Interview

In Leiden mag de MBO-drop-out leren op zijn eigen manier

Eva de Leeuw en Johan van Leeuwen. Rechts een portret van Albert Einstein dat Johan maakte. Beeld Inge van Mill

Het is lastig om drop-outs in het middelbaar beroepsonderwijs opnieuw te motiveren. In Leiden loopt een veelbelovende proef die jongeren de kans geeft om zelf hun onderwijsprogramma samenstellen. ‘Bestempel uitvallers niet als kwetsbaar.’

 Zo’n twaalf maanden geleden veranderde er veel voor Johan van Leeuwen (28). In een kantoortje in Leiden zet hij zijn petje recht. Van Leeuwen vertelt hoe hij een jaar geleden een kerstdiner organiseerde voor daklozen. “Dat gaf zoveel voldoening, weet je. Dat was waardevol. Dat gaf mij een boost: wow, ik ben betekenisvol voor een ander.” Van Leeuwen kreeg de smaak te pakken. Enthousiast vertelt de Leidenaar hoe hij nu bezig is een project op te zetten voor jongeren met problematische schulden.

Wie Van Leeuwen hoort praten kan haast niet geloven dat hij iets meer dan een jaar geleden een totaal andere persoon was. Toen zat hij vol frustraties op de bank: zonder schooldiploma, zonder werk en boos op zo’n beetje alles en iedereen. Jaren was hij niet naar school geweest. “Mijn leven ging de verkeerde kant op.”

Johan van Leeuwen is een van de deelnemers van de onderwijspilot MBO UniverCity in Leiden. Het is een proef om uitvallers in het middelbaar beroepsonderwijs toch aan werk of een diploma te helpen. Jongeren die er niet in slagen een mbo-diploma te halen krijgen een op maat gesneden programma, waarbij ze zelf bepalen wat ze doen.

Voorwaarde is dat ze projecten bedenken die van meerwaarde zijn voor de stad. Door alles wat er bij het organiseren van bijvoorbeeld een buurtbijeenkomst of kunstproject komt kijken, bouwen ze een portfolio op waarmee de jongeren kunnen aantonen wat ze in huis hebben. Bovendien worden ze gemotiveerd om weer aan de slag te gaan.

Rechte pad

De proef ging van start in september. Vooralsnog is het, met acht jongeren, een klein groepje dat meedoet in Leiden. Toch is het een project om in de gaten te houden, meent socioloog Greetje Timmerman. Zij is hoogleraar Jeugd als sociaal verschijnsel aan de Rijksuniversiteit Groningen en doet met een NWO-subsidie onderzoek naar de tientallen verschillende programma’s die er kriskras door Nederland zijn om schooluitvallers in het mbo weer op het rechte pad te krijgen.

“Dit interventieproject in Leiden springt daar positief uit”, aldus Timmerman. “Kijk, ergens moet je het leerproces weer op gang krijgen. In veel programma’s ligt de nadruk op sociale vaardigheden. Dan leren jongeren dat ze geen petje mogen dragen bij een sollicitatiegesprek. Daarmee geef je al een signaal af dat er iets mis is aan hun gedrag. Bij dit project in Leiden valt me juist de positieve bejegening op. Zelfontwikkeling wordt bevorderd, dat zie je niet zo vaak. Het uitgangspunt is dat jongeren willen leren als je aansluit bij hun interesse en bij wat ze aankunnen. Het is echt een inhoudelijke verandering waar dit project op aanstuurt.”

Jongeren die zijn vastgelopen in het middelbaar beroepsonderwijs en geen baan hebben, worden vaak benaderd als uitvaller, probleemgeval of kwetsbaar. “En precies dat is het probleem”, zegt Nathalie Lecina (39). “Door deze jongeren te framen als drop-outs geef je ze het idee dat ze zelf hun problemen hebben gemaakt. Zij immers passen zogenaamd niet in het onderwijs.”

Thuis voelen

Lecina is directeur van Studio Moio, een stichting die zich richt op jongeren die moeilijk hun draai kunnen vinden in het onderwijs. De organisatie specialiseert zich in het voorkomen van schooluitval. Bij het overgrote deel van de jongeren lukt dat. “Maar voor 10 procent hadden we geen goed antwoord”, zegt Lecina.

De onderwijsproef MBO UniverCity is bij haar stichting ondergebracht. Het is een naam met een knipoog. De letters MBO staan voor Maatschappelijk Betrokken Onderwijs. Onder meer het Haagse ROC Mondriaan heeft zich achter het project geschaard. De gemeente Leiden, het Oranjefonds en de Rabobank ondersteunen het financieel.

Drijvende kracht achter het project is Eva de Leeuw (22). “Jongeren die dreigen uit te vallen in het middelbaar beroepsonderwijs weten zelf het beste waarom ze zich er niet thuis voelen”, zegt ze.

Zij spreekt uit ervaring. De Leeuw kon haar draai niet vinden in het mbo. Door persoonlijke omstandigheden kwam ze van de havo terecht op het vmbo en van daaruit in het mbo. Dat was geen gelukkige match. De lesstof boeide haar niet, ze werd gezien als drukke leerling en privé waren er tal van problemen. “Docenten hadden niet door dat er allemaal dingen in mijn leven speelden.” Ze bleef dan ook steeds vaker weg van school en belandde zonder diploma buiten de schoolpoort. “Terwijl dat niets te maken had met mijn drive om te leren.” Ze had het gevoel dat ze nergens meer bij hoorde. “Dat hebben jongeren die uitvallen in het onderwijs vaak.”

Eva en Johan. Beeld Inge van Mill

Haar rotgevoel verdween toen ze terechtkwam bij de organisatie van Lecina. “Eerst dacht ik dat ik in mijn eentje in de wereld stond. Hier kreeg ik de mogelijkheid om een eigen leertraject op te zetten en van anderen te leren. Hier merkte ik hoe motiverend het is om iets te doen wat ik echt leuk vind. Sommige jongeren hebben een andere manier van leren nodig.”

Haar stage ging zo goed dat ze kon blijven en deze onderwijsproef mocht opzetten voor jongeren die tegen dezelfde barrières aanlopen als zij.

Dagopening

“Uitvallers bestempelen als kwetsbaar of lastig leidt ertoe dat een deel denkt: onderwijs, dat gaat niet over mij”, vervolgt Lecina. Zij en De Leeuw staan een radicaal andere zienswijze voor. “Het begint ermee de context aan te passen. Je moet deze jongeren niet zien als schooluitvaller, niet kijken wat er niet goed gaat, maar juist kijken wat ze wel kunnen en willen”, zegt De Leeuw. Volgens haar willen uitvallers wel degelijk van waarde zijn voor anderen. “Kijk dus naar wat ze kunnen en willen. Laat ze meedenken en hun eigen leerplan ontwikkelen. Dat kost tijd, want veel van deze jongeren zijn hun zelfvertrouwen kwijt.”

Een van de een basisprincipes in Leiden is dat de deelnemers dingen waar ze tegenaan lopen met elkaar bespreken, ook al is elk traject individueel. Iedere ochtend is er een dagopening. Daar vertellen de studenten wat ze de vorige dag hebben gedaan, waarmee ze aan de slag gaan en wat lastig is. “Iedereen weet wie wat doet en waar die kan bijdragen”, zegt Johan van Leeuwen. De Leeuw: “Het is belangrijk om elkaar te zien. Het is voor veel mensen niet motiverend om in je eentje een diploma te halen.”

Het is de bedoeling dat de deelnemers samenwerking zoeken met bedrijfsleven of overheid en projecten opzetten waarmee ze van waarde zijn voor de stad. Het schuldenproject van Johan van Leeuwen is daar een voorbeeld van. Anderen organiseren buurtevenementen.

Nieuw is ook dat een diploma niet per se het einddoel is, maar ‘betekenisvol werk’ wel. “Ik geloof dat je pas iets goed terugkrijgt als je ook iets van betekenis geeft aan de wereld om je heen”, zegt Eva de Leeuw. Om het gemis van een diploma te compenseren, werken de deelnemers aan een portfolio. Alles wat ze doen wordt nauwkeurig bijgeschreven in een cv. Johan van Leeuwen: “Het is me gelukt om van alles te organiseren, dat kan ik laten zien aan werkgevers.”

Te massaal

Het verschil tussen het reguliere mbo en zijn huidige ‘school’ kan haast niet groter, zegt Johan van Leeuwen. Hij vertelt dat hij het eerst nog weer probeerde in het reguliere onderwijs, voordat hij in deze proef terechtkwam. Na jaren uit de schoolbanken lukte het hem niet meer om zijn draai te vinden. “Ik zat met kinderen van zestien jaar in de klas. Zij zijn nog speels en druk. Dat werkte niet.” Ook vond hij de school te massaal. “Ik had in zo’n klas niet het gevoel dat de leraar persoonlijk in mij geïnteresseerd was.”

Het zou goed zijn, denkt hoogleraar Timmerman, als de grondgedachte van dit project met persoonlijk onderwijs en kleine groepen op termijn in het reguliere mbo wordt opgenomen. Tegen de zomer hoopt ze haar onderzoek te presenteren. “Dan hoop ik een antwoord te geven op de vraag wat dit project op het eerste gezicht succesvol maakt. Zit het in het curriculum? Is het afhankelijk van een charismatische persoon? Of is het de pedagogische aanpak?”

Voor Johan van Leeuwen is het al wel geslaagd, zegt hij. Hij heeft weer zin in de toekomst. Een tijdje terug lukte het hem toch om zijn opleiding administratie op mbo-niveau-2 af te ronden. En het komende jaar probeert hij hier zijn schuldhulpproject van de grond te krijgen. “Toen ik thuis op de bank zat voelde ik me machteloos. Hier is het de omgekeerde wereld, hier kan ik er íets aan doen om de wereld beter te maken.”

Uitvallers

Verreweg de meeste mbo’ers halen hun diploma, maar een klein deel (zo’n 5,5 procent, 27.000 studenten) valt af en verlaat de school zonder een papier, valt op te maken uit cijfers van CBS. Daarmee hebben deze jongeren formeel geen startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. 

Een deel van de uitvallers komt om wat voor reden dan ook in de knel in het onderwijs: privébesognes, criminaliteit, psychische problemen of mantelzorg. Juist deze groep voelt zich op school ongezien en ongehoord en heeft het idee dat er geen oprechte interesse is in wie zij zijn, zo is te lezen in ‘Onderwijs dat kansrijk maakt’, een onderzoek dat mbo-studenten in 2016 uitvoerden en bundelden tot een boekje. De jongeren, die in opdracht van het ministerie van onderwijs werkten, hadden zelf ook te maken met negatieve studieadviezen en gebrekkige motivatie. Ze spraken zo’n vierhonderd leeftijdsgenoten in dezelfde positie. 

Tot hun eigen verrassing spraken veel uitvallers de sterke wens uit om te leren en iets van het leven te maken. De in hun ogen te strikte regels op school zorgen ervoor dat ze gedemotiveerd raken. Ook kennen ze de weg niet goed genoeg om verder te komen. Een van de oplossingen zouden kleinere, overzichtelijke scholen zijn ‘waar je als mens gezien wordt en niet als cijfer’. ‘Onderwijs moet ons leren mens te zijn’, stellen ze. Van kunst en filosofie zou het beroepsonderwijs volgens de studenten een opkikker krijgen.

Lees ook:

Het beroepsonderwijs zit vol talent. Wie wordt ambassadeur van het mbo?

Het middelbaar beroepsonderwijs speelt zich in de kijker. Drie mbo-student die kans maken op de titel ambassadeur van het mbo aan het woord. ‘Ook op het mbo kun je ver komen: het is één groot avontuur.’

GroenLinks: Geef afgestudeerde mbo’er een titel

Nu ze officieel student worden, verdienen mbo’ers ook een titel, vindt Kamerlid Zihni Özdil. Laat de beveiliger zich skilled (Sk.) noemen, de mediavormgever craftsman (crf.) en geef de laboratoriumanalist (exp.) van expert achter zijn naam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden