In Libanon zijn de Syriërs overal

reportage | De VN-vluchtelingenorganisatie roept Europa op meer Syriërs op te vangen. Libanon doet dat al lang. Het land vangt met zijn bevolking van vijf miljoen meer dan een miljoen Syriërs op. Zonder al te veel morren. 'Ik had het zelf kunnen zijn.'

Sahdy Hmayed draait zich om achter zijn toonbank en pakt een glimmende Samsung-telefoon van de plank. Al twaalf jaar heeft hij een belwinkel in het centrum van de Libanese hoofdstad Beiroet. "Kijk, dit is een van de populairste modellen hier. Die kost bij mij 130 dollar. De inkoopprijs is 118 dollar. Een marge dus van 12 dollar. Maar dáár verkopen ze hem voor 120!" Dáár, dat is nog geen tien meter verderop, aan de overkant van de straat. In een belwinkel die gerund wordt door gevluchte Syriërs. "Dat is dus een winst van 2 dollar! Daarvan kun je niet de huur, elektriciteit en belasting betalen. Ze hebben geen idee van zaken doen. Daarom gaan ze na een maand of drie over de kop. Dit is al de vijfde belwinkel die er zit in nog geen twee jaar. Maar intussen kost het mij wel klanten."

Zie hier een van de gevolgen van de toestroom van meer dan een miljoen vluchtelingen uit buurland Syrië, sinds daar in 2011 de oorlog uitbrak. Het officiële aantal bedraagt 1.067.785, maar sinds mei vorig jaar mag VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR de vluchtelingen van de Libanese regering niet meer registreren, om onrust te voorkomen. Volgens onofficiële schattingen zijn het er 1,5 tot 1,8 miljoen - en dat op een bevolking van nog geen 5 miljoen. Ter vergelijking: de Europese Unie, waar vorig jaar iets meer dan een miljoen vluchtelingen bescherming vroeg, heeft ruim 500 miljoen inwoners. Honderd keer zo veel dus.

Duizenden vluchtelingen zijn terechtgekomen in de wijk Hamra in het centrum van Beiroet. Ze slapen bij familie of huren kamers, garageboxen, of zelfs krotten - zolang ze maar een dak boven hun hoofd hebben. Voorheen was dit het onbetwiste centrum van het bruisende uitgaansleven waar Beiroet in het Midden-Oosten bekend om staat. Het wemelt er nog steeds van de bars, hotels, restaurants en winkels. Maar wie nu een wandeling door de hoofdstraat maakt, wordt iedere minuut aangesproken door een Syrische bedelaar, vaak een vrouw met kind op haar arm. Om de haverklap springt er een jonge schoenpoetser tevoorschijn. Ook al draag je suède gympen.

De invloed op de lokale economie is enorm. "Veel Syriërs hebben wat geld. Dan denken ze: kom, ik begin een telefoonwinkel", vervolgt Hmayed. "Dat is makkelijk geld verdienen, want iedereen koopt weleens een nieuwe telefoon. Maar ze hebben geen idee hoe ze moeten ondernemen." Anderen vinden werk bij restaurants en winkels in de wijk. Libanese werknemers vliegen bij bosjes de laan uit. "Stel: een Libanees verdient 20 dollar per dag. Dan stapt er een Syriër binnen en die zegt dat hij hetzelfde werk wel voor 10 dollar wil doen", zegt sapverkoper Ali Ridar achter de toonbank van zijn winkel La Maison Rouge. Met zijn knoestige handen met zwarte nagels knijpt hij hard in een granaatappel om ook het laatste sap eruit te krijgen. "Dan is de keus niet zo moeilijk." Werknemers hebben weinig rechten in Libanon; bovendien is naar schatting de helft van de economie informeel. Het inwisselen van personeel is dus een fluitje van een cent. Ridar heeft zijn sappenbar in Hamra nu zeven jaar, maar het wordt steeds lastiger om het hoofd boven water te houden. Ook omdat veel toeristen - vooral uit de Golfregio - wegblijven vanwege de gespannen veiligheidssituatie in Libanon. Er zijn geregeld aanslagen, ook in Beiroet. In november kwamen nog ruim veertig mensen om het leven bij zelfmoordaanslagen in een wijk die onder controle staat van Hezbollah. Die beweging vecht in Syrië aan de zijde van Assad tegen de rebellen en Islamitische Staat, dat de verantwoordelijkheid voor de aanslagen opeiste. In het centrum is het leger overal zichtbaar, vooral rond overheidsgebouwen. Op sommige plaatsen staan zelfs tanks opgesteld. De toegang tot het beroemde Place de l'Étoile, in het hart van de stad, is met wegblokkades en prikkeldraad geblokkeerd, omdat het parlementsgebouw er ligt. "Alstublieft, uw sap", zegt Ridar met een grijns. Direct komt er een bedelaar aangelopen om het wisselgeld te incasseren. Er rijdt een auto met een Syrische nummerplaat voorbij - bepaald geen uitzondering meer in Beiroet.

undefined

Bedelaars

De man van Tanya Derkaina - zelf werkt ze in de marketing - heeft het bijltje erbij neergegooid. Hij had een ijswinkel in Hamra, maar heeft die onlangs gesloten. "Mensen kopen een ijsje omdat ze blij zijn, even willen bijkomen en genieten van de omgeving en het moment", zegt Derkaina. "Maar in Hamra valt op dit moment weinig te genieten, met alle armoede en bedelaars." Ze memoreert hoe de wijk altijd een plek was om te ontspannen voor alle Libanezen - van arm tot rijk, van streng religieus tot liberaal, van christen tot moslim. En als je er op een terrasje zit, zie je nog steeds gesluierde vrouwen naast volledig opgedirkte dames passeren, evenals vele blote armen en benen van hippe jongeren. Maar het is anders, zegt Derkaina. "In Hamra wilde je vroeger zo lang mogelijk blijven hangen, nu loop je zo snel mogelijk door."

Betekent die ellende dat Derkaina vindt dat de vluchtelingen weg moeten? Absoluut niet. Net als bij veel Libanezen kunnen de Syriërs bij haar op sympathie rekenen. "Het zijn onze broeders, onze buren. Velen van ons hebben Syrische roots. Dan kun je die mensen toch niet zomaar wegsturen? Welke politieke stroming je ook aanhangt, iedereen heeft met ze te doen."

Wat ook een rol speelt is de traumatische oorlogsgeschiedenis van Libanon zelf. Iedereen herinnert zich nog de gewelddadige burgeroorlog die het land tussen 1975 en 1990 verscheurde, veelal langs religieuze lijnen. Naar schatting 250.000 Libanezen kwamen daarbij om het leven, een veelvoud sloeg op de vlucht. Nagenoeg het hele land werd verwoest. De vrede is fragiel, met een regering van nationale eenheid. Bijna tien jaar geleden was er nog een conflict met buurland Israël, dat aan meer dan 1200 Libanezen het leven heeft gekost. De twee landen verkeren formeel nog steeds in oorlog. "Als ik door Hamra loop en ze allemaal zie, aan het werk of bedelend, denk ik: oh jongens, jullie zijn met te veel. Maar aan de andere kant: ik had het zelf kunnen zijn. En wij Libanezen kunnen het wéér zijn, als het misloopt", zegt Derkaina. "Daarom kunnen we ze niet in de steek laten."

In sommige lagen van de bevolking is echter toch ook een zekere haat jegens de Syriërs gegroeid. Maar Derkaina brengt regelmatig met de hele familie kleding en lakens. Daar is niets heroïsch aan, vindt ze. "Ons is niets gevraagd. Die mensen wáren er gewoon ineens. En dan voeg je je daarnaar. Dat hebben we wel geleerd, tijdens onze turbulente geschiedenis. Flexibel zijn, creatief. Tolerant." Derkaina durft de stelling wel aan dat je eerst zelf moet lijden om dat aan te voelen. Niet voor niets is Angela Merkel haar grote heldin. "Zij groeide op in Oost-Duitsland. Zij weet wat het is om niet vrij te zijn. Ik ben ervan overtuigd dat dat een rol speelt bij haar ruimhartige beleid. Als je in weelde en vrijheid opgroeit, ben je minder open en meer geneigd wat je hebt te beschermen, denk ik."

Ondanks de economische en sociale problemen hebben ze in Beiroet nog makkelijk praten. Een groot deel van de vluchtelingen wordt opgevangen in dorpen en steden bij de grens met Syrië. Aan grote kampen doen ze in Libanon niet. Het land heeft slechte ervaringen met Palestijnse vluchtelingenkampen. Na bijna zeventig jaar zijn die verworden tot getto's en huisvesten ze 450.000 Palestijnen in uitzichtloze omstandigheden, waardoor men ook daar vreest voor oplaaiend geweld.

En dus herbergen sommige dorpen inmiddels meer vluchtelingen dan autochtone inwoners. Met alle gevolgen van dien voor de infrastructuur. Riool en afvalverwerking kunnen de extra belasting nauwelijks aan, de toevoer van elektriciteit en water stokt regelmatig. Maar tot opstanden heeft het niet geleid. Hier geen discussies over de vraag of kleinschalige opvang niet beter is dan grootschalige. Libanon schafft das.

undefined

Ongelooflijke prestatie

"Het land levert een onwaarschijnlijk grote prestatie", zegt Luca Renda, directeur van VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP in Libanon. In Europa wordt dat te makkelijk over het hoofd gezien, vindt hij. Daar lijkt iedereen Libanon te zien als voorbeeld van waar het níet heen moet. De Griekse minister van migratie zei onlangs nog dat hij niet wil dat zijn land het Libanon van Europa wordt. "Maar gezien de ingewikkelde politieke en sociale situatie, is het ongelooflijk dat het hier tot nu toe lukt." Vanwege de politieke gevoeligheden op landelijk niveau is het makkelijker samenwerken met de gemeenten, die direct met de vluchtelingen te maken hebben. "Schooldirecteuren, lokale ziekenhuizen, burgemeesters, allemaal werken ze mee. Tot het ongelooflijke aan toe."

Toch is het een illusie te denken dat deze situatie eeuwig houdbaar is. De economie is tot stilstand gekomen. De Syrische oorlog en de hoogoplopende ruzie tussen Iran en Saudi-Arabië, die elk hun sympathisanten in Libanon hebben, dreigen het land uit elkaar te trekken. Er is maar een kleine vonk nodig om de vlam in de pan te laten slaan. Renda wordt zelfs een beetje emotioneel als hij er een tijdje over praat. "De wereld mag Libanon niet vergeten."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden