In memoriam Hanny Michaelis (1922 – 2007) / ’Het zal zijn alsof wij nooit hebben bestaan’

Dichteres Hanny Michaelis (84) is maandag overleden. Ze publiceerde zes bundels. Eind jaren veertig trouwde ze met Gerard van het Reve.

Voor de in Amsterdam overleden joodse Hanny Michaelis bestonden er ’twee Amsterdams’. Toen ze in de zomer van 1945 terugkeerde in haar geboortestad, voelde ze zich een vreemdeling in een onwezenlijke wereld. Ze schreef: ’De Jodenbuurt was uitgestorven, de huizen opengebroken, leeggestolen en half ingestort. Resten huisraad dobberden in het grondwater dat hier en daar door de wegrottende vloeren naar boven was gekomen.’ De verhouding met haar stad herstelde zich wel, maar altijd bleef er ’een Amsterdam van voor en een van na 1940’.

Ze had er een ’gelukkige kindertijd’. Op het Vossius Gymnasium kreeg ze literatuuronderwijs van neerlandicus en criticus D.A.M. Binnendijk. Aan een universitaire opleiding kon ze niet beginnen, de Tweede Wereldoorlog brak uit. Michaelis dook onder bij gereformeerde gezinnen, haar ouders hadden geen onderduikadres. Ook omdat haar vader vitaliteit miste. ’Mijn vader kon niet tegen het idee dat hij geen piano meer zou kunnen spelen’. In 1943 zijn ze vergast in Sobibor.

Michaelis werkte bij uitgeverij Meulenhoff en begon vanaf 1945 gedichten te publiceren. Bij de uitreiking van de Reina Prinsen Geerligsprijs kreeg ze voor haar poëzie een eervolle vermelding, de prijs werd gewonnen door Gerard van het Reve met ’De Avonden’. Van het Reve had Michaelis al eerder ontmoet en noemde haar toen een ’zwarte panspons’, om haar zwarte haar. Ze trouwden in 1948 en scheidden na elf jaar. De laatste jaren leefden ze al apart vanwege Reves groeiende belangstelling voor mannen.

Tussen 1949 en 1971 publiceerde Michaelis zes bundels: ’Klein voorspel’ (1949), ’Water uit de rots’ (1957), ’Tegen de wind in’ (1962), ’Onvoorzien’ (1966, Jan Campertprijs), ’De rots van Gibraltar’ (1969) en ’Wegdraven naar een nieuw Utopia’ (1971). Ze schreef veel liefdespoëzie, met een melancholieke toon en een emotionele nuchterheid. De thematiek veranderde niet wezenlijk: ze dichtte over kwetsbaar geluk dat kan omslaan in verwarring en verlangen bij afwezigheid of overlijden van de geliefde. Zelf was ze bescheiden over haar werk. ’Een enkele keer denk ik, dat is toch niet slecht’, zei ze vier jaar terug in een interview.

Omdat ze ’niet van de wind kon leven’ werkte ze 27 jaar als ambtenaar op de afdeling kunstzaken in Amsterdam. Sinds 1971 publiceerde ze nog mondjesmaat. In 1995 kreeg ze de Anna Bijnsprijs voor haar gehele oeuvre. Een jaar later verscheen ’Verzameld Werk’ bij Van Oorschot.

In ’Verst verleden’ (2002) keerde Michaelis terug naar haar jeugd. Het boek was een monument voor haar ouders, over wie zij dichtte: ’Straks / ben ik er ook niet meer. Dan / zal het zijn alsof wij drieën / nooit hebben bestaan’. Michaelis ligt begraven op de joodse begraafplaats in Muiderberg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden