In memoriam: Cartier-Bresson

AMSTERDAM - Een doorgangskamp in Dessau, april 1945. Een kampslachtoffer herkent onder de vluchtelingen de vrouw die haar aan de Gestapo verried. Precies op dat ogenblik van herkenning drukt de fotograaf, die schuin achter het tafeltje staat, op de knop van zijn kleine 35 mm Leica. Alles aan dit beeld klopt. Het ogenblik, de verhalende compositie, het menselijke drama. Allemaal gevangen in een snapshot.

De fotograaf, de maandag op 95-jarige leeftijd overleden Henri Cartier-Bresson, vestigde met foto's als deze zijn wereldroem. Een foto schieten als die uit Dessau is nog steeds de droom van iedere fotojournalist. En Cartier-Bresson schoot heel veel van die droomfoto's waarin hij 'het leven betrapte terwijl het geleefd werd'. Daar valt veel intellectueels en artistieks over te zeggen, maar bij HCB, zoals hij onder collega's bekend was, kwam het toch neer op een simpele vaststelling: hij had er een oog voor. Een oog voor wat hij noemde 'het beslissende moment': de intuïtieve gave om op het juiste moment op die knop te drukken.

HCB was een plaatjesschieter. Schieten zoals jagers dat doen. Hij schoot, maar bekommerde zich daarna niet om zijn buit. Hij hield niet van gedoe in doka's, van retoucheren of doordrukken. Zijn fotografie is puur en direct. En enorm invloedrijk op hele generaties naoorlogse fotografen.

Cartier-Bresson werd in 1908 geboren in Chanteloup bij Parijs. Zijn interesses lagen aanvankelijk bij de schilderkunst maar dat veranderde toen hij in de jaren dertig die Leica in handen kreeg. Hij werd onmiddellijk gegrepen door dat nauwe rechthoekige perspectief op de werkelijkheid en de compactheid van de camera. Dat laatste maakte de fotograaf beweeglijk en stelde hem in staat gemakkelijker op te gaan in zijn omgeving. Het allerdaagse leven liet zich vangen zonder dat de camera daarbij zou storen. En dat was wat hij fotografeerde: de straat, vrolijke hoeren in een bordeel, spelende kinderen in een sloppenwijk, wandelaars in een park. Toen al -in die jaren dertig- vielen zijn beelden op door hun 'gewoonheid', maar bijzonder waren ze in hun momentkeuze. ,,Het gaat om concentratie, geestelijke discipline, sensitiviteit en een gevoel voor geometrie'', zo vatte hij zelf zijn werkwijze samen.

Na de oorlog richtte hij in 1947 met onder anderen Robert Capa het internationale persagentschap Magnum op en maakte in opdracht van tijdschriften vele reizen door Europa, de Verenigde Staten, India en Rusland. In 1966 verliet hij Magnum om zich meer aan de schilderkunst te wijden. Vorig jaar nog werd in de Parijse Bibliothèque Nationale een overzichtstentoonstelling van zijn werk getoond. Hijzelf was nooit erg onder de indruk van zijn fotografisch werk. Hij vond het geen kunst, en eigenlijk ook geen werk. ,,Het was gewoon een wat lastige manier van plezier hebben.'' Maar wat hoogdravender zou je mogen zeggen dat voor hem het woord van André Malraux gold: 'Je moet het lot omvormen tot bewustzijn'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden