In Melbourne mag het individu voorop staan

In Melbourne zal deze week tijdens de WK nog geen vooruit geworpen schaduw van Olympische Spelen zijn te bekennen. Toch heeft de gymnastiekunie voor dat traject hoge ambities uitgesproken.

door Rob Velthuis

In geen enkele sport is de omloopsnelheid van deelnemers zo hoog als in turnen. Nederland kan dat weten. In 2001 baarde de vrouwenploeg opzien als nummer vijf van de wereld. Twee jaar later werd die belofte tijdens de WK in Anaheim door organisatorische blunders weggevaagd en volgden in Athene teleurstellende Olympische Spelen.

Dat kan ook andersom, moeten de beleidsmakers hebben gedacht. Na het echec van Anaheim liet de bond een extern bureau de structuur doorlichten -een zeldzaamheid in de Nederlandse topsport- en paste die volgens de adviezen aan.

De nieuwe topsportmanager Henk Kort heeft rust in de tent gebracht. Voor het eerst sinds tijden is er een duidelijk kwalificatiesysteem voor de WK en ontbreken discussies dan wel ruzies tussen persoonlijke coaches. Die laatsten zouden de ploeg in hun plotse eensgezindheid zelfs draagkracht geven. Openheid en duidelijkheid zijn de steekwoorden.

Dat waren mooie berichten begin deze maand, toen de KNGU op een persbijeenkomst voor de WK meteen maar de ambities voor Peking 2008 eruit gooide. Daar moet een complete vrouwenploeg turnen, aangevuld met twee mannen en twee trampolinespringers. Zowaar een naoorlogs record.

Twee dagen later komt ineens angstvallig onder de mat gehouden vuil naar boven. De unie dreigt vijf turners niet naar de WK af te vaardigen als ze niet onmiddellijk een tamelijk eenzijdig opgesteld topsportcontract signeren. Onder hen de voornaamste medaillekandidaat Yuri van Gelder.

De rel is snel gesust. De KNGU heeft als alle bonden te maken met opdrogende geldstromen. De 160000 euro die ten opzichte van 2004 minder voor de topsport binnenkwam, heeft de bond zelf bijgepast. Maar het is niet meer van deze tijd om dan van de sporters slechts dankbaarheid en meegaandheid te verwachten.

Het geeft aan hoezeer het voor een bond wennen is als ineens een lichting sporters aan echte topsport ruikt. Want het is zoals scheidend topsportcoördinator Willem Veldman vaststelt: ,,Er is voor turners in Nederland eindelijk perspectief op een echte carrière. Dat is geen worst meer die ze wordt voorgehouden, het is realiteit geworden.“

Dat geldt zeker voor Van Gelder, die de vele uren die hij in zijn carrière heeft geïnvesteerd ook wil verzilveren. In mindere mate gaat dat op voor Jeffrey Wammes en Suzanne Harmes, die hun eerste internationale successen hebben geboekt.

Op dit drietal drijft de ploeg in Melbourne, een te wankele basis voor het olympisch traject. Het vrouwenturnen loopt niet over van talent; bij de mannen is het nóg moeilijker om een degelijke nationale ploeg in elkaar timmeren.

Zoals de kaarten nu liggen, is een goede ploeg de garantie voor olympische toegangsbewijzen. Dat geldt zelfs voor Yuri van Gelder als hij zaterdag op het erepodium belandt. De gok op een wildcard is te groot.

Om het gokelement te verkleinen moet volgend jaar met de landenploegen tijdens de WK in het Deense Aarhus een plaats in de top-24 worden behaald. Dat garandeert deelname aan de voor olympische plaatsing beslissende WK van 2007 in Stuttgart.

Daar geldt voor de vrouwen een plaats bij de beste 12; de mannen (in Anaheim 36ste) moeten in de top-18 eindigen. Dat zijn geen zorgen in Melbourne, waar slechts individuele belangen tellen. Daarna wordt druk op de ketel gezet, en zal blijken of een goede structuur op korte termijn tot collectief succes kan leiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden