In Lukavac was sneeuw zwart, water groen

Als een spannend jongensboek, zo zag Jeroen Wayenberg tot voor kort zijn avontuur als VN-militair in Lukavac, waar hij twee jaar geleden zes maanden gelegerd was, vlakbij de moslimenclave Tuzla. Wie argeloos door het fotoalbum van Jeroen uit die periode bladert, krijgt gemakkelijk de indruk dat de trip naar voormalig Joegoslavië eerder een leuke vakantie betrof dan een serieuze en somtijds gevaarlijke VN-missie.

Maar schijn bedriegt. Jeroens gelaatsuitdrukking op de laatste foto's in het album verraadt al een doodvermoeide, slecht uitziende VN-militair aan het einde van zijn krachten. “Kijk”, wijst hij naar een foto van zichzelf aan de muur in zijn ouderlijk huis te Soesterberg. “Zo zag ik eruit, vlak voordat ik naar Lukavac ging.”

De verschillen met de laatste prenten uit het album zijn inderdaad groot. Heel groot. De foto aan de muur toont een weliswaar jongere, maar ook opvallend levenslustiger VN-militair, bereid om welke klus dan ook aan te pakken.

“En dat gevoel heb ik al lang niet meer gehad”, bekent de inmiddels 24-jarige zoon van een ex-marinier uit Soesterberg. Drie weken na zijn terugkeer uit de moslimenclave, april 1995, kreeg hij last van huiduitslag in zijn nek. Ook klaagt hij sinds die tijd over vermoeidheid, hoofdpijn en concentratiestoornissen.

De link met zijn verblijf in voormalig Joegoslavië werd niet gelegd. Ook al niet, omdat de vader van zijn vriendin in die tijd ernstig ziek werd en korte tijd later overleed. De stress en ellende die dat teweegbracht, was destijds ook voor de huisarts aanleiding om een verband te suggereren met Jeroens klachten.

Maar de ongemakken verdwenen niet. Ook twee jaar na terugkeer uit voormalig Joegoslavië voelt Wayenberg zich 's avonds na het werk en de warme maaltijd hondsmoe, niet meer in staat nog enige lichamelijke inspanning te verrichten. Dan is hij blij als hij op de bank kan neerploffen voor de tv. Hoewel het ijs alweer weken in de sloten ligt, moet hij er niet aan denken de ijzers onder te binden. Iets wat hij vroeger haast als vanzelfsprekend deed. Ook zijn hobby's duiken en moutainbiken heeft hij eraan gegeven. Zelfs uitgaan valt hem te zwaar.

Het verband tussen zijn klachten en zijn verblijf in Lukavac legt Jeroen pas sinds een week. Toen las hij op Teletekst het bericht over enkele ex-Dutchbatters die ziek teruggekomen waren uit de plaats waar ook hij gelegerd was geweest. Een telefoontje met de militaire vakbond AFMP leerde hem, dat zich inmiddels nog dertien andere slachtoffers gemeld hadden met mysterieuze klachten.

Sommigen zijn er zelfs aanmerkelijk slechter aan toe dan hijzelf. Zo brengt een 27-jarige korporaal sinds Lukavac het grootste deel van zijn tijd door in ziekenhuizen en op de wc. Constante diarree hebben van een oergezonde, sterke kerel een wrak van amper vijfig kilo gemaakt.

Anderen, zo weet Fred Lardenoye van de Algemene federatie van militair personeel, durven niet eens uit te komen voor het feit dat ze ziek, zwak en misselijk zijn, bang om uit het toch al krimpende Defensieapparaat te worden gestoten. Hij vat de klachten van de mysterieuze ziekte als volgt samen: maag- en darmstoornissen, ademhalingsmoeilijkheden, problemen met korte-termijngeheugen, concentratieverlies en hoofdpijn.

Veel symptomen komen overeen met die van de Cambodja-veteranen, Nederlandse VN-militairen die begin jaren negentig uitgezonden werden om te helpen bij het opsporen en opruimen van miljoenen mijnen en die met een onverklaarbare ziekte ('jungleziekte') terugkwamen.

In tegenstelling tot die kwestie is de reactie van Defensie ditmaal een stuk alerter, vindt Lardenoye. “Voor de Cambodja-gangers hebben we zelfs tot bij de vaste Kamercommissie moeten lobbyen, om beweging in de zaak te krijgen. Maar nu heeft Defensie ons alle medewerking en onderzoek toegezegd.”

De militaire vakbond neemt met minder ook geen genoegen. “Defensie heeft destijds in Lukavac bodem en lucht onderzocht en geconcludeerd dat er niets aan de hand was. Inmiddels heb ik die rapporten gelezen. Als leek zeg ik, dat die onderzoeken wel erg oppervlakkig zijn uitgevoerd.”

Al sinds de stationering van Nederlandse militairen in Lukavac, begin 1994, waren er klachten over de gezondheid. Het ophoesten van zwart slijm, bijvoorbeeld. De blauwhelmen werkten en sliepen op het terrein van een voormalige cokesfabriek. Tegenover het VN-kwartier stond het laboratorium van de fabriek. “We mochten daar van hogerhand absoluut niet komen”, herinnert Jeroen Wayenberg zich. “Er lag daar een hoop chemische troep opgeslagen.”

De vaststelling dat sneeuw altijd wit is, gold in elk geval niet voor de omgeving waarin de Nederlanders verkeerden. “Daar was de sneeuw altijd zwart”, weet Wayenberg. “En als je eens een raam openzette om te luchten, had je in no time een zwarte roetlaag binnen. Als je je tanden poetste, werden die regelmatig groen, de kleur van het water daar.”

De geruststelling door Defensie dat de gezondheid niet in het geding was, hield bij Wayenberg en zijn maten de idylle van een perfect avontuur in stand. “Ik heb daar een beregoeie tijd gehad”, zegt de Bosnië-veteraan. “Ik was transporteur van materieel en personeel. Als er al eens gevaar dreigde, kwamen we de poort simpelweg niet uit.” Van die periode van een half jaar herinnert hij zich slechts één hachelijk moment. “We stonden met een konvooi te wachten voor een brug. Een auto van de locals, zoals we de moslims ter plaatse noemden, probeerde voor te dringen. Mijn commandant riep door de mobilofoon: 'Zet je vrachtwagen maar dwars over de weg'. Keek ik ineens in de loop van een kalasjnikov. Toen heb ik mijn wagen toch maar even opzijgezet.”

Met de kennis van nu kijkt Jeroen Wayenberg met heel andere ogen naar zijn avontuur in Lukavac, al weigert hij vooralsnog met een beschuldigende vinger in de richting van Defensie te wijzen. “Ik voel me pas genomen als uit later onderzoek zou blijken dat de situatie ter plaatse wel degelijk gevaarlijk was. Ik heb op dit moment nog geen reden om daar vanuit te gaan.”

Hoewel hij de zaak ogenschijnlijk laconiek opneemt, is hij in werkelijkheid allerminst onbezorgd. “Je mag gerust weten, dat ik bang ben. Ik weet twee jaar na terugkeer nog steeds niet wat ik precies mankeer, waardoor het komt en hoe lang ik er nog de gevolgen van ondervind. Deze zaak moet in elk geval tot op de bodem uitgezocht worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden