eigen huiselijk geluk vond hij in een pluk watten, een eetlepel en injectiespuit op de ontbijttafel. Depressies bestonden niet voor Brood, daar waren middelen voor, en verder moest niemand zeuren.

De laatste jaren werd Brood vergeetachtiger. In interviews sloeg hij soms wartaal uit, of beschreef hij angstige dromen over het verdwijnen. In zo'n droom liep hij door het bos. ,,In de verte brandt licht bij de 'kerk van Nazareth'. Ik bel aan, een man opent een luikje en ik zeg: 'Ik ben Herman Brood en ik heb dorst'. Maar de man zegt me niet te kennen en stuurt me weg.'' Een andere droom: ,,Dat ik op het podium naar achteren ga om iets te repareren en dat plotseling de band weer begint. Zonder mij. En dat niemand me mist.'' Volgens Broods eigen duiding kwamen zulke dromen voort uit onvrede: ,,Ik ben te nonchalant met mijn talenten omgegaan. Kun je nagaan hoe goed ik had kunnen zijn.''

Broods echte hartstocht lag in de muziek. Twee jaar geleden in Trouw: ,,De uitdaging blijft altijd een goede popsong te schrijven. Het spelen in een rockband is voor mij het ultieme creatieve gebeuren. Als ik mag kiezen tussen naar 'De nachtwacht' kijken en Iggy Pop zien, dan is dat niet zo moeilijk.'' Een compacte wereldhit wilde Brood nog schrijven. ,,Als ik dat gedaan heb, kan ik met een gerust geweten de kist in.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden